Peter Verhelst schrijft bevroren vuurwerk

Tijdschriften waarin het oeuvre van één schrijver centraal staat, oefenen op literatuurliefhebbers een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Bzzlletin is gespecialiseerd in dergelijke themanummers, die zich bewezen hebben als degelijke naslagwerken. Deze keer is de Vlaming Peter Verhelst (1962), auteur van onder andere de gelauwerde roman Tongkat, aan de beurt.

Aanleiding is de verschijning van Verhelsts novelle Memoires van een luipaard, die evenals de rest van zijn uit romans, gedichten en toneelstukken bestaande oeuvre nogal moeilijk toegankelijk is. In het openingsessay van Yves van Kempen wordt meteen duidelijk waarom het zo lastig is erin door te dringen. Het gaat om boeken die zich weinig gelegen laten liggen aan een conventionele manier van vertellen en in geen van de romans `wordt zelfs maar de suggestie van een lineair verhaal aangehouden'.

Van Kempen is duidelijk een liefhebber van Verhelst, zozeer dat hij diens zintuigelijke schrijfstijl overneemt: `Vertellen is voor hem vooral het ontsteken en laten ontploffen van een ideeënvuurbal, van een samengebald geheel in vele afzonderlijke delen, een briljant vuur van woorden, zinnen, vergelijkingen, fragmenten, scènes en associaties [...] waarachter zich een samengesteld verhaal schuilhoudt, of beter: waarin een reeks van mogelijke verhalen wordt gesuggereerd. [...] Zijn proza knettert en spettert, en bekommert zich niet om de sissers en missers want die zijn er ook.'

Behalve rake typeringen bevat dit essay een inventarisatie van Verhelsts thema's en geeft het inzicht in zijn fascinatie voor beeldende kunst, in het bijzonder de schilderijen van Francis Bacon. Op de overeenkomsten tussen de binnenstebuiten gekeerde naakten van Bacon en het proza van Verhelst wordt overigens in alle bijdragen gewezen.

In het essay De wanhoop van een chaoskunstenaar typeert Arie Storm Verhelsts werk als `bevroren vuurwerk', zonder uit te leggen wat hij daarmee bedoelt. Duidelijker is hij over de stijl van Verhelst: `Die is in al zijn zintuigelijkheid wel bijzonder, maar al die korte zinnetjes hebben ook iets kortademigs. [...] Hij beneemt je door verstikking de adem.'

De meest doorwrochte bijdrage is van de hand van Marc Reugebrink, die Verhelst neerzet als postmodernist en zichzelf als een lezer die het postmodernisme oninteressant vindt. Aan zulke lezers zijn de romans van Verhelst eigenlijk niet besteed, omdat zij blijven zoeken naar een betekenis, terwijl de auteur die er uitdrukkelijk niet in heeft willen leggen. Of toch wel?

Natuurlijk zoek je als lezer van Tongkat bijvoorbeeld naar de betekenis van de vele verwijzingen naar de Baader-Meinhofgroep, en in dat opzicht komt Reugebrink tot een verrassende conclusie. Volgens hem is Verhelst behept met een (aan terroristen verwant) doorgedreven zuiverheidsverlangen. `Wie de ironie van het postmodernisme niet ziet en Verhelst is veel, maar nooit ironisch, lijkt nergens distantie tot zijn eigen zuiverheidsverlangen te hebben is uiteindelijk een gelovige die de bestaande zingevingsparolen vernietigt uit naam van een ultieme Zin.'

Hier zou ik Verhelsts reactie wel eens op willen horen, maar een interview met de auteur ontbreekt. In een themanummer als dit mag dat een omissie genoemd worden.

Bzzlletin. Literair magazine. Jaargang 31, nr.279. Uitg. BZZTôH. Prijs ƒ17,50

    • Elsbeth Etty