Van Gaza naar Beiroet, een reis met wat probleempjes

Ha leuk, dacht ik toen ik correspondent werd: de hele dag stukjes schrijven. Wat ik niet wist was hoeveel van mijn werktijd verloren zou gaan aan onzin op vliegvelden, ambassades en bij grensovergangen. Voor het geval u zelf denkt over een stap in de wereld die correspondentschap Midden-Oosten heet, vergezel mij van Gaza in de bezette Palestijnse gebieden naar mijn woonplaats Beiroet.

Het begint om 07.00 uur. Het vliegveld in Gaza is door Israël gesloten, dus neem je een taxi naar de Eretz-overgang met Israël. Eerst schrijft een Palestijnse soldaat je naam in een groot boek, als hij tenminste niet even thee is gaan drinken – dan mag je meteen doorlopen. Dit laatste moet letterlijk worden genomen. Het is ongeveer een kilometer lopen naar de Israëlische grensovergang.

Terwijl je met je bagage door een soort Berlijnse-Muur-achtige gang zeult, houden de Israëlische mitrailleurs je goed in de gaten, klaar om je neer te maaien, mocht dat nodig zijn. Security, mister.

Na wat gestempel en gescreen staat aan de Israëlische kant van Eretz een taxi klaar, als het goed is, die je naar de luchthaven Ben Gurion brengt. Deze taxi is geregeld door het hotel in Gaza en wordt bestuurd door een Israëlische Arabier. Voor de ingang van Ben Gurion worden standaard alle Arabische chauffeurs door beveiligingspersoneel uit de file gepikt voor extra inspectie. Voor 11 september kon ik daar heel boos over worden, nu weet ik het ook niet meer.

Je moet in Israël drie uur voor de vlucht aanwezig zijn, zodat je een uur in de rij kan staan voor de veiligheidscontrole: heeft u in uw bezit een wapen of iets dat daarop lijkt? Wie heeft uw bagage ingepakt? Is alles in deze koffer van u? Was uw bagage de hele tijd bij u? Wat doen al die Arabische visa in uw paspoort? Kent u Arabieren persoonlijk? Over een paar aanslagen gaan we dat op Schiphol ook krijgen.

Vervolgens het vliegtuig. Nee, niet naar Beiroet want het enige vliegverkeer tussen die twee landen bestaat uit Israëlische gevechtsvliegtuigen. Ook de landgrens tussen Israël en Libanon zit potdicht, dus zit er niets anders op dan te vliegen via Amman in Jordanië, het land dat wel vrede en dus luchtverbindingen met Israël heeft. In Amman aangekomen peuter ik zorgvuldig alle stickers van de Israëlische veiligheidscontrole van mijn koffers, want wie in Libanon wordt betrapt op een bezoek aan Israël wordt direct het land uitgezet of opgesloten wegens spionage. Vandaar dat je in Israël je stempels op een apart papiertje kunt krijgen, een papiertje waarvan ik zeker drie keer per dag denk dat ik het kwijt ben. Pa-niek!

Vliegen via Jordanië is het best-case-scenario. Want als er geen vliegtuigen gaan moet je over land. Het probleem is dat je op de grensovergang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië geen visum kunt kopen, want Jordanië beschouwt de Allenbybrug op de Westelijke Jordaanoever niet als een echte grens. De Westelijke Jordaanoever is immers bezet Palestijns gebied. Dus moet je een visum halen op de Jordaanse ambassade in Tel Aviv, maar zo'n visum vermeldt de plaats van uitgifte. En dat is weer een bewijs dat je in Israël bent geweest. Oplossing: twee paspoorten. Nadeel: een Jordaanse visum aanvragen kost een hele werkdag. Alternatief: via Bet Shan in Noord-Israël rijden waar een `echte' overgang is met Jordanië en je dus wel een visum kunt kopen. Nieuw Nadeel: het is vier uur om.

Ben u daar nog? Mooi want we zijn er nog lang niet. Je kunt in Israël geen ticket laten uitschrijven naar Beiroet want dan kunnen de Libanese autoriteiten zien waar je vandaan kwam. Dus spoed ik me op Amman Airport naar de balie van Royal Jordanian of de Libanese Middle East Airlines. Dan zijn er twee mogelijkheden. Als de eerste vlucht binnen vijf uur gaat, wacht ik daarop. Anders maak ik met de taxi de zes uur durende autorit via Syrië. Als Nederlander kun je een visum aan de grens kopen omdat er geen Syrische ambassade is in Den Haag.

Je moet alleen wel verzwijgen dat je journalist bent, want voor die beroepsgroep gelden aparte regels. Zweten dus of ze die computer en opnameapparatuur ontdekken.

Meestal puzzel ik mijn terugtocht uit Gaza zo uit dat er een redelijk aansluitende vlucht is naar Beiroet. Dat is nog ruim een uur vliegen, en dan zwetend langs de Libanese douane. Voor mijn declaraties moet ik namelijk originelen van hotelafrekeningen en andere bonnetjes bewaren, en bij een echt grondige inspectie zullen ze die ontdekken, net als mijn Israëlische perskaart. Gelukkig laten de Libanezen me tot nu altijd gewoon doorlopen. Vervolgens verwissel ik de SIM-card in mijn mobiele telefoon want ik heb een apart Nederlands abonnement voor in Israël; het Libanese abonnement werkt immers niet in het land van de vijand. En dan, met niet al te veel pech of vertraging, ben ik om zeven uur 's avonds thuis. Duizend gulden en twaalf uur uur reizen over hemelsbreed minder dan vierhonderd kilometer.

En dan heb ik het nog niet eens over de visa gehad.