2 Meldplicht

De landelijke deken der advocaten Guensberg heeft zich tegen een meldplicht van witwaspraktijken verzet (NRC Handelsblad, 8 november). De docent rechtsfilosofie bij de Universiteit van Amsterdam Kaptein juicht zo'n meldplicht juist toe (NRC Handelsblad, 13 november). Beide auteurs gebruiken in hun betoog het begrip `rechtzoekende', dat in deze context tot verwarring kan leiden. Wie een strafbaar feit heeft gepleegd en zich tot een advocaat wendt, doet dat niet omdat hij het recht zoekt, maar omdat hij graag buiten schot wil blijven.

Onze huidige rechtspleging kent niet altijd een bevredigend verloop. Daarvoor zijn twee met elkaar samenhangende oorzaken aan te wijzen: overbelasting en kennistekort bij het openbaar ministerie. Overbelasting kan tot vormfouten leiden die straffeloosheid tot gevolg kunnen hebben. Het is nochtans de plicht van een advocaat op die vormfouten de aandacht te vestigen, ook als dat tot het vrijlaten van een gevaarlijke crimineel zou leiden.

Een ander gevolg van overbelasting kan zijn, dat het OM van alle soesa van strafvervolging (horen van getuigen in het buitenland) af is door met de verdachte een financiële schikking te treffen, waarvan het schikkingsbedrag ongeveer gelijk is aan de geldboete waartoe de dader in geval van vervolging vermoedelijk veroordeeld zou worden. De advocaat die zo'n schikking nastreeft dient het belang van zijn cliënt, maar het systeem zelf dat de mogelijkheid van gevangenisstraf uitsluit riekt naar klassenjustitie. De kleine man gaat in de nor, de grote jongen betaalt en steekt een verse sigaar op. Niet alleen overbelasting, ook kennistekort kan het OM parten spelen.

Wie zich als advocaat op grond van studie en ervaring in de behandeling van economische misdrijven is gaan specialiseren, rekent daarvoor een hoog uurtarief, dat voor zijn cliënt als kapitaalkrachtige witteboordencrimineel geen bezwaar behoeft te zijn. De overbelaste officier die hij tegenover zich vindt, heeft nog ander werk te doen en mist daardoor vaak die gespecialiseerde kennis en ervaring. Hij vormt niet altijd een gelijkwaardige tegenpartij van de gespecialiseerde advocaat. De overheid kent het verschijnsel en tracht althans door bijscholing het evenwicht te herstellen. Als de overheid erin slaagt de overbelasting bij het OM te verminderen en door `éducation permanente' de juridische kwaliteit te verbeteren, zijn we op de goede weg.

Maar rechtsfilosoof Kaptein wil meer. Inperking van het beroepsgeheim zodra de balie op witwaspraktijken stuit. De advocaat als verlengstuk van het OM? Een onzalige gedachte. De goede bedoelingen van de heer Kaptein worden door mij niet in twijfel getrokken, maar het systeem dat hij propageert, vormt een ondermijning van de rechtsstaat.

    • H.M. Voetelink
    • Oud-Deken van de Orde van Advocaten