Opinie

    • Youp van 't Hek

Supporter

Supporters. Velen halen de krant. Soms zie je ze met de meest treurige vermommingen. Gevlagde wangen, gepruikte hoofden of nog veel erger. Er bestaan mensen, die clubsymbolen op hun lijf getatoeëerd hebben. Toen ik nog jong en mager was stond ik bij Ajax naast een jongen in vak F en die had La Ling in zijn bovenarm laten inkten. Wie? La Ling. Ja die. Deze man heeft nu heel wat uit te leggen aan zijn kinderen. Wie was dat dan? Hoe lang speelde hij voor Ajax? Was je toen gek papa?

Supporters. Je hebt zingsupporters, scheldsupporters, vechtsupporters en nog tientallen andere varianten.

Maar ik wil het voor een keer over andere supporters hebben. Geen clubsupporters, maar zoon- of dochtersupporters. Vaders dus. En moeders uiteraard. Hun kind voetbalt bij een club, een lieve club, maar ze zijn niet voor die club. Ze zijn voor hun kind. Ik ben zo'n supporter. Zaterdagochtend half negen, half donker, miezerweer, een klein sportpark vlak achter de snelweg in de schaduw van een paar treurige kantoorkolossen. Een warm clubhuis, lekkere koffie, een aardige, voor de tijd van de dag iets te vrolijke man achter de bar en buiten een stuk of vijfentwintig intrappende deetjes. Een cruciale wedstrijd.

,,Als wij winnen staan wij zesde en als zij winnen dan staan zij dat.'' Sleutelduel dus. Vrolijke scheids, twee kleumende grenzen en een stuk of dertig ouders langs de lijn. Houden elkaar warm met onschuldige grapjes. Zaterdag stond ik er weer tussen, hoorde mezelf af en toe schreeuwen, aanmoedigen is het juiste woord. Het was koud, koud en nat. Maar ik realiseer me steeds dat ik er een ben van een miljoenenlegioen. Wereldwijd staan miljoenen ouders op zaterdagochtend langs een sportveld hun modderende kind moed in te schreeuwen. De naam onzichtbaar getatoeëerd in hun hart. De mijne verloor met 7-2. Dat heet klop krijgen. Boter en suiker. De rest van de dag mocht ik hem troosten. Met plezier.

    • Youp van 't Hek