Na Afghanistan: nieuwe orde of gemiste kansen?

Achter de ontwikkelingen in Afghanistan gloort iets groters, iets blijvenders: een nieuw grondpatroon voor de wereldpolitiek, vindt Josef Joffe.

De grote Britse econoom John Maynard Keynes heeft eens gezegd: ,,Wanneer de feiten veranderen, verander ik van mening. Wat doet ú, sir?''

De feiten zijn veel sneller veranderd dan de reflexen van de denkende en babbelende klasse. De Talibaan-dictatuur, die men een herculische taaiheid toedichtte, heeft praktisch het loodje gelegd. De Noordelijke Alliantie, die volstrekt onbekwaam werd geacht, rukt op. En de coalitie, die de critici een spoedig en smadelijk einde hadden voorspeld? De Amerikanen worden bijna bedolven onder de aangeboden hulp.

Die Amerikanen toch! Zij hebben helaas geweigerd zich aan de oude clichés te houden. De `sheriff' heeft er niet meteen op los geknald, maar eerst geduldig een wereldwijde coalitie bijeengebracht. Bij al het geweld heeft hij de zaken waar het eigenlijk om draait niet uit het oog verloren: de politiek en de naoorlogse orde. Hij heeft noch de Verenigde Naties – waarvan de Veiligheidsraad hem eenstemming het recht op zelfverdediging heeft toegekend – noch de buurlanden en bondgenoten met een soeverein gebaar ter zijde geschoven.

Misschien is dat niet meer dan de dagelijkse berichtgeving. Maar daarachter gloort iets groters, iets blijvenders: een nieuw grondpatroon voor de wereldpolitiek, dat niet minder verrassend is dan de ondergang van de dictatuur der goddelijke strijders in Afghanistan. Bijna van de ene dag op de andere zijn de oude vijanden Amerika en Rusland, die elkaar ook na de val van de Muur wantrouwig waren blijven beloeren, strategische partners geworden. In de diplomatieke geschiedenis heet zoiets een renversement des alliances, een historische ommekeer van allianties. Kort gezegd: in de oorlog in Afghanistan heeft Moskou zich zonder ook maar één schot te lossen ontpopt als Washingtons belangrijkste bondgenoot.

Belangrijker nog dan de oude wapenbroeder Engeland? Eerlijk gezegd wel. Zonder toestemming van Rusland hadden de Amerikanen geen bases in Oezbekistan en Tadzjikistan als springplank gekregen. Stilletjes en efficiënt hebben de Russen de noordelijke alliantie van uitrusting en wapens voorzien, en de Amerikaanse geheime diensten van kostbare inlichtingen. Door zich meteen aan de zijde van Bush te scharen heeft Poetin bovendien de coalitie extra legitimiteit verschaft.

Op de achtergrond speelden minder spectaculaire, maar voor de lange duur nog belangrijker zaken. Op 17 oktober maakte Moskou bekend na 37 jaar zijn afluisterpost Lourdes op Cuba te zullen sluiten, evenals het vlootsteunpunt aan de baai van Cam Ranh in Vietnam. Eerder deze maand ontmoetten Poetin en Bush elkaar op Bush' ranch in Texas. Terwijl zij elkaar opnieuw diep in de ogen keken – Bush tijdens een ontmoeting met Poetin in juni: ,,[...] toen keek ik in zijn ziel'' – zullen zij elkaar hebben toegefluisterd hoe zij dat irritante probleem van de raketverdediging met een trucje kunnen oplossen: Poetin houdt het ABM-verdrag, Bush mag testen.

Zullen de wittebroodsweken aanhouden? Een Moskouse adviseur van Poetin zei: ,,De president mag dan geen loepzuivere democraat zijn, hij wil wel moderniseren. Hij wil bij de club.'' Een ander merkte op: ,,Ons gemeenschappelijke probleem zijn de terreur en de militante islam.'' Gemeenschappelijke vijanden zijn nog altijd het beste bindmiddel voor allianties – in elk geval beter dan Bush verklaring: ,,Ik weet dat ik hem kan vertrouwen.''

Josef Joffe is uitgever van het weekblad Die Zeit. © Die Zeit

    • Josef Joffe