Juliana dreigde af te treden

Toenmalig koningin Juliana heeft in 1968 tegenover minister-president Piet de Jong gedreigd met aftreden. Ze was er niet over te spreken dat haar privé-leven steeds verder werd ingeperkt. Directe aanleiding was het voornemen van het kabinet het hofpersoneel in dienst van het rijk te nemen.

Dit staat in de vanmiddag gepresenteerde biografie van De Jong, Van buitengaats naar Binnenhof, geschreven door de Nijmeegse historici J.W.Brouwer en J.van Merriënboer.

De Jong wilde indertijd `een belangrijk deel' van de kosten van het koninklijk huis onder de ministeriële verantwoordelijkheid brengen en zodoende onder de controle van het parlement.

Onderdeel van dat plan was het overhevelen van het hofpersoneel naar de rijksdienst. Het hofpersoneel, dat hiermee zijn bijzondere status dreigde te verliezen, verzette zich hier fel tegen.

Het gevolg was dat de koningin terugkwam op haar eerdere instemming met dit voornemen. De Jong protesteerde hiertegen.

Het was hem door middel van informeel overleg met de fractievoorzitters juist gelukt voldoende steun in de Tweede Kamer te verwerven voor zijn plannen.

De Jong, die enige tijd een speciaal dagboekje voor politieke crises bijhield, schreef in februari 1968 over Juliana: ,,Op een gegeven ogenblik, naar aanleiding van klacht dat haar privéleven hoe langer hoe meer wordt ingeperkt zei ze: `Op een goed ogenblik hou ik er mee op en Beatrix doet het dan ook niet'. Heb dit genegeerd en ben er niet op ingegaan.''

Overigens liet De Jong later, nadat een commissie van goede diensten aan het werk was geweest, zijn plan wel vallen. Daarbij speelde ook een rol dat oppositieleider Den Uyl geen bezwaar had. Voor De Jong was dit een grote verrassing.

In zijn dagboekje schrijft hij: ,,Ben benieuwd wie dit bij hem heeft bepleit. Naar gevoel dat ik geheel word omspeeld.''