Vol is vol

De tellingen lopen uiteen, maar rond de Hippolytusbuurt in Delft zijn op korte afstand van elkaar toch zeker tien uitzendbureaus gevestigd. Dat is geen toeval. De uitzendbureaus laten de voordelen van een gezamenlijke toplocatie zwaarder wegen dan het risico dat toegestroomde klanten de verkeerde deur kiezen. Niet iedereen is daar gelukkig mee. De Hippolytusbuurt maakt deel uit van het gemeentelijke kernwinkelgebied en de route van het gewilde publiek wordt volgens sommige winkeliers hinderlijk onderbroken door de uitzendbranche. Zij klagen over gebrek aan klanten. Ook bewoners vinden het niet gezellig. Laatst stormde een vrouw woedend een net geopend bureau voor secretaresses binnen, smeet de deur weer dicht en scheldend op het woekerende fenomeen uitzendbureau liep ze weer weg.

De gemeente is zich van het gevaar van monocultuur bewust en komt nu, in het nieuwe bestemmingsplan, met een instrument om de variatie te waarborgen: het functielimiteringssysteem. In elke straat mag nog slechts een beperkt aantal functies samen worden aangeboden. Te sterke groei van horeca, detailhandel, dienstverlening of kantoren schaadt het unieke karakter van de binnenstad en moet worden beperkt, zo staat er. Wie het eerst komt, die het eerst maalt. En vol is vol.

Het functielimiteringssysteem moet een bijdrage leveren aan het leefbaar houden van de binnenstad. Een teer punt in Delft. De gemeente worstelt al jaren met de vraag hoe enerzijds de economische dynamiek binnen de perken te houden en hoe anderzijds van het pittoreske centrum geen openluchtmuseum te maken. Delft is al dertig jaar beschermd stadsgezicht maar er valt heus wel iets te beleven, wil het gemeentebestuur uitstralen. De bezienswaardigheden trekken jaarlijks 700.000 bezoekers. Dat is een stabiel getal. De groei moet de komende jaren vooral komen van kooptoeristen uit de regio.

De bewoners van de binnenstad reageren gematigd positief, zo blijkt op een informatiebijeenkomst over het bestemmingsplan. Ze hebben er begrip voor dat in hun internationaal vermaarde centrum de regeldichtheid groot is. Dat je zonder gemeentelijke vergunning nog geen spandoek mag ophangen. Dat je voor het aanleggen van een zitkuil in je tuin toestemming moet aanvragen. Dat neon aan de gevels wordt beperkt. Wel vragen sommigen zich af waarom er vrijwel geen auto's van bezoekers meer in het centrum worden toegelaten.

De meeste zorgen maken de bewoners van de studentenstad zich nog steeds over de toename van de horeca. Bewoners vertellen wat ze 's nachts zoal meemaken met cafégangers in kennelijke staat. Van hen mag er best wat minder vaak worden overgegeven. En de stank van de gistfabriek aan de noordrand van het centrum? Daar raak je aan gewend, het valt wel mee, zeggen ze.