Politici moeten euro meer steun geven

Als op 1 januari de eurobiljetten en -munten in twaalf Europese landen in omloop komen, is een historische stap gezet. Toch is de burger nog niet doordrongen van het grote belang ervan. Volgens Raymond van Buuren komt dat doordat een hele generatie politici het heeft laten afweten.

De verwachtingen over de vraag hoeveel tijd gemoeid zal zijn met gewenning aan de euro, lopen sterk uiteen. De voorlichting van de overheden en centrale banken speelt hierbij een belangrijke rol, evenals de volksaard en instelling van de diverse bevolkingsgroepen binnen het eurogebied.

In het algemeen ligt de voorlichting behoorlijk op schema. Zeker in Nederland heeft de overheid zich flink ingespannen om iedereen te informeren. Het voorlichtingsmateriaal is zelfs ontwikkeld in diverse talen, om bijvoorbeeld culturele minderheden extra aandacht te geven in de informatievoorziening.

De eurovoorlichting stelt informatieoverdracht centraal. Dat is op zichzelf al een enorme taak. Het gaat om heel complexe materie die enerzijds om volledigheid vraagt en anderzijds begrijpelijk en toegankelijk moet blijven. Daarbij kent de Nederlandse overheid een traditie van terughoudendheid in het kleuren van de werkelijkheid of het aanpassen van de toon om zieltjes te winnen, zelfs als dit de acceptatie van de boodschap zou vergemakkelijken.

Dit alles richt zich op de praktische kant. Voldoende informatie leidt immers tot vertrouwen en voorkomt problemen in het dagelijkse economisch verkeer. Hoewel de voorlichtingstak van de overheden zich hiermee van zijn taak kwijt, blijft er toch een enorme schraalheid om de komst van de euro hangen. Dat het een historische stap is, wordt nu vooral gerelateerd aan de feitelijke situatie die ontstaat door de creatie van één enkele valuta in een groot, belangrijk marktgebied. Over het schetsen van historisch perspectief of het geven van een context en visie vanuit het rijke gedachtegoed dat in de jaren na de Tweede Wereldoorlog bezit van ons nam, horen we eigenlijk niemand meer.

Nauwelijks eenderde van de Europese bevolking gelooft dat de euro zal bijdragen aan economische groei of prijsstabiliteit. Dat is aangetoond door de laatste rapportage van de Eurobarometer, het vanuit Brussel uitbestede permanente onderzoek onder Europese burgers met betrekking tot de euro. Het antwoord op de vraag of de euro meer voordelen dan nadelen heeft, levert een krappe positieve score op. Teleurstellend laag is ook de instemming met de gedachte dat de euro ons helpt ons een beetje meer Europeaan te voelen.

Kan dit de burgers worden verweten? Nee, het is eerder zo dat een hele generatie politici het laat afweten.

Politici zien zichzelf als een beroepsgroep. Politiek bedrijven is niet langer een bezigheid die voortkomt uit een roeping; men stapt er niet in met een missie. Politiek is een vak geworden waarin je carrière maakt door het volgen van allerlei trainingen. De trainer leert om vooral naar de opiniepeiling van dat moment te kijken alvorens een standpunt uit te dragen. Immers, inspelen op de vraag leidt tot hogere omzet – ergo een populair standpunt levert meer aanhang op bij het electoraat. Dat er inmiddels een klasse van bestuurders is ontstaan die niet ver vooruit wil kijken, maar pragmatisch de agenda per week vaststelt, maakt ook de euro tot een vooral technisch hamerstuk.

Naïviteit is niet op zijn plaats en het politieke bedrijf zal wel niet veranderen. Ik geloof echter dat de euro nieuwe kansen biedt aan politici. Het wordt voor hen steeds veiliger om hartgrondig en overtuigend pro-euro te zijn.

Allereerst omdat het hoort bij mensen om zich over te geven aan een niet-afwendbare realiteit. Veel belangrijker nog: na 11 september beleven we toch een beetje de renaissance van het naoorlogse besef dat wij in Europa een gemeenschappelijk hoger goed hebben. Daarom is het op dit moment zelfs zeer wenselijk de euro meer te laten zijn dan een nieuwe munt.

Ten tijde van Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie in de periode 1985-1995, werd met geestdrift via verdragen de basis gelegd voor een Europa van voorspoed, vrede en veiligheid. Net als toen kan nu de komst van de fysieke euro als tastbaar en niet langer intellectueel abstract symbool een nieuw elan geven. Aan het besef dat wij bepaalde waarden en beginselen omarmen, zoals inspraak, tolerantie, pluriformiteit en rechtsgelijkheid, die uitstijgen boven puur nationale belangen en die het verdedigen waard zijn.

Politici moeten inzien dat de euro fantastische kansen biedt. Kansen die morele identificatie, lotsverbondenheid en houvast verschaffen. Zaken die mensen graag willen omarmen.

Het is natuurlijk nog niet duidelijk in welk tempo en in welke vorm de Unie zich uitbreidt. En hoe uiteindelijk de balans zal liggen tussen onze rijke culturele diversiteit en wettelijke uniformiteit. Of tussen bureaucratische centralisatie en decentralisatie. Maar politici mogen zich niet verschuilen achter deze open vragen.

De eerstvolgende top van de Europese Unie in Laken, medio december net voor `E-day', biedt de politieke elite een unieke, laatste kans de Europese burgers nog eens duidelijk te maken hoe belangrijk de komst van de nieuwe munt is voor stabiliteit, voorspoed en veiligheid in Europa.

Raymond van Buuren is namens de internationale communicatiegroep Publicis verantwoordelijk voor de `Euro 2002 Informatiecampagne' van de Europese Centrale Bank.