Vechten voor erkenning

Ooit kwam hij uit de bus als het meest onbekende lid van de Tweede Kamer. Dat was begin jaren negentig. Vandaag stond de allang niet meer onbekende Rob van Gijzel, alias de Bijlmerboy voor de vraag of hij voortijdig uit de Tweede Kamer zou moeten vertrekken. Niet nóg een keer onder het juk door van fractievoorzitter Melkert en de rest van de fractie. Dat was zijn afweging.

Zijn positie werd onhoudbaar nadat vorige week fractievoorzitter Melkert besloot Van Gijzel het woordvoerderschap in de zaak van de bouwfraude te ontnemen. De vrees van de aanstaande lijsttrekker was dat Van Gijzel de kwestie te veel zou opspelen. Diplomatiek verklaarde Melkert dat de zaak, nu de relatie tussen minister en Tweede Kamer in het geding was, op een hoger politiek niveau gebracht diende te worden. `Chefsache' dus. Maar Van Gijzel beschouwde het als een desavouering.

Voor Van Gijzel was het in zekere zin een herhaling van de geschiedenis. Zijn naam zal voor altijd verbonden blijven aan de geruchtmakende parlementaire enquête naar de toedracht en de gevolgen van de vliegramp van 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer. Daarbij boorde een El Al-vrachtvliegtuig zich kort na het opstijgen in een flatgebouw en vielen 43 doden. Weliswaar had Van Gijzel zelf geen zitting in de enquêtecommissie, maar meer dan wie ook was hij het die aan de wieg hiervan stond door hardnekkig steeds weer om opheldering te vragen bij het kabinet. Daarbij ging het vooral om de aard van de lading die ook jaren later nog onduidelijk bleef. Toen de antwoorden hierop onbevredigend bleven, koos de Tweede Kamer uiteindelijk voor een enquête, die begin 1999 werd gehouden.

De afloop hiervan was echter al evenzeer onbevredigend voor Van Gijzel, die zich inmiddels tot zijn eigen ongenoegen de bijnaam `Bijlmerboy' had verworven. Van Gijzel drong samen met een paar PvdA-fractiegenoten aan op het vertrek van minister Borst (Volksgezondheid), die zijns inziens had gefaald bij de opvang van de Bijlmer-slachtoffers en hun familie in de jaren na de ramp. De meerderheid van de Tweede Kamer en ook van zijn eigen PvdA weigerde echter het vertrouwen in Borst op te zeggen.

Daardoor bleef de enquête uiteindelijk, tot grote teleurstelling van Van Gijzel, zonder politieke gevolgen. De PvdA'er maakte in de maanden daarna geen geheim van zijn diepe frustraties hierover. ,,Ik heb me vaak eenzaam gevoeld'', verklaarde hij destijds in een interview.

Ook voelde hij zich niet erkend. Als illustratie daarvoor zag hij de relatief, lage 43ste plaats op de concept-kandidatenlijst van de PvdA. Binnen de PvdA-fractie werd Van Gijzels geprofileerde optreden in de bouwfraude-kwestie door veel collega's beschouwd als een poging om met behulp van het PvdA-congres een hogere plaats te krijgen op de kandidatenlijst.

De nu 47-jarige van Gijzel kwam in 1989 voor het eerst in de Kamer. Als verkeersspecialist voerde hij felle discussies met de ministers Maij-Weggen en Jorritsma. Van Gijzel was begin jaren tachtig medewerker van de PvdA-fractie in het Europees Parlement. Ook was hij enkele jaren voorzitter van de Jonge Socialisten.