Retel Helmrich filmt met doodsverachting bij rellen in Jakarta

De laatste twee winnaars van de Joris Ivens Award en de laatste drie winnaars van de publieksprijs van het International Documentary Filmfestival Award (IDFA) waren Nederlandse producties. Ook op buitenlandse festivals worden Nederlandse documentaires vaak bekroond, maar dit jaar liet festivaldirecteur Ally Derks weten niet erg onder de indruk te zijn van het niveau van de nieuwe oogst van lange documentaires van eigen bodem. Slechts twee titels werden geselecteerd voor de Ivens-competitie: Coco Schrijbers First Kill, een essayistische verkenning van de motivatie van Amerikaanse Vietnamveteranen, en het inderdaad teleurstellende Out of Eden van Saskia Vredeveld, waarin beelden van de Zuid-Afrikaanse San of Bosjesmannen wel mooie plaatjes opleveren, maar geen samenhangende visie of zelfs maar een verhaal.

Twaalf andere Nederlandse documentaires van wisselend niveau beleven tijdens het festival hun wereldpremière in de sectie `Highlights of the Lowlands'. Sommige journalistieke documentaires trekken veel publiciteit door hun onderwerp, zoals Frank van den Engels portret van zanger Bennie Jolink (Normaal: ik kom altied weer terug) en René Roelofs' uit getuigenissen van nabestaanden van de Surinaamse decembermoorden (1982) opgebouwde reconstructie Zonen van Suriname. Heddy Honigmann maakte, met Ivens-Award-winnaar John Appel achter de camera, een mooie, persoonlijke film over rouwverwerking in een Bosnisch dorpje, Goede man, lieve zoon. Interessant door hun bestudeerde vormgeving zijn Rolf Orthels Blois couleur locale (over Jan Dibbets' gebrandschilderde ramen voor de kathedraal van Blois en 26 inwoners van die stad) en Petra Lataster-Czisch' Geluk is als glas, waarin diverse Hagenaars aan de voet van het standbeeld van Spinoza reflecteren op het thema rijkdom en geluk.

De enige Highlight-film die in de competitie een goede kans zou hebben gemaakt op een Nederlandse hattrick is De stand van de zon van Leonard Retel Helmrich. Gedurende een aantal jaren (van vlak voor de val van Soeharto tot rond de benoeming van Megawati) filmde de regisseur met tussenpozen zelf met een kleine videocamera de wederwaardigheden van een arme, maar niet verpauperde familie in Jakarta.

De stand van de zon is een zeldzaam voorbeeld van een documentaire die politieke ontwikkelingen glashelder weet te illustreren door in te zoomen op de onderkant van een samenleving. Zonder interviews, beschouwingen of andere uitleg zie je hoe voedseltekorten, religieuze tegenstellingen en verkiezingen direct van invloed zijn op het leven van gewone mensen. Bovendien is het een adembenemend staaltje schitterende `cinéma vérité', soms met doodsverachting gedraaid. Retel Helmrich wisselt bij rellen van standpunt tussen de linies van oproerpolitie en studenten, ziet een cobra recht in de ogen, hangt met zijn camera uit een rijdende trein en laat zien hoe een hele wijk de telling van een stembureau controleert. Dit explosieve beeldmateriaal is ook een studie in lichtval, van landschappen, gezichten, klanken en kleuren, en zodoende ook een pleidooi voor de nieuwe mogelijkheden om met kleine videocamera's filmkunst te bedrijven.

Ook al zal De stand van de zon dus geen prijs kunnen winnen, een andere Nederlandse film maakt kans op de Zilveren Wolf voor de beste korte documentaire. Duco Tellegen, die twee jaar geleden veel lof oogstte voor Achter gesloten ogen, maakte van Nisha een geserreerd en discreet portret van een 11-jarige meisje in India met aids. Vind maar eens de juiste toon, als je met de camera aanwezig bent op het moment dat Nisha's moeder haar dochter vertelt dat beiden seropositief zijn. Tellegen lukt dat, door een wonderlijke combinatie van betrokkenheid en afstand.

IDFA, t/m 2 december. www.idfa.nl