Baskenland doet te weinig in de strijd tegen terreur

De Baskische regering doet veel te weinig om het terrorisme in de regio te bestrijden. Dat verwijt komt van de regiopolitie, de Ertzaintza, die vindt dat de regioregering van Baskische nationalisten onvoldoende optreedt tegen de Baskische terreurbeweging ETA. De terreuraanslagen van 11 september in de Verenigde Staten en de verscherpte aandacht voor terreurorganisaties gaf nieuwe steun voor de klachten van de regiopolitie.

De gezamenlijke vakbonden van de politie eisen een pakket aan maatregelen die een effectiever optreden tegen de ETA en de veiligheid van de agenten moet garanderen.

De openlijke vertrouwenscrisis volgde nadat afgelopen vrijdag twee agenten van de Ertzaintza, waaronder een vrouw, werden doodgeschoten door de ETA. De moord op de twee agenten, die midden in het Baskische stadje Beasain het verkeer stonden te regelen, leidde tot een openlijke ruzie tussen politie en regering. De Ertzaintza, die zich in het verleden regelmatig moest verdedigen tegen de beschuldiging geïnfiltreerd te zijn door de ETA, vormt volgens de vakbonden zelf een makkelijk doelwit. Zo zijn er te weinig kogelvrije vesten beschikbaar en werken de agenten volgens vaste dienstroosters.

Vanochtend vroeg werd, na veertien uur vergaderen, een akkoord bereikt over de politie-eisen, waarvan de details pas deze avond bekend worden gemaakt.

Deze zomer klaagde de vakbond al over de politieke leiding, omdat deze in de afgelopen jaren bewust de vervolging van de terroristen op een laag pitje zou hebben gezet vanwege de politieke onderhandelingen met de radicale nationalisten.

Na de Baskische regioverkiezingen van eerder dit jaar, bezwoer de regiopresident Juan José Ibarretxe harder op te treden tegen de ETA. Dit nadat de Baskische nationalisten eerder toenadering hadden gezocht tot de ETA-achterban in ruil voor een tijdelijke wapenstilstand. De politievakbonden wezen er op dat ook onder de nieuwe regering de verantwoordelijken voor het beleid dezelfden bleven. Dat betrof niet alleen de regiominister voor politie Javier Balza, maar tevens een aantal hoge politieofficieren. De laatsten zijn volgens de vakbond uitsluitend benoemd op grond van politieke loyaliteit aan de regioregering en niet vanwege hun kundigheid.

Volgens de woordvoerder is de handhaving onmogelijk van ,,een ploeg die aantrad op het moment van een wapenstilstand en met ideeën over veiligheid die niets te maken hebben met de ernstige situatie waar we nu inzitten. Ze hebben geen geloofwaardigheid.''