`Weinig eisen bestuurders pensioenen'

Ruim 40 procent van de Nederlandse pensioenfondsen stelt geen formele deskundigheidseisen aan nieuwe bestuurders. Het overgrote deel (89 procent) van de bestuurders krijgt niet apart betaald voor hun werk.

Bestuurders zijn formeel verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de Nederlandse pensioenfondsen, die bijna 1.000 miljard gulden beheren.

Deze uitkomsten van een onderzoek onder besturen van 206 pensioenfondsen staan in een rapport (Fund Governance in Nederland) van het Economisch en Sociaal Instituut van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Volgens de onderzoekers zijn de pensioenfondsen die op hun enqûete hebben gereageerd representatief voor de Nederlandse pensioenwereld.

,,Wat mij het meeste opviel is dat het vooroordeel dat je hoort, dat pensioenfondsen een gesloten wereld zijn, toch wel waar is'', zegt P. Risseeuw, die het onderzoek leidde. Het rapport constateert onder meer ,,een zekere zelfgenoegzaamheid'' bij de pensioenfondsbesturen. Zij zijn bijvoorbeeld ,,over het algemeen erg tevreden over hun beleggingsprestaties''. Het onderzoek is betaald door de beleggings- en adviesfirma Fran Russell.

De besturen van de pensioenfondsen moeten wettelijk worden gevormd door afgevaardigden van werknemers en werkgevers. ,,De polderpartijen leveren mensen voor de besturen, en die doen dat in werktijd of vakbondstijd. Er wordt qualitate qua gerecruteerd: je moet in de sector werken'', vertelt Risseeuw.

De toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) is vorig jaar begonnen met het toetsen van onder meer deskundigheid, maar kijkt daarbij niet naar individuele bestuurders, maar naar het collectief van het pensioenfondsbestuur.

Risseeuw heeft de indruk dat de Pensioen- en Verzekeringskamer met het intensievere toezicht ,,zegenrijk werk'' doet. ,,Het is de vraag of je als pensioenverzekerde blij moet zijn met de mengeling van niet vreselijk veel weten bij pensioenfondsbesturen én stevige ambities hebben''.

Met name bij kleine (minder dan 50 miljoen gulden vermogen) en middelgrote (tussen 50 en 500 miljoen gulden vermogen) lopen volgens het onderzoek bestuur, toezicht en directievoering door elkaar.

    • Menno Tamminga