Soep uit de machine en pasta voor extra witte tanden

Het werk van de onderzoekers bij Unilever wordt meer en meer afgestemd op de markt. Ze kunnen zich steeds minder vrijheden veroorloven. Oorzaak is de toegenomen concurrentie. Bedrijven als Nestlé, Procter&Gamble en Unilever vechten hard om schapruimte in de supermarkt. Die strijd is harder geworden nu de wereldmarkt voor voedingsmiddelen amper meer groeit.

Dr. J. de Rooij heeft al veel zien veranderen bij Unilever R&D in Vlaardingen. Een van de meest ingrijpende dingen is de opsplitsing van het moederbedrijf in twee divisies, begin dit jaar. Unilever bestaat sindsdien uit een divisie die zich richt op voeding (Unilever Bestfoods) en een divisie die zich richt op waspoeder, zeep, huidverzorging en tandpasta (Home and Personal Care, HPC). De divisies hebben daardoor onderling veel minder contact. ,,Maar bínnen een divisie is er meer overleg tussen de wetenschappers en de mensen van marketing', zegt De Rooij, die hoofd is van de laboratoria in Vlaardingen en 1.400 mensen onder zich heeft. ,,Vragen uit de markt worden beter teruggekoppeld naar het laboratorium. En dat is hard nodig', zegt hij.

De opsplitsing is tekenend voor een trend waarin de markt een steeds grotere rol opeist. Ook voor de onderzoekers, en dat is nieuw. In het jaarrapport van 2000 meldde Unilever dat al het toekomstige onderzoek zal worden geconcentreerd op leidende merken, zoals Magnum (ijs), Lipton (thee en frisdranken), Dove (crème en zalf) en Omo (waspoeder). Het werk van de onderzoekers bij Unilever R&D wordt meer en meer afgestemd op de markt. Ze kunnen zich steeds minder vrijheden veroorloven.

Als voorbeeld van de `vermarkting' noemt De Rooij het Cup-a-Soup-project. ,,In de supermarkt zat het merk muurvast. De verkoop steeg amper', zegt hij. Maar dat veranderde toen Unilever een jaar geleden de Cup-a-Soup-machine introduceerde, een soort koffieautomaat die soep schenkt. Volgens De Rooij was de machine een succes, vooral bij kantoorpersoneel. Want dat kon snel en eenvoudig een kop warme soep nemen. Tegelijkertijd trok de verkoop in de supermarkt weer aan. ,,En Unilever ging ook anders tegen soep aankijken', zegt De Rooij. ,,Vroeger dachten we, Cup-a-Soup moet in een zakje zitten. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Je kunt het ook uit een apparaat laten komen.' Nu proberen schei- en natuurkundigen bij Unilever de samenstelling van het soeppoeder te veranderen, om het geschikter te maken voor de machine. ,,Het poeder klontert nog wel eens. Dat kan beter', zegt De Rooij. En volgens hem werkt men in Vlaardingen inmiddels ook aan een totaal nieuw soepconcept, maar daarover wil hij nog niks kwijt. ,,Het geeft echter aan dat onderzoek en markt dichter naar elkaar toe zijn gekropen', zegt hij.

Oorzaak van alles is de toegenomen concurrentie, meent De Rooij. Bedrijven als Nestlé, Procter&Gamble en Unilever vechten hard om schapruimte in de supermarkt. Dat gevecht is harder geworden nu de wereldmarkt voor voedingsmiddelen amper meer groeit, gemiddeld met nog maar een tot twee procent per jaar. Hetzelfde geldt voor zeep en waspoeder.

Bedrijven gaan daarom bijvoorbeeld bezuinigen op fundamenteel onderzoek. Want het is erg onzeker of dat wel iets oplevert voor de markt. Unilever gaf vorig jaar 2,6 miljard gulden uit aan onderzoek en ontwikkeling (R&D). Dat is 2,5 procent van de vorig jaar behaalde omzet, die 103 miljard gulden bedroeg. Van het R&D-budget gaat vijf procent naar onderzoek buitenshuis. ,,Maar bij sommige projecten loopt dat inmiddels op tot 50 procent', zegt De Rooij. ,,Bijvoorbeeld bij ons smaakonderzoek.'

Ook het personeelsbestand is veranderd onder invloed van het marktdenken. De Rooij herinnert zich dat er tien jaar geleden nog veel chemici in de laboratoria werkten. ,,Dat overwicht is verdwenen', zegt hij. In Vlaardingen werken nu bijvoorbeeld ook wiskundigen en biotechnologen. ,,We hebben psychologen en antropologen die het gedrag van de consument bestuderen. En neurofysici bestuderen de menselijke zintuigen. Ze kijken naar voorkeuren die mensen hebben wat smaak en geur betreft.'

Uit dat gedragsonderzoek blijkt onder andere dat de consument tegenwoordig niet alleen gemakkelijk, maar ook gezond wil eten. Daarom richtte Unilever vorig jaar het Unilever Health Institute (UHI) op, een instituut dat onderzoek doet naar gezonde voeding. Een aantal maanden eerder had de multinational bekendgemaakt dat men zich in de toekomst sterk gaat richten op gezonde voeding. Voor ruim 5 miljard gulden werd het Amerikaanse bedrijf SlimFast gekocht, dat gezonde maaltijdrepen en slankmakers produceert. De consument vraagt naar dergelijke producten. De markt voor gezonde voeding, ook wel functional foods geheten, bedroeg vorig jaar 70 miljard gulden en stijgt jaarlijks met tien procent. Het UHI groeide net zo hard mee. Het wetenschappelijk personeel is er de afgelopen jaren verdubbeld. ,,Er werken nu ruim 100 mensen', vertelt Weststrate, die hoofd is van het UHI. Zijn instituut is gehuisvest in barakken, ergens in een uithoek op het bedrijfsterrein. Maar volgend jaar verhuist het instituut naar het hoofdgebouw.

Weststrate erkent dat het onderzoek zich steeds duidelijker richt op de vraag van de consument. En die wil onder andere gezondheid. ,,We zoeken natuurlijke stoffen in ons voedsel die de gezondheid bevorderen', zegt de onderzoeker, terwijl hij een rondleiding geeft door enkele laboratoria. ,,Stoffen die de weerstand verhogen, het cholesterolgehalte en de bloeddruk omlaag brengen en het risico van aderverkalking tegengaan. Dat kunnen bekende stoffen zijn zoals vitamines en mineralen, of minder bekende, zoals anti-oxidanten en flavonoïden, die bijvoorbeeld in thee voorkomen.' Zo nu en dan blijft Weststrate even staan. Bijvoorbeeld bij een gloednieuwe robot, die reageerbuisjes vult en weer leegzuigt. Of bij een apparaat dat het effect van anti-oxidanten op de celgroei meet. Een paar jaar geleden stond veel van deze apparatuur er nog niet, zegt Weststrate.

Hij hoopt dat zijn onderzoeksbudget de komende jaren verder zal groeien. Er zijn genoeg prangende problemen. ,,Neem overgewicht', zegt hij. Volgens de statistieken lijdt één op de vier Nederlanders aan overgewicht en één op de tien aan ernstig overgewicht. Mensen bewegen steeds minder, terwijl ze meer eten. ,,Vetzucht is een majeur probleem aan het worden. Daardoor stijgt bijvoorbeeld ook het aantal mensen met suikerziekte. De kosten voor de maatschappij zijn groot. Ik vind dat er een nationale task force moet komen met verzekeraars, voedingsproducenten, overheid, medici en wetenschappers die zich inzet om dit probleem aan te pakken.'

Ondanks de sterke focus op gezonde voeding, gaat het onderzoeksgeld van Unilever niet alleen naar cholesterolverlagende margarine of weerstandverhogende thee. Integendeel. Van het R&D-bugdet gaat het grootste deel naar onderzoek aan waspoeder, zeep, huidverzorging en tandpasta. Dat vindt met name plaats in het Britse Port Sunlight. In Vlaardingen en Colworth concentreert men zich op voeding. De Rooij: ,,Op het gebied van zepen, waspoeders en shampoos heb je nog veel technologieën en nieuwe ingrediënten die gepatenteerd kunnen worden. Bij voeding hebben we die golf al gehad. Nieuwe emulgatoren en verdikkingsmiddelen zullen in de toekomst niet veel worden gepatenteerd. Maar misschien wel de gezondheidsbevorderende ingrediënten. Bij voeding gaat het tegenwoordig ook meer om concepten, om de vraag hoe je iets in de markt zet. Maar concepten zijn moeilijk te patenteren.'

De octrooienlijst van Unilever verraadt die voorkeur voor onderzoek aan zepen, waspoeders en deodorants. Zo verleende het Amerikaanse octrooibureau in 1999 een octrooi op een nieuw soort zeep. Hij bezit quick kill capacity: bacteriën worden binnen 60 seconden na gebruik van de zeep gedood. Er zijn recentelijk ook octrooien verleend voor een tandpasta die de tanden extra wit maakt, voor een bleekmiddel dat bij 25 graden Celsius (dus energiezuinig) kan worden gebruikt en voor deodorants met anti-zweet-eigenschappen. Stuk voor stuk toepassingen die een vraag uit de markt vullen.

Toch wil De Rooij waarschuwen voor het marktdenken. Het onderzoek moet zich volgens hem niet alleen maar met kortetermijnprojecten bezighouden. ,,Dan dreig je te oppervlakkig te worden.' Het is volgens hem goed om ook met langetermijnvisies te blijven werken. ,,We moeten blijven zoeken naar totaal nieuwe manieren om voedsel te verwerken, kleren te wassen, of tanden te poetsen.'