Duitsers huiveren, lachen en klappen bij Mulisch

In Frankfurt klinkt de titel van Fassbinders omstreden toneelstuk Der Müll, die Stadt und der Tod (1985) nog altijd als zwaar geschut. Tijdens de uitvoering van Das Theater, der Brief und die Wahrheit van Harry Mulisch valt de naam een enkele keer en er gaat iets van huiver door de zaal. Desalniettemin is de uitvoering gisteravond in het Schauspielhaus Frankfurt van Mulisch' briljante variatie op het omstreden toneelstuk van Fassbinder met ovationeel applaus ontvangen. Mulisch woonde vanaf de tweede rij de voorstelling met gespannen aandacht bij en voegde zich bij het slotapplaus op het podium tussen regisseur en spelers.

Frankfurt is de stad waar Fassbinder zijn inspiratie vond voor zijn kritische verhandeling over een projectontwikkelaar, de zogeheten `Rijke Jood'. In Frankfurt kwam het, evenmin als in Nederland, tot een serieuze opvoering van het stuk. Uit protest tegen de voorgenomen opvoering in 1987 ontvoerde acteur Jules Croiset zichzelf. De artikelen die hierover verschenen in de Duitse pers hangen bij de entree van het Schauspielhaus. `Täuschungsmanövre' staat er in grote letters. Bovendien verstuurde Croiset tal van dreigbrieven – en om de aan zichzelf gerichte dreigbrief draait het in de tekst.

Mulisch combineert de feiten van deze zelfontvoering met de fantasie van theater. In een crematorium neemt een man, Herbert, afscheid van zijn vrouw en vervolgens neemt deze Magda afscheid van haar man. Twee doden, twee levenden. Er is een verteller, Felix geheten, en zijn vriendin Vera. Het is jammer dat de regisseur ervoor kiest de rol van Magda door Felix' vriendin te laten vertolken. Deze keuze vertroebelt de logische eenheid. Afgezien hiervan doet de toneeluitvoering alle recht aan het spel van spiegelingen, van kunst die werkelijkheid wordt en werkelijkheid kunst dat Mulisch speelt.

Het spannendst acteert Matthias Brandt als Herbert. Met aan zijn ene zijde een foto van Magda en aan de andere kant haar kist doet hij zijn bekentenis: niet een `fascistische jeugdorganisatie' stuurde de brief, maar Herbert zelf. Hij deed dat om zijn vrouw te redden van gewetensnood. Herbert staat voor de zaal met brandende ogen, soms een vertwijfelde uitdrukking op zijn gezicht maar eerder is hij ook de genieter van deze in scène gezette manoeuvre. Als acteur is hij nu eens niet de willoze marionet, maar de man die een coup-de-théâtre bedenkt én uitvoert. In deze passages krijgt de voorstelling vaart en reikwijdte. Het woord `rehabilitatie' van de acteur klinkt door. Want Felix (Udo Samel) geeft met veelzeggende terzijdes aan dat toneel hier een gevaarlijke kunstvorm is, indringender dan welke reguliere voorstelling in een schouwburg dan ook.

Het spel van spiegelingen zet zich voort in de kostumering van Felix. In kort leren jasje, getooid met bril en vettig haar en ook in lichaamsbouw vertoont hij overeenkomsten met Fassbinder. Het is aan aangrijpend ogenblik wanneer, aan het slot van Herberts toespraak, de kist van Magda in het niets verdwijnt.

Vera die Magda's rol speelt laat elke beheersing vallen en gooit zich extreem in het spel. Ze trekt aan haar haren, gilt. Teveel overdaad, want wat zij wil zeggen komt heus aan: niet Herbert schreef de brief, maar zijzelf. Om Herbert te redden van zijn angsten. De brief als postuum intermediair om een huwelijksverhouding te redden. Een `liefdesbrief' van over het graf.

Het decor telt tal van geheimzinnige attributen. Dat de klok geen wijzers heeft, kan ik me in het aanzicht van de dood voorstellen. Het optreden van acteurs als spiegelbeeld van degene die op de Bühne staat, werkt echter verwarrend. Eén toeschouwer werd het halverwege te veel en hij verliet, zacht briesend, de zaal.

Mulisch' origineel kent een nawoord, waarin de auteur ingaat op de `affaire' en zijn vertelling. Plots doet de doodgraver, die fantastisch stil stond te zwijgen zoals het betaamt, enkele stappen naar voren en roept de zaal in: ,,Aber ich bin weitergegangen.'' Vervolgens doet hij het relaas van de literaire gedachtengang van de auteur. Ook heeft hij gesproken met de heer en mevrouw Croiset, die alle steun aan het boek betuigden. Het wordt stiller in de zaal. Deze verrassende apotheose maakt alle zwaarte en dood plots licht en levend.

Na afloop bleek Mulisch vooral door deze laatste scène verrast. Hij zei: ,,Ik heb me met de bewerking niet bemoeid, maar het is opmerkelijk in dit spel én jezelf als Felix in de persoon van Udo terug te zien én ook ineens als de doodgraver. De symboliek is hier en daar aangezet, maar daar houd ik wel van. Het lijkt me een goed idee dat het stuk ook eens in Nederland wordt opgevoerd.''

De smetteloze ontvangst van Das Theater, der Brief und die Wahrheit betekent overigens niet dat het toneelstuk ongevaarlijk is. Uit de reacties na afloop blijkt dat de toeschouwers de emotionele waarde hebben onderkend. In vergelijking tot het originele Der Müll... is Mulisch' versie beduidend minder grimmig. Het gaat hem dan ook niet om een maatschappelijke situatie die aangeklaagd moet worden. Dat was Fassbinders obsessie. Met deze opvoering heeft de `Fassbinder-affaire' een nieuwe vertakking gekregen. De Nederlandse regisseur Johan Doesburg is nu voornemens in maart 2002 het theaterstuk van Fassbinder opnieuw op te voeren. Met Mulisch' Das Theater, der Brief und die Wahrheit zou dat een waardevol tweeluik kunnen vormen. Der Müll, die Stadt und der Tod verdient een rechtvaardige behandeling. Het ene theaterstuk bewijst dat voor het andere.

Harry Mulisch, Das Theater, der Brief und die Wahrheit. Uitg. Schauspielhaus Frankfurt. DM 4,50; Het theater de brief en de waarheid.

Uitg. De Bezige Bij. ƒ24,50.

    • Kester Freriks