Eigenaardig volk

Wat `India' in de reeks van Lonely Planet is voor rugzaktoeristen, is `Culture Shock:India!' voor de meer serieuze reizigers en mensen die zich hier tijdelijk willen vestigen. Expats lezen deze India Guide to Customs and Etiquette stuk, en kennen hem na een jaar uit het hoofd.

De gids is geschreven door Gitanjali Kolanad, een Indiase die zelf in Toronto woont en van zichzelf vindt dat ze geen schrijfster is. Ze is danseres. Misschien is haar boek daarom zo soepel en ritmisch, met een kwinkslag hier, een hartverscheurend feitje daar. Het is geen inleiding tot India, het is een ontmaskering. Ze kraakt de ene code na de andere en ze maakt al wat raadselachtig en mysterieus lijkt ineens heel gewoon.

Die vrouw in een bijzondere klederdracht van een opvallende kleur met geheimzinnige ornamenten? Kolanad leert je voorspellen wat ze bij het ontbijt heeft gegeten.

India is dan wel zo groot als het gebied van Denemarken tot Libië en van Spanje tot Rusland, met 4.636 etnische groepen, 15 officiële en 300 onofficiële talen en alle godsdiensten van de wereld; als je goed kijkt en dichterbij komt zie je kleine kringen. En binnen die kringen is er een verrassende gelijkenis tussen de mensen. Wat ze eten, wat ze dragen, wat ze nastreven, wie ze gehoorzamen, tot en met hoe ze zitten, liefhebben en slapen. India is geen land, India is een immense archipel zonder water ertussen.

De geschiedenis van India is eenvoudig, omdat alle tijden nog steeds voorkomen. Wat in Europa nog hier en daar in de architectuur te vinden is, is in India realiteit. Stel je eens voor dat er in zo'n achttiende eeuws grachtenpand in Amsterdam mensen woonden als in de achttiende eeuw. Ze kleden zich als in die tijd, ze eten hompen brood als in die tijd, ze spugen en rochelen als in die tijd en ze slaan hun dochters als in die tijd. Niet omdat ze het voor een groepje scholieren naspelen, zoals sommige musea doen, maar omdat dat hun dagelijkse werkelijkheid is.

Zo ongeveer is het in India. Wil je weten hoe het leven was in de tijd van de Britse overheersing? Ga naar een van de country clubs in steden als Delhi, Bombay of Calcutta. De vrouwen spelen bridge en drinken gin, de mannen dragen een geruit colbert en praten over polo met een zwaar Brits accent, ook al zijn het Indiërs. Aan de muren hangen prenten en trofeeën van Lord zus en zo in 1840. Niets is veranderd aan de inrichting, de lichtval of de strikdassen van de butlers.

Wil je weten hoe het was tijdens de Koude Oorlog? Ga naar de Jawaharlal Nehru Universiteit in Delhi, vroeger kortweg de Moscow-Universiteit geheten. Je hoeft maar naar de aanplakbiljetten te kijken, met de hamers en sikkels, en naar de manier waarop groepjes studenten in de avond op de campus met elkaar debatteren: het gaat allemaal over klassenbewustzijn en revolutie en de heldendaden van Lenin. Hoe de huidige middenklasse leeft? Ga naar Ansal Plaza in Delhi, een gigantische uitvoering van de Nederlandse Bijenkorf, met een drukte als die tijdens koopjesdagen, en zie ze kleding van Benneton kopen en warme pizza's met salami eten.

Wat vrouwen betreft, zegt Kolanad: je hebt de variant van bruidverbrandingen omdat de bruidschat tegenviel – alleen al in Delhi wordt vrijwel dagelijks een vrouw met kerosine overgoten – en je hebt de variant waarin de vrouw zelf de man uitkiest en van man kan veranderen wanneer ze daar zin in heeft. Bij de spoorwegen, de grootste onderneming van India, vervullen vrouwen de hoogste posities. Maar over het algemeen worden jongens voorgetrokken, omdat alleen de zoon de `putra' kan zijn, degene die na het overlijden van de ouders de brandstapel aansteekt, opdat de ziel de reis kan beginnen richting God en terug. Want geloof in wedergeboorte is wel een aardige constante in dit land.

Gitanjali Kolanad is soms grappig (,,Indiërs eten geen rund zoals u geen hond eet'') en soms cynisch (,,Als je geeft, hou je bedelarij in stand en als je niet geeft helaas ook''), maar ze is nooit vervelend. In kleine hoofdstukjes behandelt ze waarom je geen bloemen meeneemt naar een partijtje, waarom je vrouwen geen handdruk geeft en wat het beroemde geen-ja-geen-nee wiebelen van het hoofd betekent. Het betekent simpelweg: ik heb u gehoord. En niet: ik ga doen wat u vraagt.

Het boek `Culture Shock! India' bevat bijna alles wat de vreemdeling moet weten: weet je wat de dienstmeid van jou denkt? En: wat doe je als je een glas water krijgt aangeboden? Drink je het uit beleefdheid leeg of lieg je dat je een darmaandoening hebt? Lieg, want het is een beetje mal om ziek te worden uit beleefdheid. Zo wordt India doodgewoon. Zo gewoon als bijvoorbeeld Nederland. Ook in Nederland leef je uiteindelijk in een kleine kring van redelijk gelijkgezinde vrienden en collega's en heb je een zekere fascinatie, maar geen wezenlijke belangstelling voor de gekken die op televisie vertellen over hun burenruzies of hun seksuele fantasieën.

Net als er in Nederland schrijvers zijn als Hofland en Heldring, die weidse analyses maken en de paus en de president van Frankrijk ergens serieus voor waarschuwen, zo heb je ook in de Indiase kranten commentatoren die Poetin en Bush van advies dienen. Ook in India wordt sport zo bloedserieus genomen als bij Barend en Van Dorp, alleen is het hier cricket en geen voetbal. Over de filmsterren van Bombay wordt op precies dezelfde manier gekletst als over de Bekende Nederlanders in Privé: wie was waar, wie had te veel gedronken en wie blijkt zwanger. Alleen de schaal is in India anders.

Ook in India heb je linkse politici die tegen de bombardementen in Afghanistan zijn en rechtse politici die moslims haten: het hele spectrum van Paul Rosenmöller tot Pim Fortuyn is vertegenwoordigd. In India moet je je schoenen uitdoen met de linkerhand, in Nederland moet je drie kusjes geven op de wangen. Hier moet je in de winkel fel afdingen, daar moet je bij de bakker eindeloos alstublieft en dankuwel zeggen. Elk volk zijn eigenaardigheid, leert Gitanjali Kolanad, en dat doet ze zo charmant en ironisch, dat het ineens niet eigenaardig meer is.

Ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas