Bonus voor werk in zorg en onderwijs

De ministers Hermans (Onderwijs) en Borst (Volksgezondheid) willen studenten die een opleiding volgen tot leraar of verpleegkundige een bonus geven als zij hun opleiding afronden en het beroep gaan uitoefenen waarvoor ze hebben geleerd. Daarmee hopen zij de personeelstekorten in het onderwijs en de zorg te bestrijden.

De beide ministers schrijven dit in een brief aan de Kamer. Tijdens de algemene politieke beschouwingen na prinsjesdag stelde de Tweede Kamer voor het collegegeld voor studenten in de zorg en het onderwijs te verlagen of af te schaffen. De ministers vinden dat niet de beste oplossing. ,,Het effect van de hoogte van het collegegeld op de studiekeuze is verwaarloosbaar'', schrijven zij. Een recent onderzoek van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek bevestigt dat.

Hermans en Borst stellen voor andere bonusvormen te onderzoeken: de wervingspremie en de bindingspremie zijn bedoeld om studenten te lokken naar een baan in de zorg en het onderwijs, en vooral hen daar ook te houden.

Slechts de helft van de studenten gaat na de lerarenopleiding aan de slag als leraar. En van degenen die instromen verlaat een kwart binnen vijf jaar weer het onderwijs. Van de afgestudeerde verpleegkundigen vertrekt de helft na anderhalf jaar werken. Met een premie in het vooruitzicht zullen deze uitstromers wellicht toch blijven.

De `instroomcommitmentpremie' is gekoppeld aan het collegegeld. De student hoeft bij deze variant geen collegegeld te betalen als hij in ruil daarvoor zijn opleiding afrondt én een baan zoekt als leraar of verpleger. Overigens waarschuwen de ministers de Kamer dat deze bonussen ,,een fors beslag zullen leggen op de begrotingen van zorg en onderwijs.''