Sterven

Voor de gemiddelde Nederlander moeten de opmerkingen en analyses die drie buitenlandse voetbaltrainers zaterdag in de rubriek Tribune maakten, even schokkend als onbegrijpelijk zijn overgekomen. De drie de Belg Guy Thys, de Zweed Ove Kindvall en de Duitser Hans Meyer lieten hun ongeloof in hun beschouwingen over het WK-kwalificatiedebacle van Oranje ruimschoots blijken. Dat een land met dergelijk `materiaal' – lees buitengewoon getalenteerde spelers – zich in een zwakke groep niet voor Japan wist te plaatsen, is niet alleen een schande maar duidt ook op een gebrek aan een juiste mentaliteit.

De drie zetten de deur van de wachtkamer van de psychiater wijd open. Daar waar Thys nog voorzichtig en vaag over het ontbreken van een ,,bepaalde vechtersmentaliteit'' rept (Belgen zijn barmhartige buren), wordt Kindvall preciezer: ,,Zweedse spelers vormen veel meer een eenheid. Ze gaan door tot het gaatje en vinden het een eer om voor hun land te spelen. Dat eergevoel bespeur ik zelden bij het Nederlands elftal.'' Hans Meyer zet de puntjes op de i: ,,Jullie jeugdopleiding is prima, al zou er vooral in opvoedkundig en mentaal opzicht iets aan toegevoegd kunnen worden. Ik mis het sterven voor volk en vaderland bij Nederlandse ploegen.''

Ik herhaal: dit zijn schokkende woorden die tegen de gangbare Nederlandse identiteit indruisen. Wie heeft in dit land nog zin in een partijtje sterven voor volk en vaderland? Wie is bereid zoiets beschamends als zijn eergevoel, zijn liefde voor de vlag, zijn patriottische aanhankelijkheid in het openbaar te etaleren? Dit klinkt voor een Nederlander alsof je en plein publiek je broek zou moeten laten zaken om je meest intieme lichaamsdelen ten toon te stellen.

Nederland is het land van het cultuurrelativisme en de zelfspot. Deze kenmerken van de nationale eigenheid zijn al jaren geleden geïntroduceerd om de superioriteit van de zelfgerelativeerde natie vast te leggen ten aanzien van de barbaarse en niet verlichte nationalistische buren. De afspraak was toch: weg met ons? Vanuit Nederland wordt meesmuilend geschoten op alles wat zichzelf te serieus neemt. Over de grenzen begint het duistere rijk van het `chauvinistische' buitenland waar met nationale vlaggen wordt gezwaaid en waar met een hand op het hart volksliederen worden gezongen. Jammer is wel dat het altijd dezelfde `chauvinistische' landen zijn die wereldkampioen worden. Landen waar de spelers het inderdaad een eer vinden om voor de nationale ploeg uit te komen terwijl men in Nederland liever zijn selectie gebruikt om zijn marktwaarde op de transfermarkt op te krikken. Daarom ook beschikt Oranje over een van de duurste en tegelijk minst productieve spelersgroepen ter wereld. Eerst de portefeuille en dan pas de vlag. Sterven misschien, maar dan wel voor het behoud van je golden creditcard.

Zelfs de supporters hebben zichzelf allang gerelativeerd. Hun carnavaleske polonaises zijn niet alleen doordrenkt met alcoholica, maar vooral met zelfspot. Als het Oranje-legioen ergens verschijnt ligt de hele wereld dubbel bij het zien van die opgeblazen plastickapsels: molens, tulpen, klompen. Het signaal dat wordt uitgezonden naar de tegenpartij is er een van gein en lachwekkende symbolen die er zijn om geridiculiseerd te worden. Wie de spot met zichzelf drijft, benadert de staat van verlichting. Maar verliest ook meestal de wedstrijd.

Ook is het zo dat voetbal niet het instrument is om een ontmoeting met elkaar te bewerkstelligen maar vooral om een conflict tot het bittere eind – een strafschoppensessie bijvoorbeeld – uit te vechten. En Nederland is geen land waar conflicten worden uitgevochten maar juist tot consensus omgevormd. Consensus is natuurlijk beschaafd, maar geven en nemen leidt tot bloedeloze gelijkespelen. In de voetballerij moet je nemen en desnoods stelen.

Ach, wat geeft het? Nederland is ook het land van het kunstzinnige voetbal en de Oranjespelers zijn een beetje de Van Gogh's van het wereldje. Van Gogh? Is dat niet de man die in zijn leven nooit een van zijn prachtige schilderijen aan de man wist te brengen?