Landbouw is kwetsbaar voor bioterreur

De wereld heeft kennisgemaakt met nieuwe vormen van terrorisme: zelfmoordacties met vliegtuigen en bioterrorisme. Bioterrorisme beperkt zich vooralsnog tot aanslagen met miltvuur tegen personen. Maar ook de landbouw kan het doelwit worden van bioterrorisme – en niet alleen in Amerika, ook in Europa.

Het zogeheten agroterrorisme kan van verschillende kanten komen. Van politiek-religieuze fundamentalisten die de samenleving willen ontwrichten; van militante aanhangers van linkse, rechtse, etnische en nationalistische bewegingen; van rancuneuze, intelligente eenlingen, zoals de UNA-bomber in de VS; en van dierenactivisten die de veehouderij willen saboteren. Wie brand sticht in vleesfabrieken en veetransportwagens zal er misschien niet voor terugdeinzen om ook dierziekten te verspreiden. Actiegroep PETA heeft al gedreigd met verspreiding van het MKZ-virus op Amerikaanse veemarkten.

Om een aantal redenen is agroterrorisme `aantrekkelijk' voor terroristen. Ten eerste kan deze vorm van terrorisme enorme fysieke en economische schade aanrichten. Ten tweede zijn de kosten laag: sommige ziekteverwekkers zijn goedkoop verkrijgbaar, gemakkelijk een land binnen te smokkelen en zonder veel moeite op veel plaatsen te verspreiden. Daar komt bij dat de pakkans gering is en de bewijslast moeilijk. En: voor bioterrorisme zijn geen zelfmoordcommando's nodig.

De landbouw is nauwelijks voorbereid op deze vorm van terrorisme. De huidige verdediging van vee en gewassen tegen ziekten en plagen bestaat uit drie linies: hygiëne, ziektebestrijding en versterking van de natuurlijke weerstand.

De eerste linie, hygiëne, begint aan de grenzen. Geïmporteerde planten en dieren worden gecontroleerd op ziekten en plagen en zo nodig teruggestuurd of in quarantaine gehouden. Deze linie heeft de laatste decennia veel aandacht gekregen, maar zij wordt stukje bij beetje ondergraven door de mondialisering van de handel en het personenverkeer. En voor de bioterrorist is deze linie even `effectief' als de Hollandse Waterlinie in 1940 was tegen Duitse parachutisten.

De tweede linie houdt in: als de ziekte uitbreekt haar te lijf gaan met bestrijdingsmidden of diergeneesmiddelen, inclusief antibiotica; of met het uitroeien van zieke planten en dieren. Maar bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen worden steeds meer aan banden gelegd door eisen op het gebied van voedselveiligheid en milieu. En massaal uitroeien van dieren stuit op publieke protesten.

De derde verdedigingslinie is het inbouwen van biologische weerstand tegen ziekten in het landbouwsysteem, onder meer door rassen te veredelen op ziekteresistentie en door vee te vaccineren. Probleem bij vaccinatie is dat het wordt ontmoedigd door het handelsbeleid. De WTO geeft landen die vrij zijn van een ziekte en niet meer vaccineren het recht om importen te weigeren van vee en vlees uit landen waar wel tegen die ziekte wordt gevaccineerd. Omdat de huidige testmethoden geen onderscheid kunnen maken tussen zieke en gevaccineerde dieren, proberen steeds meer landen om ziekten uit te roeien en te stoppen met vaccineren: dan mogen zij naar meer landen exporteren en hoeven zij uit minder landen importen toe te laten. Maar zo creëert het handelsbeleid biologische tijdbommen die een gemakkelijk doelwit zijn voor terroristen.

Resteren andere, ecologische, methoden om de veerkracht van het landbouwsysteem te versterken, zoals het kweken van resistente rassen en terugdringen van monocultures. Aan die methoden is de laatste decennia weinig gedaan, omdat er weinig noodzaak voor was. Maar die noodzaak ontstaat nu wel. Ook vaccinatie verdient herwaardering.

Dat heeft trouwens ook andere voordelen. Resistente gewassen hebben minder bestrijdingsmiddelen nodig en resistente veerassen minder diergeneesmiddelen, waaronder antibiotica. Dat is gunstig voor de voedselveiligheid en het milieu. Vaccinatie bespaart ons de traumatische taferelen van het massaal `ruimen' van vee. En als monocultures plaatsmaken voor diversiteit, kan zelfs het landschap erop vooruitgaan.

Dit alles vergt ingrijpende beleidswijzigingen. Terreurbestendigheid verdient een plaats in de definitie van duurzame landbouw en in de doelstellingen van het EU-landbouwbeleid. De EU moet de risico's in kaart brengen want grote concentraties vee lijken niet meer duurzaam. Ook moet het handelsbeleid worden herzien. De zware handelssancties op vaccineren moeten worden afgeschaft. Dan kunnen de EU en de VS hun non-vaccinatiebeleid versoepelen en zal het aantal biologische tijdbommen afnemen. De samenleving, inclusief de landbouw, is daar meer dan ooit mee gediend.

Wouter van der Weijden is senior onderzoeker bij het Centrum voor Landbouw en Milieu te Utrecht.

    • Wouter van der Weijden