Mijmeren over de platonische jongensliefde

Over de opera Death in Venice (1973) van Benjamin Britten is nooit de schaduw vervlogen van de magnifieke film Death in Venice (1971) van Luchino Visconti met Dirk Bogarde in de hoofdrol. De overweldigende filmversie van Der Tod in Venedig (1913) van Thomas Mann maakte zelfs Gustav Mahler in brede kringen populair met het etherisch-nostalgische Adagietto uit zijn Vijfde symfonie. Mahler stierf in het jaar 1911, waarin Thomas Mann het Hotel des Bains bezocht op het Lido van het door de cholera getroffen Venetië en werd gefascineerd door een mooie jongen.

De muziek in Brittens opera, hoe stemmig ook aan het slot, kan niet op tegen de trage uitzoom van de dode schrijver Gustav von Aschenbach op het strand van Venetië met die muziek van eindeloos weemoedige Mahleriaanse verstilling. Het was de visueel-auditieve verbeelding van het sterven om schoonheid, de bezegeling van de onmogelijkheid van Aschenbachs liefde voor de mooie Tadzio. Hoezeer Visconti's filmbeelden bepalend waren voor de sfeer, bleek toen tal van dirigenten van belang die Mahlermuziek – toch bedoeld als een zonnige liefdesuiting – steeds langzamer en donkerder begonnen te spelen.

Het veelzeggendste bewijs voor het gebrek aan populariteit voor de laatste opera van de in 1976 overleden Britten, is dat zijn versie van Death in Venice pas afgelopen zaterdag in Maastricht zijn Nederlandse geënscèneerde première kreeg bij Opera Zuid. Eerder dit jaar klonk het werk in Amsterdam voor het eerst in een concertante uitvoering tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag met Anthony Rolfe-Johnson in de hoofdrol. Opera Zuid wijdt, deels in samenwerking met scholen, ook een `educatief project' aan Death in Venice, waarbij in elke plaats van opvoering van de opera ook de film wordt gedraaid.

Die plotse Nederlandse belangstelling voor Death in Venice na bijna dertig jaar, kan worden gezien als een uitvloeisel van de hernieuwde waardering in ons land voor Britten na de Britten-Sjostakovitsj-serie in het Amsterdamse Concertgebouw in het seizoen 1996-'97. De componist , na de oorlog populair in ons land, werd al snel door een jongere generatie gezien als te conservatief en te weinig avant-gardistisch, omdat hij zich verre hield van moderne verschijnselen als serialiteit en electronica. Net als Henze en Sjostakovitsj wordt Britten nu in ons land weer veel meer uitgevoerd.

Death in Venice was met zijn op een jonge jongen gerichte homo-erotische thematiek Brittens persoonlijkste opera, geschreven voor zijn vriend Peter Pears. Ook in Peter Grimes – over een visser en een aantal leerjongens die onder zijn hoede om het leven komen – kan men een nog veel duisterder versie van dat thema vermoeden, maar uitgesproken wordt dat absoluut niet. Death in Venice gaat uitvoerig in op de liefde voor mooie jongens die een kunstenaar kan opvatten. Wat dat betreft komt deze Nederlandse première – door Opera Zuid geheel onvoorzien! – op een actueel moment, nu Reve's vriend, de kunstenaar Joop Schafthuizen, wordt verdacht van ontucht met een minderjarige jongen.

In Death in Venice blijft Aschenbach verre van het fysieke en depielemuisjes. Tadzio is een onbereikbare, onvervulbare platonische liefde, met wie slechts een enkel vluchtig contact bestaat. In de ogen van de jongen is Aschenbach gewoon een oudere man, voor wie hij geen enkele belangstelling heeft. Tadzio — een gemimede rol — meet zich sportief met andere jongens en heeft belangstelling voor de meisjes.

Die onmogelijke liefde voor Tadzio wordt door Aschenbach slechts geconsumeerd door naar hem te kijken en de tragiek van zijn steeds obsessiever onvervulde verlangen te overdenken. Hij onderzoekt als een kunsthistoricus, een filosoof en een psychiater de aard van zijn fascinatie voor de schoonheid van Tadzio. Hij herkent daarin de `Griekse liefde' tussen oudere mannen en jongens zoals bij de antieke Grieken. Die moet een goddelijke inspiratie hebben en hij refereert aan Apollo, Socrates, Plato.

Het probleem van het verhaal is het gebrek aan dramatische confrontaties met een echte tegenspeler, al lost Aschenbach dat op zoals een schrijver doet. Hij schept een afsplitsing van zichzelf in de vorm van een `Mefisto', een goede rol van Glenville Hargreaves. Hij neemt allerlei gedaanten aan, zoals een reiziger, de hoteleigenaar en de gondelier met wie Aschenbach te maken krijgt. De discussies met hen voert hij dan toch in feite met zichzelf, in een monologue interieure of een stream of consciousness. Aschenbach omringt zich ook met andere personages, vooral Tadzio en zijn familie, en andere hotelgasten. Hij tuigt zijn eigen verhaal op met klassieke thema's en treedt tegelijkertijd op als schrijver, dramaturg, verteller, explicator en analysator van het geheel.

Death in Venice is inderdaad een opera naar het criterium `a song of love and death'. Maar het werk met twinig zangrollen wordt door het hoofdpersonage zelf ook nog overladen met symboliek en mythische Griekse thema's: Mefisto, de veerman Charon op de doodsrivier de Styx, die zich hier bevindt in de toch al stervende stad Venetië, die ook nog eens wordt bezocht door cholera.

Regisseur Michael Ashman, artistiek directeur van Opera Zuid, illustreert al die thema's niet alleen, maar voegt er ook nog van alles aan toe. Alsof de fameuze naam van het chique `Hotel des Bains' niet Venetiaans genoeg is, toont hij Venetiaanse schilderijen van Canaletto en een reuzenschelp om ons een Lido-gevoel te geven. Toch doet de bonte en volkse strandgangers meer denken aan het Engelse Blackpool en is het nogal ridicuul om hen diepzinnig te horen mijmeren over Apollo, Socrates, Phoebus en Phaedrus.

De Britse tenor Alan Oke zingt zijn rol van Aschenbach zó monotoon, luid en onpersoonlijk, dat hij lange tijd een neutraal personage is waarmee de toeschouwer moeilijk binding krijgt. Pas aan het slot, als hij een monoloog wat genuanceerder en zachter zingt, is hij lyrischer, aandoenlijker, persoonlijker, eindelijk iemand om wie men misschien iets kan geven. Maar dan is het te laat. De voorstelling is te veel nadrukkelijke buitenkant zonder iets aan de verbeelding over te laten, te weinig binnenkant en innerlijke diepgang.

Ook hier overheerst het visuele de muziek en veel van Brittens subtiliteiten — gespeeld door het Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. de Schot James Lockhart — delven het onderspit bij die al te nadrukkelijke overdaad op het podium.

Voorstelling: Death in Venice van B. Britten door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. James Lockhart. Decor en kostuums: Gideon Davey; regie: Mike Ashman. Gezien: 24/12 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Herh.: 27/11 Heerlen; 1/12 Haarlem; 4/12 Tilburg; 8/12 Venlo; 11/12 Utrecht; 13/12 Eindhoven; 15/12 Hasselt; 17/12 Rotterdam.

    • Kasper Jansen