White Stripes putten vrij uit tradities

Dat de vorige cd van The White Stripes De Stijl heet, is niet zo wonderlijk. De aanpak van het duo uit Detroit vertoont opmerkelijke overeenkomsten met die kunststroming: rechtlijnig, primair, een minimalistische aanpak met een maximaal effect. Tot in de podiumkledij vertoont de groep een voorkeur voor primaire kleuren: gitarist en zanger Jack White gaat in het rood gekleed, zijn drummende zus Meg in het wit.

Toch gaat de analogie met De Stijl niet helemaal op. Als je het uiterst basale drumwerk van Meg als het canvas beschouwt, dan gaat Jack daarop te keer als een woeste expressionist, die zich nauwelijks door enig keurslijf laat beperken. Daarin schuilt de grootste winst van zo'n minimale bezetting.

The White Stripes zijn onderwerp van een fikse hype. Platenmaatschappijen zwaaien met miljoenencontracten en de media volgen het duo op de voet. Voor een groep die strikt genomen uit de gitaar-underground stamt is dat niet altijd een aanlokkelijke positie. Eerder dit jaar gaf een soortgelijk geval, het onder zware druk gezette At The Drive-Inn, een uitgeblust optreden in Vera dat het allerlaatste van de inmiddels opgeheven groep zou blijken te zijn.

Zo is het met The White Stripes nog niet gesteld. Het duo gaf een pittig concert dat weliswaar niet helemaal de hype verklaart, maar wel duidelijk maakte waar de charmes van de groep in schuilten. Net als op de laatste cd White Blood Cells halen broer en zus White binnen het ogenschijnlijk beperkte kader van hun instrumentatie heel wat overhoop. Elementaire blues wordt afgewisseld met deuntjes die een grote verwantschap met de country of de Amerikaanse folktraditie doen vermoeden, en hakkende rock gaat hand in hand met pakkende pop-melodieën.

In de studio maakt het duo spaarzaam gebruik van overdubs, waardoor het in aanleg oersimpele geluid toch enige nuances krijgt. Live staan daar goed gekozen covers als Jolene van countryzangeres Dolly Parton en One More Cup Of Coffee van Bob Dylan tegenover, als om het brede achterland waaruit men put te benadrukken.

Op het podium stond een elektrische piano opgesteld, waarachter Jack White een enkele keer plaatsnam. Verder walste hij heen en weer tussen twee zangmicrofoons, waarvan er eentje goed was voor een echo-achtig geluid dat terugverwees naar de vroegste rockabilly. Aan zijn gitaar, al of niet bespeeld met een bluesy slide, wist hij een flinke klankenrijkdom te ontlokken, een effectieve tegen-

stelling met de even oersimpele als aanstekelijke ritmes van zuslief.

De amusementswaarde van The White Stripes zit in de jeugdige, onbevangen en brutale manier waarop men het erfgoed van de Amerikaanse muziek afstoft. Hun belang schuilt in de voortrekkersrol waarmee de groep, samen met een vergelijkbare sensatie als The Strokes, de wedergeboorte van de rock 'n' roll aankondigt.

Concert: The White Stripes. Gehoord: 23/11, Vera Groningen. Herhaling 4/12, Melkweg Amsterdam.

    • Jacob Haagsma