Het wonder van de eerste films

Een kikker zwemt, een boot vaart door de Prinsengracht, een meisje voert duiven. Het zijn dingen die lang geleden ook al gebeurden. Ze zijn vaak gefilmd, maar misschien wel voor het eerst in 1899.

Tijdens het International Documentary Film Festival wordt bij een aantal documentaires een bijzonder voorprogramma vertoond. Het betreft compilaties van korte films uit de laatste jaren van de negentiende en de beginjaren van de twintigste eeuw. Ze werden in de jaren tachtig teruggevonden in het Nederlands Filmmuseum en het Engelse National Film Archive en zijn nu gerestaureerd en door Nico de Klerk van het Filmmuseum verwerkt tot elf compilaties van elk ongeveer twintig minuten.

De driehonderd gevonden films werden met een speciale 70 mm camera gemaakt en gedistribueerd door de Engelse vestiging van het Amerikaanse Mutoscope and Biograph Company. In Londen werden de films vertoond in het Palace Theatre als onderdeel van een show waarin ook allerlei live variété te zien was. Ook het filmprogramma zelf was gevarieerd. Er werd van alles door elkaar vertoond, feiten en fictie, kluchten en reclames, militaire parades en olifanten in de dierentuin.

Volgens bewerker Nico de Klerk hadden de programma's toch een zekere opbouw. Eerst kwamen de luchtige onderwerpen aan de beurt, later de ernstige, waarin vaak koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders werden getoond. Het programma eindigde vaak met een phantom ride, een filmpje waarvoor de zware Biograph camera op een trein was vastgemaakt. Een heel mooie is een rit over de Brooklyn Bridge in New York uit 1899, waarbij de kijker zich de bestuurder kan wanen, die tussen twee gangen van ijzeren kant langzaam maar zeker de andere oever bereikt. De films zijn door De Klerk op thema's als `visual attractions' en `adressing the audience' gerangschikt.

De interessantste films uit de verzameling zijn op het eerste gezicht de oninteressantse. Ze spreken over wat voorbij gaat en wat hetzelfde blijft, en ze doen weer beseffen wat een wonder het geweest moet zijn om voor het eerst een film te zien. Je kon een kikker zien zwemmen die er niet was, je kon in Londen over de Prinsengracht varen.

Huiveringwekkend aandoenlijk zijn soms de blikken van mensen die zich voor het eerst gefilmd wisten. In een in Engeland opgenomen filmpje uit 1899 van een halve minuut de gemiddelde lengte van de films zien we een menigte mannen met hoeden en petten op door elkaar lopen. Ze hebben de camera niet in de gaten. Maar in de warrelende menigte is er één man met een snor en een hoed die ernaar kijkt en dus ons aankijkt en blijft aankijken. Wie is hij?

Van vóór 1900 is over de hele wereld nog maar een paar uur film bekend. Een halve minuut daarvan wordt dankzij Mutoscope and Biograph ingenomen door een man die met een paard aan het worstelen is. Deze circusact is misschien niet wat wij nu het liefst uit die tijd op film overgeleverd hadden willen hebben. Maar bij gebrek aan beter is het heel goed.

IDFA, t/m 2 dec in City en Filmmuseum, Amsterdam. Inl. (020)6261939 of www.idfa.nl