De Gooise Moordenaar

Een van de meest onverwachte uitkomsten van het tellen en rekenen door historici is dat het in de tweede helft van de negentiende eeuw steeds rustiger op de wegen werd. Zo verminderde in de loop der jaren de tolopbrengst van de weg van Haarlem naar Den Haag met ongeveer 70 procent, terwijl de tarieven gelijkbleven. De verklaring voor de steeds rustiger wegen moet gezocht worden bij de treinen en de trams die in Nederland vanaf 1839 gaan rijden. Maar de verschijning van de treinen betekende niet dat het op de weg veiliger werd. Het tegendeel lijkt het geval, zoals blijkt uit de geschiedenis van de Gooische Stoomtram.

De Gooise Tramwegmaatschappij exploiteerde een tramwegnet van 37,5 kilometer. De Haagse civiel ingenieur Cornelis Bok had in 1880 van de minister van Waterstaat toestemming verkregen voor een stoomtramweg van Amsterdam naar 't Gooi. Het startkapitaal van ƒ500.000,- was in recordtijd bij elkaar, zodat al in januari 1881 begonnen werd met de aanleg van het eerste deel van het traject. Op 17 mei van dat jaar tufte de eerste stoomtram van het Weesperpoortstation in Amsterdam, via het toen nog zelfstandige Watergraafsmeer, naar Diemerbrug.

Na een voortvarende start volgden tegenvallers. Voor de uitbreiding van het tramwegnet waren de kosten te laag ingeschat. De aandeelhouders verweten directeur Bok wanbeleid: hij had de onderneming te groots opgezet, te veel materieel, te veel personeelsleden en uitbetaling van te hoge lonen. Bok moest het veld ruimen en er volgde een ingrijpende reorganisatie. De `blijvers' moesten genoegen nemen met lange werkdagen en tegen een verlaagd salaris.

Het ligt voor de hand een verband te veronderstellen tussen deze ingreep en het grote aantal ongelukken dat zich op de lijn van de Gooische Stoomtram voordeed. De stoomtram zaaide zoveel dood en verderf dat deze de bijnaam de `Gooise Moordenaar' kreeg. Dat dit niet ten onrechte was blijkt uit een lijst die de Diemense pastoor Johannes Vermeulen bijhield. In totaal maakte hij tussen november 1882 en januari 1907 melding van niet minder dan 21 tramongelukken met dodelijke afloop – alleen al in zijn parochie. Een spotprent van Johan Braakensiek versterkte het ongunstige beeld bij het grote publiek nog meer.

Ter verdediging publiceerde de directie in 1905 een bloemlezing van ongelukken die plaatsvonden tussen 1899 en 1904. De conclusie was duidelijk: de Gooische Stoomtram trof geen enkele blaam. Er was sprake van een zelfmoordpoging, de verongelukte passagiers waren zelf onvoorzichtig geweest, en er was er sprake van dronkenschap, kinderen deden levensgevaarlijke spelletjes op de trambaan of reden stiekem mee op de buffer van een goederenwagon.

Bij het hoge aantal ongelukken zal de onbekendheid van het publiek van de met 15 kilometer per uur voorbijrazende snelheidsduivel zeker een rol hebben gespeeld. Maar ook de geringe veiligheid van het rijdend materieel droeg daaraan bij. Alleen de locomotief was uitgerust met een rem. Daarnaast schakelde het personeel soms de veiligheidsklep uit als de tram te zwaar was en moeite had met de kleine reliëfverschillen in het Gooise landschap.

Om het gevaar van de stoomtram binnen de gemeente Diemen te beteugelen bepaalde de gemeenteraad dat de tram binnen de bebouwde kom niet sneller mocht rijden dan 5 kilometer per uur. Bovendien moest de tram overdag worden voorafgegaan door iemand met een rode vlag; 's avonds diende deze een brandende lantaarn bij zich te dragen.

Zo werd de beroete beambte, gekleed in een blauwe kiel en een donkere manchesterbroek en met een vuile, glimmende pet op het hoofd, die op kruispunten met een rode vlag stond te zwaaien, op veel plaatsen in den lande een bekende verschijning. Dat het personeel werkzaam bij het spoor in veel plaatsen aan de wieg van de sociaal-democratie stond zal dus niet helemaal op toeval berusten.

W. Krook, e.a., Diemen onder stoom; de geschiedenis van de `Gooische Stoomtram' (in: Historische Kring Diemen, 8 (1998) nr. 1).

De passage over Francois Lankfort, in de bijdrage over de pest (16 nov.) is ontleend aan: Willem Frijhoff, `Gods gave afgewezen. Op zoek naar genezing van de pest: Nijmegen, 1636-1636' in: Volkskundig Bulletin, 17 (1991) 143-170.

Gerectificeerd

De Gooise Moordenaar

In het onderschrift bij de illustratie van het artikel De Gooise Moordenaar (in de krant van maandag 26 november, pagina 22) wordt de tekening toegeschreven aan Johan Braakensiek. Dat is onjuist. Zij was van B. van Vlijmen, eveneens tekenaar bij de Groene Amsterdammer.

    • Cor van der Heijden