Nu niet naar Irak

New York Times

De regering Bush zou een ernstige fout begaan als ze zou voorstellen de oorlog uit te breiden tot Irak.

De eerste reden is dat de missie van Amerika in Afghanistan nog lang niet voorbij is. Osama bin Laden en veel andere leiders lopen nog vrij rond, buiten de steden houden er nog Talibaan-strijders stand en ook in enkele steden hebben sommigen zich verschanst. Bovendien is men nog maar net begonnen met de vorming van een stabiele regering. Zolang dat allemaal nog niet is opgelost, zal Afghanistan een potentiële thuisbasis blijven voor internationaal terrorisme.

De internationale coalitie die Washington heeft gevormd, moet in stand worden gehouden om het werk in Afghanistan af te maken. Oorlog met Irak zou op dit moment vrijwel zeker het einde van die coalitie inluiden. [...]

Een oorlog in Irak zou ook iedere mogelijkheid wegnemen die er nog bestaat om het geweld tussen Israëliërs en Palestijnen te temperen en om een nieuwe poging te doen een duurzame vrede tot stand te brengen. [...]

Bovendien kan Saddam rekenen op een trouw en groot leger dat met modernere en dodelijker wapens is uitgerust dan de Talibaan ooit hebben gehad. Zijn machtscentrum, Bagdad, is een uitgestrekte metropool die zich niet leent voor de bijzondere operaties die de Amerikaanse troepen op dit moment in Afghanistan uitvoeren.

Een ander essentieel verschil is dat de Verenigde Staten het zouden moeten stellen zonder een doeltreffende lokale bondgenoot als de Noordelijke Alliantie in Afghanistan. Het Iraakse Nationale Congres, de paraplu waaronder de door Washington gesteunde oppositie zich heeft gegroepeerd, is een door vetes verscheurde verzameling politici in ballingschap die niet over een leger beschikken. Het enige militaire alternatief met een beetje realistische kans van slagen is het inzetten van een verpletterende hoeveelheid Amerikaanse grondstrijdkrachten. Het kost maanden om een dergelijk leger op te bouwen en te vervoeren en Washington hoeft er nu niet op te rekenen dat het gebruik kan maken van bases in Saoedi-Arabië, wat voor de Golfoorlog wel kon.[...]

Washington moet nu alles op alles zetten om een sterkere binnenlandse oppositie in Irak op te bouwen. De veiligheidstroepen van Saddam zijn gruwelijk effectief, maar er zijn honderdduizenden ontevreden Irakezen, met name onder de sjiitische minderheid in het zuiden en de Koerdische minderheden in het noorden, die in 1991 de strijd aanbonden met Bagdad maar door Washington in de steek werden gelaten, en waarschijnlijk ook onder de soennitische Arabieren.

Ondertussen moet Washington zoveel mogelijk militaire en diplomatieke druk uitoefenen op Bagdad. De verbeterde betrekkingen met Rusland zouden kunnen worden aangewend om beter uitvoerbare economische VN-sancties op te leggen.

De ervaring van meer dan twintig jaar leert dat Saddam Hussein niet gauw een fatsoenlijke wereldburger zal worden. Alle pogingen om hem te verjagen kunnen beter wachten tot de dag dat de Verenigde Staten kunnen rekenen op de sterke en effectieve steun van oppositionele krachten in Irak.