Zwembond maakt een frisse doorstart

Om de kennisachterstand bij trainers weg te werken, begon de zwembond dit jaar met de opleiding topcoach. ,,Maar ik heb niet de illusie dat we binnenkort vijf topcoaches afleveren'', zegt technisch coördinator Ad Roskam.

Hoe vaak hij de laatste jaren met zijn hoofd tegen de muur is gelopen? Vaak, zegt Fedor Hes, heel vaak zelfs. ,,Zodra ik een stap voorwaarts wilde maken, werd ik regelmatig teruggeworpen door een gebrek aan kennis en inzicht'', erkent de trainer-coach van de Stichting Topzwemmen Amsterdam.

Vier jaar geleden zette Hes (31) een punt achter zijn actieve zwemcarrière, om zich vervolgens bij zijn club AZ&PC uit Amersfoort te bekwamen in het vak van zwemtrainer. Hoewel de afgestudeerde heao'er (,,Nee, geen sportopleiding'') kon leunen op de expertise van hoofdcoach en tevens inspanningsfysioloog Ad van de Ven, werd hij vaker dan hem lief was geconfronteerd met zijn beperkingen. ,,Ik vertrouwde op intuïtie en automatismen. Maar op gegeven moment wil je verder.''

Om zijn grenzen te verleggen schreef Hes zich begin dit jaar in voor de pilot-opleiding `topcoach zwemmen'. Met die cursus, een diepgravende (zelf)studie met vakken als biomechanica, sportpsychologie en communicatie die in mei van start ging, denkt de Nederlandse zwembond (KNZB) de vijf zorgvuldig geselecteerde deelnemers in drie jaar klaar te stomen voor wat in de wandelgangen `het grote werk' wordt genoemd: denken en werken op topniveau.

Met de opleiding, mede gefinancierd door het ministerie van Sport, is voor Ad Roskam een diepgekoesterde wens in vervulling gegaan. Al geruime tijd liep de technisch coördinator van de KNZB rond met het idee. Want: ,,Als we zoveel tijd en energie steken in het opspeuren en ontwikkelen van zwemtalent, waarom dan niet in talentvolle coaches?'' Het topsportbeleid van de KNZB is immers gericht is op individualisering en professionalisering.

Bij de laatste wereldkampioenschappen, afgelopen zomer in Japan, kwam de noodzaak van een gedegen opleiding andermaal aan het licht. Het titeltoernooi bewees opnieuw hoe smal en hoe wankel de basis van het Nederlandse topzwemmen is. Achter de twee boegbeelden van de nationale ploeg (olympisch kampioenen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn) gaapt een enkele uitzondering daargelaten een diepe kloof, die deels wordt veroorzaakt door een gebrek aan creativiteit bij de trainers.

Niet voor niets sprak Roskam na afloop van ,,een gespleten toernooi'', dat aanleiding gaf tot ,,een frisse doorstart''. Een eerste aanzet daartoe gaf de bond vorig jaar al door jeugdbondscoach André Cats toe te voegen aan de begeleiding van de A-ploeg. Om die overgang van junioren naar senioren soepel(er) te laten verlopen formeerde de bond bovendien een zogeheten Olympic Talent Team.

Aan een topsportopleiding voor coaches ontbrak het tot voor kort. Noodgedwongen ontpopte de CIOS-opleiding in Sittard zich de laatste jaren als kweekvijver van trainerstalent, door toedoen vooral van bewegingswetenschapper en zwemfanaat Ton van der Eerden. ,,Terwijl zwemcoaches in andere landen specifiek onderwijs krijgen op hbo- en universitair niveau'', weet Roskam.

Zwemmen is grotendeels wetenschap. Wie onvoldoende kennis heeft van vakgebieden als biomechanica en inspanningsfysiologie raakt al snel het spoor bijster. Zelf struinde Roskam als trainer-coach van zwemvereniging Orca (Leeuwarden) stad en land af, in een poging kennis te vergaren. Als een uit nood geboren autodidact. ,,Een cursusje in Duitsland, een afspraak met een erkende coach in Nederland, en dat was het dan.''

Met de deeltijdcursus (twintig studie-uren per week) denkt de bond een middel te hebben waarmee talent sneller `herkend' kan worden. En waarmee Nederland, ook na het afscheid van de generatie-Van den Hoogenband, internationaal mee kan blijven tellen in een sport die, zeker in de toplanden (Amerika, Australië, Duitsland), in hoge mate geprofessionaliseerd is. Nederland telt momenteel slechts acht fulltime-coaches. Roskam: ,,In een land als Engeland, met wel 150 professionele coaches, rollen ze van hun stoel als ze dat aantal horen.''

Maar wat maakt een trainer tot een topcoach? Ter illustratie verwijst Roskam naar Jacco Verhaeren, de coach die Van den Hoogenband en De Bruijn tot grote hoogte bracht. ,,Iemand die er telkens in slaagt om mensen op het juiste moment hard te laten zwemmen. Een coach met een timmermansoog, die in één oogopslag ziet hoe een zwemmer reageert op een bepaalde training en weet welke ingrepen nodig zijn om de techniek aan te passen.''

Maar van het lukraak kopiëren van de werkwijze van Verhaeren is volgens Roskam geen sprake. ,,Iedereen zal moeten leren om zijn eigen accenten te leggen. Dat is uiteindelijk ook de belangrijkste opgave: aan de hand van zeven kernopgaven een doordachte visie op papier zetten.'' Wonderen verwacht hij evenwel niet van het project. ,,Ik heb niet de illusie dat we om de drie jaar vijf topcoaches afleveren. Met één of twee topcoaches en drie of vier goede coaches zijn wij al dik tevreden.''

Specialisten als starttrainer Dean Hutchinson, inspanningsfysioloog Jan Olbrecht en stromingsleerdeskundige Wieger Mensonides treden bij de cursus op als (gast)docent. Ook mogen de cursisten volgende maand, bij de EK kortebaan (25 meter) in Antwerpen, meekijken over de schouder van de leden van de technische staf. In januari volgt een bezoek aan het befaamde Olympia Stützpunkt in Hamburg, waar zwemmers worden doorgelicht op hun fysieke vermogens. Amsterdam-trainer Hes vervult in Antwerpen een dubbelrol: hij maakt zowel deel uit van de technische staf als van de groep studenten. ,,Het zal passen en meten worden, maar één ding is zeker: ik zal veel opsteken.''

    • Mark Hoogstad