De stilte is weer neergedaald in het fort van generaal Dostam

De `gevangenisopstand' in het 19de-eeuwse fort nabij Mazar-i-Sharif is definitief neergeslagen. Wat is er precies gebeurd? Amnesty International vraagt om een onderzoek.

,,De situatie is onder controle', zei gisteren Alim Razim, adviseur van commandant Rashid Dostam, een krijgsheer onder de Noordelijke Alliantie. ,,Ze zijn allen gedood.' Een militaire overmacht van de Alliantie, de Amerikaanse luchtmacht en Britse en Amerikaanse commando's had daar iets meer dan drie dagen voor nodig.

Achthonderd moslimextremistische krijgsgevangenen – overlevenden van de belegering van de stad Kunduz – waren volgens de Alliantie zaterdag in opstand gekomen. Zij hadden een wapendepot overvallen, waren begonnen met schieten en verzetten zich vervolgens tot de laatste snik. De Alliantie en haar westerse hulptroepen konden niet anders dan geweld beantwoorden met geweld.

Televisieopnamen, gisteren gemaakt door de Amerikaanse nieuwszender Fox, tonen tientallen doden her en der verspreid over het terrein van het fort. De lichamen zijn toegetakeld, missen ledematen, bij de ingang van het fort hebben de opstandige krijgsgevangenen zo te zien allen één kogel door het hoofd gekregen.

Amnesty International heeft gisteren om een onderzoek gevraagd. Dat de bloedigste gevangenisopstand uit de recente geschiedenis uitgerekend plaatshad in het hoofdkwartier van generaal Dostam, een commandant met een reputatie op het gebied van wreedheden, geeft de organisatie voor de rechten van de mens te denken. Amnesty wil ook duidelijkheid over de rol van Britse en Amerikaanse troepen in de onderdrukking van de opstand.

Veel van hetgeen achter de oude lemen muren van de historische vesting is gebeurd, is vooralsnog onduidelijk. De eerste berichten en verslagen van ooggetuigen vanuit het fort zijn soms tegenstrijdig, maar komen vaker overeen. Hieronder volgt wat westerse journalisten ter plekke tot dusver te weet zijn gekomen. Er is gebruikgemaakt van verslagen van BBC, de Britse kranten The Guardian en The Times en de persbureaus Reuters en AP.

Het begon allemaal afgelopen zaterdag. Een strijder van de Talibaan, een van de vele honderden uit de pas gevallen stad Kunduz die in het fort nabij Mazar-i-Sharif waren gevangen gezet, blies zichzelf, enkele bewakers en de politiechef van Alliantiecommandant Dostam op. De granaat onder zijn kleding was niet opgemerkt. Ten minste twee wagens vol krijgsgevangenen die bij het fort werden afgeleverd, bleken niet voldoende te zijn gefouilleerd.

De explosie van verzet had plaats op zondag. Onduidelijk is wat precies de aanleiding was. Eén bericht spreekt van gerede angst onder de gevangenen geëxecuteerd te worden. 250 van hen zouden al met de handen gebonden op de rug op de grond zijn gelegd. Volgens anderen kwam het door de aanwezigheid van twee agenten van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Beide mannen, van wie slechts de voornamen `Michael' en `David' bekend zijn, waren in het fort om de krijgsgevangenen te ondervragen naar hun banden met de terreurgroep Al-Qaeda. Volgens één getuige, aangehaald door het Britse dagblad The Times, liep die ondervraging uit de hand.

Toen CIA-man Michael een fundamentalistische moslimstrijder uit het buitenland vroeg waarom hij naar Afghanistan was gekomen, antwoordde die: ,,Om jou te vermoorden.' Daarna besprong hij zijn ondervrager. In de worsteling die daarop volgde schoot David ten minste één krijgsgevangene dood. ,,Ze waren niet te stoppen, ze renden de kogels tegemoet', zegt de getuige over de Talibaan-strijders. David sloeg op de vlucht. Michaels lot blijft onduidelijk. ,,Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat Michael dood is', zou David even later per satelliettelefoon hebben gerapporteerd. Ook kwamen twintig bewakers om.

David belde vanuit een veiliger deel van het fort zijn contact op de Amerikaanse ambassade in Oezbekistan. Hij vroeg om versterking. De Talibaan, inmiddels bewapend al blijft onduidelijk hoe zij aan die wapens waren gekomen, bestormden een wapenopslagplaats in het fort. Generaal Dostam had het fort ingericht als zijn hoofdkwartier; het was de bedoeling de krijgsgevangenen er slechts tijdelijk onder te brengen. Drie uur later arriveerden Britse en Amerikaanse commando's in respectievelijk twee en zeven jeeps. Er ontstond een vuurgevecht.

CIA-man David zou nog hebben geprobeerd een luchtaanval te voorkomen. Hij achtte dat te gevaarlijk. Maar de bommen kwamen toch. ,,Ik moet zeggen dat ze vrij precies waren', zegt een getuige over de bombardementen. ,,Op zijn minst hebben ze ons niet geraakt.' Tussen David en de commando's was geen contact. Hij wachtte samen met enkele militairen van de Alliantie op een geschikt moment om te vluchten. Dat lukte, nadat zij zich vijf uur hadden schuilgehouden.

Onduidelijk is of op het moment dat de luchtaanvallen begonnen, alle krijgsgevangenen in opstand waren gekomen. Een handjevol gevangenen wist te vluchten, maar zij werden eenmaal buiten het fort meteen gedood. De Noordelijke Alliantie accepteerde geen overgave. ,,Degenen die overblijven, zullen sterven', zei Razim, de adviseur van Dostam, maandag.

De gevechten hielden aan, een Amerikaanse bom mistte zijn doel en doodde een onbekend aantal Afghanen van de Alliantie. Vijf Amerikanen raakten gewond.

Op maandagavond zijn nog zo'n honderd opstandelingen in leven. De volgende morgen betrad de Alliantie samen met Amerikaanse en Britse commando's voor het eerst weer het terrein van het fort. Ze hadden zwaar geschut bij zich en schoten de laatste haard van verzet, op de tweede verdieping van een klein huisje, aan flarden. Tegen het vallen van de avond vielen nog enkele schoten. Vanmorgen was alles stil.