Fado-koningin Mísia heeft veel concurrentie

Mísia groeide op in Porto, ging op haar twintigste bij haar Spaanse moeder in Barcelona wonen en ging pas daar - echte liefde is immers het verlangen naar - echt van de Portugese fado houden. In de jaren '90 ging ze terug om het gat te vullen dat daar was achtergelaten door de diva Amália Rodrigues. Haar naam leende ze van Misia Sert, model van Picasso en concurrente van Coco Chanel, voor haar podium-act liet ze zich inspireren door het strenge Japanse Nô-theater.

De fado leek op dat moment een achterhaald genre dat vooral werd geassocieerd met het totalitaire Salazar-régime van vóór de Anjer-revolutie. Het terrein lag daardoor bijna braak zodat Mísia ongestoord kon experimenteren, een beroep kon doen op nieuwe schrijvers en er strijkers en piano bij kon halen. Met als mooiste resultaat de cd Garros dos Sentidos, genoemd naar het enige gedicht van de Portugese proza-schrijfster Agustina Bessa-Luis. In het niemandsland fado was Mísia zonder concurrentie koningin.

Inmiddels is de situatie ingrijpend veranderd. Door de komst van Dulce Pontes, al zingt die meer dan fado alleen, en Cristina Branco die al snel door de multi-national Universal werd ingelijfd. Maar nog het meest door haar jonge fado-collega Mariza die in oktober als een storm door Nederland trok en vorige week alle applausmeters door liet slaan tijdens de Jools Holland-show op de BBC.

Dat de fado in Nederland inmiddels bijna net zo populair als Eddy Christiani's versie van Coimbra in begin jaren '50 (`April in Portugal/ Een bloemenfestival/ Waar elke jonge liefde snel ontluiken zal') blijkt uit het feit dat het grote Carré voor Mísia bijna was uitverkocht.

Maar door de aandrang van de nieuwe talenten komt Mísia's act in een ander perspectief te staan, net als haar nieuwe cd Ritual. Dat Mísia een integere artiest is blijft buiten kijf en ook dat het haar niet ontbreekt aan dramatisch talent. Maar zwakheden vallen nu ook op, zoals een matige intonatie en een wat erg stugge dictie.

Ook ontbreekt het Mísia soms aan melodisch gehalte, bijvoorbeeld in het liedje Desperado dat zó op het repertoire van een Jordanese tante Sjaan kon staan. Wat verder opvalt, in vergelijking met de jonkies die na haar kwamen, is haar geringe beweeglijkheid op het podium. De microfoon in of uit de standaard, veel meer is er aan haar optreden niet te zien, behalve haar ritmisch actieve blote voeten.

Het enige stuk waarin Mísia ver uitstijgt boven de materie, ook te horen op Ritual, is Vivemdo sem Mim op een tekst van Amália Rodrigues die door de laatste nooit op een plaat werd vastgelegd. Met begeleiding van alleen piano wordt pas nu duidelijk waarom zij door sommigen wordt vergeleken met de legendarische Française Edith Piaf. Alleen met meer stukken van dit niveau kan Mísia veilig blijven zitten op de troon die Rodrigues achterliet.

Concert: Mísia met ensemble. Gehoord: 25/11 Carré Amsterdam. Herhaling: 22/2 Meervaart Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen