Recessie VS een feit, nu wachten op herstel

Het uitroepen van de recessie in de VS is het voorrecht van een kleine groep vooraanstaande en vooral eigenzinnige economen. Aan een periode van tien jaar groei is een einde gekomen. Maar herstel gloort alweer – in theorie.

Aanhoudend toenemende werkloosheid is een teken dat het niet goed gaat met een economie. Minder alarmerende economische gegevens wogen daar sinds maart onvoldoende tegen op. Daarom is er nu, na acht maanden zonder groei, sprake van recessie in de Verenigde Staten.

De tovenaars zijn niet geheimzinnig. Een meer officiële vaststelling dat de Amerikaanse economie in een recessie verkeert komt er niet. Het `Business Cycle Dating Committee' van het National Bureau of Economic Research (NBER) mag het zeggen. Zelfs de in binnen- en buitenland zo vereerde Federal Reserve Board raakt niet aan het voorrecht van deze onpartijdige onderzoeksinstelling (anno 1920) zonder winstoogmerk.

NBER-voorzitter en Harvard-hoogleraar Martin Feldstein en vijf andere economen onder voorzitterschap van Stanford-econoom Robert Hall vormen het comité dat op zelf gekozen tijdstippen het begin en het einde van Amerikaanse recessie-periodes vaststelt. Dat is zo gegroeid en niemand vecht hun werk serieus aan. De zes economen maken gebruik van het onderzoekswerk van zeshonderd eminente collega's in het hele land. Het enige doel van hun arbeid is `een beter begrip van hoe de economie werkt'.

Al maanden was het r-woord in omloop, zoals kandidaten voor de paus-opvolging fluisterend worden genoemd. Maar vrijdag besloot het Comité in een telefonische conferentie van een uur dat het zo ver was. Men oordeelde alle beschikbare gegevens voldoende eenduidig om een staat van recessie uit te roepen, en nog wel sinds maart. Gisteren kwam het vonnis.

De zes bekommeren zich niet om het meest gebruikte recessie-criterium (twee achtereenvolgende kwartalen negatieve groei van het bruto binnenlands product). Zij noemen het bbp-kwartaalcijfer `informatief', meer niet. Het comité kijkt naar alle relevante factoren en weegt die zoals hun economen-hart hun ingeeft. De ontwikkeling van de werkgelegenheid is de belangrijkste variabele. Werkelijke persoonlijke inkomens (minus uitkeringen) vormen het volgende criterium waar de recessiologen op letten.

Al met al was het een opmerkelijke groeifase en is het bezig een ongebruikelijke recessie te worden. De tien jaar groei (met gemiddeld 3,5 procent) hebben Amerika 25 miljoen banen opgeleverd. De huidige krimp valt op doordat de industriële productie met 6 procent is teruggelopen sinds de piek, meer dan de gemiddelde 4,6 procent van voorgaande zes recessies. De werkgelegenheid is minder teruggelopen dan tijdens vorige recessies. En de mensen die werken zien hun inkomen nog steeds stijgen. Dat maakt het beeld lastig te beoordelen.

De nu afgesloten periode van groei was met tien jaar de langste sinds de Tweede Wereldoorlog. De een na langste duurde van februari 1961 tot december 1969. De vraag die zich nu opdringt is: hoe lang gaat de krimpfase dit keer duren. De tien voorgaande periodes van recessie sinds begin 1945 duurden gemiddeld elf maanden. Zo zou de groei nu hervat kunnen worden in het eerste kwartaal van 2002.

Volgens sommigen, ook buiten de politiek, zijn de eerste tekenen al te zien. Dankzij de sterke autoverkopen kocht de consument in oktober 7 procent meer dan vorig jaar. Het aantal eerste aanvragen voor werkloosheidssteun is in november gaan dalen. Donderdag wordt dat cijfer opnieuw bekend gemaakt. Vandaag zou al blijken of het ook voorzichtig weer oplopende vertrouwen van consumenten verder is toegenomen. Maar hoe iedereen ook op alle curven tuurt en de burgers de winkel inpraat, niemand weet of de groei er echt weer in zit, of wanneer dat moment zal aanbreken.

Dat geeft politici ruimte hun versie van de waarheid met hernieuwde klem aan te bevelen. Zowel de Democraten als president Bush en zijn Republikeinen bezweren dat het uit moet zijn met het politieke gekibbel, en dat er snel een stimuleringsplan moet komen. Alleen kunnen zij zelf niet wijken van hun idee dat belastingverlaging niet, respectievelijk wel de sleutel naar hernieuwde groei is.

Naarmate de impasse langer duurt, gaan er meer stemmen op die betwijfelen of een stimuleringsplan nog wel nodig is. De Federal Reserve Board heeft de basisrente (die banken elkaar berekenen) dit jaar in stapjes verlaagd van 6,5 naar 2 procent. Daardoor kunnen de grote autofabrikanten kopers lokken met 0-procentsleningen en blijven hypotheken aantrekkelijk genoeg voor én de huizenkopers én de kredietverstrekkers. Of meer uitkeringen voor nieuwe werklozen (volgens het Democratische plan) of nog meer belastingverlaging voor de hogere inkomens en bedrijven (volgens president Bush) daar nog veel aan veranderen, is sterk de vraag. Afgaande op het verleden is de huidige recessie dichter bij haar einde dan bij haar begin.

    • Marc Chavannes