Honderden doden in Afghaanse gevangenis

In een fort nabij de Noord-Afghaanse stad Mazar-i-Sharif zijn gisteren en vandaag tussen de 300 en 400 krijgsgevangenen van de Noordelijke Alliantie – meest Arabische, Pakistaanse en Tsjetsjeense medestrijders van de Talibaan – gedood nadat zij volgens Afghaanse en Amerikaanse bronnen gewapenderhand in opstand waren gekomen.

Inderhaast werden gisteren troepen van de Oezbeekse generaal Rashid Dostam vanuit het belegerde Kunduz overgebracht naar het fort om, ondersteund met Amerikaanse bombardementen, de opstand neer te slaan. Vanmiddag zei een medewerker van generaal Dostam dat nog slechts enkele gevangenen aan het vechten waren. Hij gaf geen teken dat een overgave tot de mogelijkheden behoorde. ,,Zij die nog over zijn, zullen sterven'', zei hij. ,,Geen van hen kan ontsnappen.''

Dr Abdul Wahid, een leider van de Noordelijke Alliantie, ontkende tegenover de BBC dat de alliantie op deze manier ongewenste gevangenen opruimt. Hij zei dat de alliantie zich bewust is van haar internationale verplichtingen.

Bij het bloedbad zijn volgens de Alliantie ongeveer honderd van haar eigen soldaten om het leven gekomen. Ook zijn er niet officieel bevestigde berichten dat ten minste één Amerikaanse militaire adviseur is gedood die in het fort aanwezig was op het moment dat de opstand uitbrak. Medewerkers van het Rode Kruis en journalisten die vanochtend probeerden ter plekke een beeld van de situatie te krijgen, werden op ruime afstand gehouden.

De opstand in het fort Qalai Janghi, vijftien kilometer ten westen van Mazar-i-Sharif, brak gisterochtend rond half twaalf plaatselijke tijd uit. Het fort zat vol met buitenlandse strijders, medestanders van de Arabische terroristenleider Osama bin Laden, die de dag ervoor krijgsgevangen waren gemaakt in Kunduz.

Volgens sommige berichten hadden de strijders wapens en handgranaten onder hun kleding verstopt toen zij werden ingesloten en bedreigden zij daarmee hun bewakers.

Ook is gemeld dat enkele strijders handgranaten op hun lichaam tot ontploffing brachten in de buurt van bewakers en daarmee hun medestrijders in de gelegenheid stelden uit het fort te komen. Volgens andere lezingen werden de bewakers gewoon overmeesterd en werden hun de wapens afhandig gemaakt. [Vervolg GEVANGENEN: pagina 5]

GEVANGENEN

Amerikaan zou zijn gedood

[Vervolg van pagina 1] Op het moment dat de gevechten uitbraken, waren verscheidene medewerkers van het Rode Kruis en ook journalisten in het fort aanwezig. De meesten wisten na enkele uren een veilig heenkomen te zoeken door in de chaos over muren en daken te klimmen. Een Britse journalist zou zwaar zijn toegetakeld toen hij een vraaggesprek afnam met enkele strijders op het moment dat de opstand uitbrak.

Een televisieploeg van de Duitse ARD stuurde gisteren beelden vanuit het fort. Daarop is te zien hoe een Amerikaanse soldaat via een satelliettelefoon om Amerikaanse luchtsteun vraagt bij het neerslaan van de opstand. ,,Ik weet niet hoeveel Amerikanen hier waren. Ik geloof dat er een is gedood'', zegt hij. ,,Er waren er in ieder geval twee, ik en nog iemand.'' Ook een verslaggever van het Amerikaanse Time Magazine meldde dat ten minste een Amerikaan, die hij aanduidde als `Mike' en die zou behoren tot de Amerikaanse special operations forces, wordt vermist en dat hij vermoedelijk dood is.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie verklaarde gisteravond niet op de hoogte te zijn van Amerikaanse militaire slachtoffers bij de opstand. Maar zegslieden van het Central Command in de VS dat verantwoordelijk is voor de Amerikaanse campagne in Afghanistan, wilden niet de mogelijkheid uitsluiten dat agenten van de CIA of andere, niet-geüniformeerde medewerkers van de Amerikaanse overheid gewond of gedood zijn in of nabij het complex bij Mazar-i-Sharif. Een woordvoerder van de CIA wilde niet ingaan op vragen naar mogelijke slachtoffers.

Nadat er gisteren alarm was geslagen, stuurde generaal Dostam onmiddellijk 500 man versterking vanuit Kunduz naar Mazar-i-Sharif. Ooggetuigen beschreven hoe soldaten van de Noordelijke Alliantie vanaf lemen muren schoten op groepen buitenlandse strijders. Het Pentagon bevestigde dat Amerikaanse gevechtshelikopters werden ingezet om te helpen bij het neerslaan van de opstand. ,,Wij gaven steun door het uitvoeren van luchtaanvallen'', aldus een woordvoerder, die de opstand van de krijgsgevangenen aanduidde als een tegenaanval van buitenlandse strijders.

In het verleden is vaak melding gemaakt van bloedbaden in gebieden die werden ingenomen door milities van de Noordelijke Alliantie. Zo meldde het Rode Kruis twee weken geleden dat er in Mazar-i-Sharif honderden mensen zijn gedood nadat de stad in handen viel van de Noordelijke Alliantie. De politiek leider van de Alliantie, president Burhanuddin Rabbani, beloofde gisteren evenwel dat zijn troepen de gevangen genomen buitenlandse strijders goed zullen behandelen en dat ze misschien worden overgedragen aan de Verenigde Naties.