Banken krijgen gele kaart

Tot het laatst probeerden ze hun gelijk te halen. Geld overmaken in de EU kon pas in 2006 wel goedkoper. De banken verloren.

Ondanks een zware lobby hebben de Europese banken het pleit verloren. Tot op het laatst probeerden ze het plan van de Europese Commissie te torpederen om grensoverschrijdende eurotransfers snel goedkoper te maken. Zelden heeft het bankwezen de publieke opinie zo onderschat. Voor de Europese burger is de eurozone immers één betalingsgebied, wanneer hij op 1 januari 2002 het eurogeld in z'n portemonnee heeft. Toch presenteerden de banken hun eigen voorstel om het probleem pas in 2006 op te lossen als een ,,belangrijke doorbraak''.

Het commentaar van Eurocommissaris Bolkestein (Interne Markt) was hard: ,,Zulke beloften heeft de Commissie al twaalf jaar gehoord.'' Europarlementarier en rapporteur K. Peijs (CDA), die steeds een actieve rol speelde, sprak van een ,,losse flodder''. De banken hadden zich in Brussel al weinig populair gemaakt door nog lang hoge kosten bij het wisselen van valuta's te blijven rekenen, ondanks het weggevallen koersrisico door de invoering van de euro in 1999. Het besluit van de EU-bewindslieden voor Interne Markt is een harde terechtwijzing van de banken.

Twee maanden geleden leek het nog een dubbeltje op z'n kant. De ministers van Financiën toonden zich gevoelig voor de bankenlobby en besloten een studie van de Europese Centrale Bank (ECB) te vragen over de betalingsinfrastructuur. Minister Zalm verwierp Bolkesteins ontwerpverordening zelfs als een onwelkome prijsmaatregel. Maar Bolkestein kreeg vorige maand tijdens de top in Gent belangrijke steun van de Europese regeringsleiders, die meer gevoel voor het publieke sentiment hadden dan hun ministers van Financiën.

Ze verzochten de bewindslieden voor Interne Markt snel een oplossing te vinden op basis van Bolkesteins voorstel. Het Europarlement stemde twee weken geleden met overgrote meerderheid in met de ontwerprichtlijn.

De ECB gaf vorige week in haar rapport over de betalingsinfrastructuur aan dat eind 2004 alles technisch op orde kon zijn. Maar daarop wilden de ministers van Interne Markt en het Europarlement niet meer wachten. Als de banken door gebrekkige netwerken en standaarden meerkosten hebben, moeten ze die volgens hen maar zelf dragen. Ook de ECB richtte een verwijt aan de banken. ,,De banken hebben het politieke belang van het probleem niet gezien'', zo staat in het ECB-rapport. Critici wijzen trouwens ook naar de ECB zelf, die te weinig druk op de banken uitoefende.

Banken lieten eerder doorschemeren Bolkesteins verordening eventueel als prijsmaatregel bij het Europees Hof aan te vechten. Maar juristen achten dat kansloos, omdat de verordening een interne-maatregel is en slechts het gelijktrekken van tarieven afdwingt. In theorie kunnen banken binnenlandse tarieven verhogen. De verordening probeert dat te voorkomen door transparantie voor consumenten te eisen, wat de concurrentie bevordert. Bovendien maken grensoverschrijdende geldtransacties slechts 1 procent van alle transacties uit, waardoor de totale kosten voor de banken beperkt blijven.

Naast de consument wint ook de Europese Commissie, die immers het `Europa van de burger' hoog in het vaandel voert. Een heel opvallende rol speelde ook het Europees Parlement, dat in deze publieksgevoelige kwestie zijn medebeslissingsrecht effectief gebruikte. Rapporteur Peijs vond de reactie van staatssecretaris D. Benschop dat het parlement had ,,meegeteld'' dan ook te zuinig. ,,De ministers gingen tandenknarsend akkoord, wij hebben de kastanjes uit het vuur gesleept'', onderstreepte Peijs.