De vraag was niet of Van Gijzel zou vertrekken, maar alleen nog hoe

Wat deed Rob van Gijzel de PvdA verlaten? Zijn 43ste plaats op de kandidatenlijst? De partijlijn inzake de bouwfraude? Dat fractievoorzitter Melkert hem zijn woordvoerderschap daarin afnam? Reconstructie van zijn vertrek, dat in feite al twee weken vaststond.

Natuurlijk ging Rob van Gijzel vorige week woensdag te ver toen hij in Barend & Van Dorp werd doorgezaagd. Te gemakkelijk sprak het PvdA-Kamerlid de vrees uit dat inzake de bouwfraude het deksel op de doofpot moest. En te vlot suggereerde hij dat Ad Melkert, en Ad Melkert alléén, in het partijbestuur de beslissende stem had toen hij op de lage, 43ste plaats terechtkwam voor de verkiezingen volgend jaar. Rob van Gijzel ten voeten uit: de opwinding ging met hem op de loop, erkende hij 's anderendaags tegenover enkele intimi.

Diezelfde intimi wisten dat Van Gijzel toen al een week met de gedachte speelde om de PvdA-fractie te verlaten. Het beslissende moment, bleek achteraf, was donderdag 15 november. De dag na het bouwfraudedebat, toen de Kamer voor de motie stemde waarin Van Gijzel en Leers (CDA) minister Korthals (Justitie) opdroegen in beroep te gaan tegen de schikking inzake de Schipholspoortunnel. Diezelfde dag was Van Gijzel al bij Melkert geroepen. Hoe dacht de Bouw Boy hier uit te komen, wilde Melkert weten. Voor Van Gijzel een rare vraag, want de zaak zou moeten zijn, zei hij: hoe denkt Korthals hier uit te komen?

Maar vanaf dat moment was het hem duidelijk: als het erop aan zou komen, koos Melkert de kant van Korthals. Politieke problemen met de VVD moesten hoe dan ook voorkomen worden. En al in het debat had de minister aangegeven dat de schikking niet was terug te draaien. Het was in financieel opzicht een goede deal, vond Korthals. En hij wenste niet in beroep te gaan tegen het openbaar ministerie terwijl hij daarvoor politiek verantwoordelijk is.

Van Gijzel liet al vrijdag 16 november in kleine kring weten dat hij dan maar de fractie moest verlaten. De wonden van het Bijlmerdebat, twee jaar geleden, waren te diep geweest om opnieuw een bruuskering door Melkert te accepteren. Van Gijzel opperde bij vrienden de mogelijkheid de Kamer te verlaten en alsnog, via het congres, te vechten voor een hogere plaats op de kandidatenlijst. Dit bracht hem echter in een directe confrontatie met Melkert – zou het congres ook dan voor hem kiezen?

Het kabinet speelde intussen op tijd. De beraadslagingen over de motie-Van Gijzel/Leers in de ministerraad werden van 16 november verschoven naar afgelopen vrijdag, 23 november. Officieel omdat Korthals op 16 november naar Brussel moest voor een Europese Raad. Maar de uitkomst van het kabinetsberaad stond vast. Want toen vorige week donderdag, 22 november, een nieuw gesprek tussen Melkert en Van Gijzel plaatsvond, had Melkert opnieuw maar één thema: wat te doen als het kabinet de motie niet wil uitvoeren?

Ook Van Gijzel had daar zijn gedachten al over laten gaan. Hij vond de schikking zo absurd dat dan desnoods maar de vertrouwensvraag aan de orde moest komen. Zijn redenering was tweeledig. Enerzijds bestreed zijn collega Van Oven (een oud-officier van justitie) de opvatting dat geen beroep mogelijk zou zijn. En bovendien, meende Van Gijzel, moest hoe dan ook duidelijk worden dat Korthals de politieke verantwoordelijkheid droeg voor de schikking, zelfs nu de minister daarin niet vooraf door het OM was gekend.

Misschien was het fout, zei hij tegen een collega, dat hij bij Barend & Van Dorp zijn gedachten zo vlot de vrije loop liet. In ieder geval bleek de dag erna, vorige week donderdag, dat het fractiebestuur er niet over te spreken was. Waarna Van Gijzel, voor zijn gevoel, opnieuw als een schooljongen bij Melkert moest komen. De schikking was nu een politieke kwestie, zei deze: zodra het besluit van het kabinet over de motie openbaar werd, zou Melkert het woord voeren.

Dit ging Van Gijzel echt te ver. De motie werd niet uitgevoerd, zijn politieke baas zou dit accepteren, en Korthals kwam ermee weg. Niet zonder weerzin zag Van Gijzel vrijdagavond Melkert een `niets aan de hand-show' opvoeren op RTL5. Voor Van Gijzel was nu niet meer de vraag of hij zou vertrekken, alleen nog hoe. Geen partijgenoot, hoe prominent ook, kon hem in het weekeinde van gedachten doen veranderen. Ook suggesties voor een mooie functie voorzitter enquêtecommissie bouwfraude? overreedden hem niet.

Toen fractiegenoten hem gisterochtend emotioneel zagen rondlopen, was het definitief duidelijk. Een debat stond Van Gijzel in de fractievergadering niet meer toe. Hij las zijn verklaring voor, en vertrok. In zijn toelichting 's middags tegenover de pers bleek ook dat hij zijn kandidatuur voor de Kamer introk. Geen gevecht op het congres met Melkert dus. Een definitief vertrek – in de wetenschap dat Melkert nu het een en ander mocht uitleggen.

volledige tekst www.nrc.nl/denhaag

    • Tom-Jan Meeus
    • Jos Verlaan