Wie niet vlucht, wacht de dood

De Noordelijke Alliantie drong gisteren Kunduz binnen. Wie weerstand bood, werd geëxecuteerd. Daarmee wordt een akkoord over amnestie voor krijgsgevangenen geschonden.

,,Talibaan, Talibaan.'' Juichend rennen kleine jongens naast een vrachtwagen vol krijgsgevangenen. Doodsbang zitten Talibaan-strijders in de auto. Hun armen op de rug gebonden, wachtend op wat er komen gaat.

Op straat worden Talibaan gestompt en geslagen. Anderen worden, terwijl ze al gewond zijn, beschoten en bespuugd. Een menigte mensen staat toe te kijken hoe de Noordelijke Alliantie een Talibaan-strijder tegen een muur zet, en voor zijn ogen uitgebreid zijn lot bespreken om hem vervolgens dood te schieten. Dit is het lot van de lokale Talibaan. Wat er met de buitenlandse aanhang gebeurt, weet niemand.

Gisteren drongen troepen van de Noordelijke Alliantie Kunduz binnen, en richtten een bloedbad aan. Honderden Talibaan-strijders probeerden te vluchten, richting de steppe, of gaven zich over aan de vijand. Wie niet heeft weten te vluchten, wacht vrijwel zeker de dood.

Muhammad Ashraf buigt zich over drie, met vliegen bedekte, Talibaan die zijn achtergelaten op de markt. ,,Ze hadden geen auto'', vertelt hij. ,,Ze konden niet weg, zoals de rest. Toen de soldaten van de Noordelijke Alliantie kwamen, werden ze doodgeschoten.''

Hij vertelt hoe inwoners van de stad de afgelopen weken vliegtuigen af en aan hebben horen vliegen. Daarmee zouden de buitenlandse aanhangers van de Talibaan en medewerkers van het Al-Queda-netwerk zijn gevlucht, maar niemand kan de geruchten bevestigen.

Op de hoofdstraat van Kunduz probeert een bebaarde Talibaan soldaten te overtuigen dat hij moet blijven leven. Aan zijn ledematen is hij eerder een huis uitgesleept. ,,Waar kom je vandaan'', schreeuwen de soldaten. ,,Waar zijn je vrienden?'' Binnen enkele seconden ligt de man op de grond. Met zijn ogen smeekt hij Westerse journalisten die het tafereel staan te bekijken om hem te redden. Terwijl hij bidt voor zijn leven, schiet een van de soldaten hem dood.

Als aan de soldaten gevraagd wordt wat er met de lichamen, en vooral met de krijgsgevangenen gebeurt, zwijgen ze. Commandanten nemen ze mee, zegt een van hen uiteindelijk. Waarheen wordt pas later bedacht, zo vertelt hij.

Het doodschieten van de achtergebleven Talibaan is in strijd met een dit weekeinde overeengekomen akkoord tussen de Noordelijke Alliantie en de Talibaan over amnestie. Volgens Alim Razim, naaste medeweker van generaal Dostum, lagen de Talibaan maandagochtend echter te wachten en beschoten de eerste troepen van de Alliantie. Die schoten terug, en bij het vuurgevecht zouden naar schatting honderd Talibaan-strijders zijn omgekomen. ,,We hebben Kunduz ingenomen en er wordt niet meer gevochten'', aldus een woordvoerder van de Alliantie. Volgens een andere woordvoerder zouden alle opstandelingen hun wapens hebben neergelegd, en zich hebben overgegeven.

Hulporganisaties zeggen echter dat de situatie in de stad onstabiel is. ,,Het kan iedere moment tot een nieuwe uitbarsting komen'', aldus Khaled Mansour van het voedselprogramma van de Verenigde Naties vanuit Kunduz.

De Tadjziekse minderheid van Kunduz lijkt tevreden met de situatie. Ze blijven ver van de gewelddadigheden, durven hun winkels niet te openen, maar uitten wel hun blijdschap. ,,De Talibaan waren slechte mensen, duivelse mensen'', zegt Aladad Shamoli. ,,Ze hebben onze huizen verbrand. Ze hebben onze broeders, onze familie, gedood. Gisteren was ik nog bang om zulke dingen te vertellen. Vandaag is de Noordelijke Alliantie hier en nu kan ik praten.''

,,Tijdens de macht van de Talibaan waren we gevangenen'', vertelt een etnische Tadzjiek. ,,We waren ondergeschikten.'' Hij verhaalt hoe de Talibaan bij de kleinste provocatie mensen sloegen, en hoe de Pathanen werden voorgetrokken.

Een troep soldaten houdt midden in de stad stil. Een van hen probeert de inwoners aan het lachen te krijgen door een Talibaan na te doen. ,,Leg je witte petten af'', zegt hij, verwijzend naar het hoofddeksel van strenge Talibaan onderwijzers. ,,Na vandaag is er straf voor iedereen die een witte pet draagt.'' De menigte lacht, zij het wat aarzelend. Want achter het gelach zijn nog steeds de geweerschoten te horen. (Reuters, New York Times)