De Fortuyn-factor

Sinds gisteren kent ook de Nederlandse politiek haar onvoorspelbare outsider. In overgrote meerderheid gaf het congres van Leefbaar Nederland steun aan Pim Fortuyn als lijsttrekker van de partij bij de verkiezingen van volgend jaar. Daarmee staat nu reeds één ding vast: kleurrijker zal de verkiezingsstrijd zeker worden. Dat de `Leefbaar-beweging' electoraal potentieel heeft, hebben lokale verkiezingen de afgelopen jaren bewezen. Met sterk bij de kiezer levende plaatselijke onderwerpen wisten de Leefbaar-partijen in zowel Utrecht als Hilversum uit te groeien tot niet te negeren gemeenteraadsfracties. De lokale identificatie bleek het unieke punt van de Leefbaar-partijen. Juist daarom was de vraag dan ook met welk onderwerp de plaatselijke politieke pioniers verenigd in Leefbaar Nederland zich op landelijk niveau zouden kunnen profileren. Maar heel slim is echter voor de Tweede-Kamerverkiezngen gekozen voor een in het oog springende figuur in de persoon van Pim Fortuyn. Een persoon overigens waar zoals uit zijn vele publicaties blijkt, ook tal van onderwerpen aan vastzitten.

Er zijn vanzelfsprekend de nodige vraagtekens te zetten bij de procedure die heeft geleid tot de uiteindelijke aanwijzing van Fortuyn tot lijsttrekker. Maar dat doet eigenlijk niet terzake. Van belang is dat de bestaande partijen concurrentie krijgen van een partij die het sentiment uitstraalt dat ze tegen het Haagse politieke establishment is. Met Pim Fortuyn heeft die partij een perfecte vertolker van dat gevoel gevonden.

De grootste fout die de gevestigde partijen kunnen maken is het onderschatten van Leefbaar Nederland. Er is veel af te dingen op de prettig in het gehoor liggende slogans die moeten doorgaan voor het programma van Leefbaar Nederland. Maar het naar binnen gekeerde Haagse politieke bedrijf heeft wel de ruimte laten ontstaan voor dergelijke geluiden. De klagende klasse over de niet leverende en slecht functionerende overheid groeit nog steeds. Daar zit het electoraat van Leefbaar Nederland. Soortgelijke experimenten in het buitenland hebben bewezen dat exploratie van de antistemming bij verkiezingen succesvol kan uitpakken.

Leefbaar Nederland houdt de `oude' politiek een spiegel voor. Dat gebeurt op een onconventionele en vaak ook weinig fijnzinnige manier. Onduidelijk is hoe de partij zich de komende tijd zal manifesteren. Een volledig op de persoon gerichte Amerikaanse campagne rondom Pim Fortuyn ligt voor de hand. Getuige de achtergrond van enkele oprichters van Leefbaar Nederland hoeft geld in tegenstelling tot andere partijen geen probleem te zijn. Al dit soort zaken kunnen Leefbaar Nederland tot een geduchte factor maken bij de verkiezingen.

Onvrede over de bestaande politiek is altijd de belangrijkste drijfveer geweest van nieuwe partijen. Een lang leven is deze groeperingen, met uitzondering van D66, nooit beschoren geweest. Het bonte gezelschap dat de basis vormt van Leefbaar Nederland wijst evenmin op een langdurig voortbestaan na de verkiezingen. Toch doen de bestaande partijen er goed aan niet te speculeren op de mogelijke ondergang van de politieke nieuwkomer. Hoe serieus Leefbaar Nederland als partij is, zal nog moeten blijken. Maar zijn electoraat dient ernstig te worden genomen.