Terreur en bemiddeling

Het was een normaal weekeinde in Palestijns gebied. De Israëlische geheime dienst liquideert een van terrorisme verdachte Palestijnse aanvoerder. Palestijnen nemen wraak. Het Israëlische leger bezet strategische punten in Palestijns gebied. Een man blaast zich op in de nabijheid van een Israëlische post. En zo verder. Aan het diplomatieke front figureert inmiddels nog steeds het Mitchell-plan dat beoogt het vredesproces nieuw leven in te blazen. Premier Sharon steunt dit plan, maar eist een incidentloze week alvorens het in werking kan treden. Dat legt de zwartepiet bij Arafat, de Palestijnse Autoriteit in persoon. Hij moet alle potentiële geweldplegers achter slot en grendel zien te krijgen wil hij aan Sharons voorwaarde voldoen. In deze patstelling bepaalt terreur de volgende zet.

Twee Amerikaanse bemiddelaars presenteren zichzelf vandaag bij de verschillende partijen. Hun onderneming begint onder het slechtst denkbare gesternte, maar zij signaleert wel een breuk met de aanvankelijke gereserveerdheid van de regering-Bush. Nadat de vorige Amerikaanse president kort voor zijn vertrek tevergeefs zijn persoonlijke prestige op het spel had gezet om het al jaren stagnerende vredesproces weer op gang te krijgen en af te ronden, gaf het nieuwe team er de voorkeur aan afstand te nemen. Door wel spoedig na de inauguratie Sharon op het Witte Huis te ontvangen en Arafat buiten de deur te houden, wekte Washington echter de indruk partijdig te zijn. Sharon, toch al niet bekend om zijn subtiliteit, legde een en ander verkeerd uit. Hij meende de vrije hand te hebben bij zijn aanpak van de Palestijnen. Dat bleek niet de Amerikaanse opzet.

Het resultaat is voortduring van een steeds gewelddadiger wordende impasse. Het is een doodlopende straat voor alle betrokkenen. Voor de Amerikanen is dit des te pijnlijker omdat zij zich sinds 11 september concentreren op een ander brandpunt in de regio. Afghanistan had zich in de loop der jaren en onder de ogen van tal van ervaren geheime diensten ontwikkeld tot rekruteringscentrum voor internationaal opererende islamitische terroristen. Sharons liquidatiepolitiek maakt het de VS alleen maar moeilijker Arabische steun te verwerven en te behouden voor de jacht op deze lieden die het op Israël en op Amerika hebben voorzien.

Bij verschillende gelegenheden heeft de Amerikaanse regering haar ongenoegen over Israëls optreden tot uiting gebracht. Sharon trekt zich daarvan weinig tot niets aan. Hij noemt de moordaanslagen op Palestijnse aanvoerders onderdeel van de strijd tegen het internationale terrorisme en acht zichzelf Amerika's bondgenoot in die strijd. Washington heeft op dit uitdagend gedrag geen antwoord gevonden. De nieuwe bemiddelingspoging lijkt dat te moeten maskeren.