1 Meldplicht

`Montesquieu en Kaptein filosoferen' (NRC Handelsblad, 13 november), schrijft advocaat Quant in NRC Handelsblad van 20 november. Confidentialiteit vindt volgens hem geen grond in de onbegrijpelijkheid van het recht voor gewone mensen (die niet weten wat juridisch belangrijk is en wat niet en dus alles moeten kunnen vertellen, ook wat niet zonder schade naar buiten kan komen), wél in drie andere factoren: toegang tot het recht voor iedereen, een eerlijk proces en de mogelijkheid om met gelijke wapenen te strijden. Allemaal mooi en loffelijk, maar waarom hebben burgers daartoe advocaten nodig? Zonder advocaten geen problemen van confidentialiteit.

Quant wil niet, maar moet wel: het eens zijn met mijzelf en Montesquieu (die overigens wel meer van onze rechtsstaat bedacht schijnt te hebben): advocaten zijn de juridische `vertalers' van burgerbelangen in juridische rechten, alleen en uitsluitend omdat gewone mensen hun juridische gelijk niet op eigen kracht kunnen halen. Het gaat om dat gelijk, om die rechten, niet om confidentiële advocatuur als zelfstandige waarde.

Daarom moet afweging van rechten de meldplicht-discussie bepalen. De vraag is of de rechtsbedeling mét gekwalificeerde confidentialiteit (bv. door zorgvuldig ingeklede witwas-meldplichten) beter af is dan zonder.

Ik denk van wél (met Montesquieu, die tenminste postuum aan mijn kant staat), Quant denkt van niet. Maar waarom niet en op grond van welke afwegingen, dat wordt uit zijn bijdrage niet duidelijk.