Kabouters zijn een plaag in Dirkjan

Niemand heeft ze ooit gezien, maar na de boeken van Rien Poortvliet weet iedereen hoe kabouters eruit horen te zien. Vrolijke rode puntmutsjes, bolle wangen en als je even niet oplet, hebben ze de afwas voor je gedaan. Zo niet in de humorstrip Dirkjan van Mark Retera, waarvan een selectie originelen in stripwinkel/galerie Lambiek te zien is. Running gag in Dirkjan is het kabouterpesten door de slungelige hoofdpersoon en de vele bijpersonages. In de eerste Dirkjan-strips, die zich nog afspeelden in een studentengang, werden de kabouters gezien als ongedierte dat verdelgd moest worden. En vanaf dat moment is dat altijd zo gebleven.

Ze doen weliswaar niets verkeerd, maar ze zijn in zulke grote getalen aanwezig dat het een plaag kan worden genoemd. Een van de kaboutergrappen, het darten met de mannetjes met scherpe puntmutsen, is in Lambiek uitgewerkt tot een heus kabouterdartbord met bijbehorende puntmutsdarts. Na een korte afwezigheid zijn de kabouters ook in de recente vierde Dirkjan-bundel weer prominent aanwezig. De mannetjes krijgen het dit keer aan de stok met hondenpoep. Voor mensen van normale lengte is dat slechts iets wat je achteloos moet ontwijken, voor kabouters zijn het heuvels die een aanpassing van de route vereisen.

Maar hoewel Dirkjan vaak wordt vereenzelvigd met de kaboutergrappen, neemt dat gedeelte slechts ongeveer tien procent van het geheel in beslag. De hoofdpersoon is een archetypische nerd met buikje, hazentanden, dikke bril en broek tot boven de enkels, die de meest absurde avonturen meemaakt. Zo heeft hij ook regelmatig te maken met buitenaardse wezens zonder dat dit nu tot grote opschudding leidt. Op een van de vele kampeeruitjes vraagt Ornor (een groen mannetje met twee tentakels op zijn hoofd) Dirkjan om een pen. De clou is dat Ornor naast een smurf kampeert en zijn naam op de groene tent zet om vergissing te voorkomen. Zo naverteld is dit natuurlijk niet grappig en dat geldt voor heel veel Dirkjan-grappen. Ze moeten het vooral hebben van de ontspannen timing waarmee de drie-plaatjesclou is opgebouwd.

Mark Retera heeft in interviews zijn bewondering voor de Amerikaanse cartoonist Gary Larson (The Farside) nooit onder stoelen of banken gestoken. Net als Larson gebruikt Retera allerlei vergezochte elementen (circus, vreemdelingenlegioen, schateiland, dieren die kunnen praten en buitenaardse wezens) die samen een coherente en absurde wereld vormen waarin van alles mogelijk is. In Lambiek hangt nu een royale selectie uit Retera's oeuvre, aangevuld met speciaal voor de expositie ontworpen grappen zoals platgetrapte kabouters op de grond, een abstract schilderij dat een close-up van Dirkjans streepjestrui moet voorstellen en een aantal karikaturen.

Naast Dirkjan tekent Retera ook wekelijks voor de Panorama een pagina-grote karikatuur van een bekende Nederlander. Uit die karikaturen blijkt wat een goede tekenaar Retera eigenlijk is. Dirkjan is weliswaar in een adequate en grappige stijl getekend, de karikaturen zijn echt mooi te noemen. Met name de airbrush-techniek die Retera gebruikt om zijn karikaturen in te kleuren zorgen voor een spectaculair effect. De kleur ontbreekt helaas bij de Dirkjan-stroken, omdat die tegenwoordig met de computer worden ingekleurd. Nu hangen er dus alleen zwart-witpagina's. Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk. Het gaat immers om de humor en bij `Mark Retera hangt in Lambiek' valt er meer dan genoeg te grinniken.

Tentoonstelling: Mark Retera, t/m 31 januari in stripwinkel/galerie Lambiek. Kerkstraat 78 Amsterdam. Voor meer informatie www.lambiek.nl

    • Gerard Zeegers