Bodemloze leuterput

Denken, dat beschouwen mensen graag als het verschil tussen mens en dier. Maar het hebben van een taal, oftewel het praten is waarschijnlijk een juistere aanduiding van het verschil. En een stuk bescheidener, want het verschil is minder majestueus dan het zware woord `denken' suggereert. Het mensenbedrijf steunt voor een groot deel op een taai breiwerk van gepraat waar nauwelijks denken voor nodig is. Mensen praten zoals honden elkaars aars besnuffelen, apen elkaar vlooien, mieren elkaar geurstoffen doorgeven en vogels naar elkaar fluiten.

De radio is in menig opzicht een verheviging van de spraakwater-infrastructuur van de maatschappij. Om te beginnen kan een kletsmeier via zijn radiokanaal een wijd verspreide menigte toespreken, zonder dat iemand ook maar een woord, een zucht, een zin hoeft te missen. En gek genoeg vermenigvuldigt de radio het maatschappelijk geleuter nog meer door de luisteraar te dwingen zijn klep even dicht te houden om te kunnen horen wat er op de radio gezegd wordt.

Mensen kunnen meestal maar korte periodes hun tong ongebruikt laten. En niets werkt inspirerender dan het geteut van anderen. ,,Weet je wat ik gister op de radio hoorde van die christenen, die echtparen met jonge kinderen willen verbieden te scheiden. Tsja en ik bleef ernaar luisteren, die man van de ChristenUnie had zo'n bijzondere stem, echt een warme vaderlijke klank, een kalmerende, eikenhouten stem, als een dominee aan een ziekbed.'' Enzovoort.

Radio, het open kanaal dat als een lege weg in een stralend, glooiend landschap ligt te wachten, verhoogt ook aan het andere uiteinde, in de studio de druk op de menselijke zwetszucht. Het besef voor een openstaande microfoon te zitten, die een doodse stilte verspreidt in honderdduizenden huiskamers, kantoren en auto's, stuwt de praatdwang tot grotere hoogte dan bühne of zeepkist.

De radiomicrofoon is een toverstaf, die het menselijk ouwehoeren spectaculair doet bloeien en woekeren. De hersendelen die de spraak aansturen vatten de radiostilte op als alarmfase 1 en beginnen aan een koortsachtige vlucht naar voren. Zo slaagt radio er ook in doorgaans verstandige mensen het vermogen te benemen zichzelf te horen. Primitieve volkeren geloofden dat een foto iets van de ziel van de gefotografeerde wegnam. Radio kan het vermogen van de sprekers zichzelf te horen ernstig en zelfs volledig saboteren. Het effect is dat de radio een oorverdovend, nietszeggend plapperen uitzendt. Zoals er mensen allergisch voor muziek zijn, en akelig worden als iemand een muziekje opzet, zo zijn er mensen die mentaal of zelfs fysiek uit het lood raken als er een radio staat te snateren.

Radio heeft blijkbaar behalve een verhevigende ook een openbarende werking op de menselijke zwateldrang. Uit een radio komt het zwansen in zijn nakie, zonder de gebaren, de kapsels en jurken, de illustraties, de zoete geuren, de kansen op vechtpartij, gezamenlijke maaltijd of seks. De kletslul verheft zich in alle huiveringwekkende blootheid, legt alle drie dimensies, vier van de vijf zintuigen lam en werkt als breekijzer voor het wagenwijd openzetten van een peilloze afgrond, koud, eindeloos en dodelijk als het heelal. Als radio dat doet, moet ze gerekend worden tot de gemeenste hard drugs.

Hersenbeschadigende verveling en debiliserende ernst zijn de eerste tekenen van schade, maar blinde, razende haat en sadistische moordzucht horen allemaal tot de krachten die uit die afgrond omhoog kunnen klimmen. Amerikaanse talkradio en de uitzendingen van het Rwandese station Duizend Heuvelen noem ik als summier bewijs.

Ikzelf ben bij vlagen op onverklaarbare wijze immuun voor de verdovende werking van het gezwatel dat de radio verspreidt. Dan hoor ik prachtige nieuwe woorden en geheel van menselijk denken bevrijde redeneringen. Ook vinden er gesprekken plaats die zo spectaculair zijn opgebouwd uit inhoudsloze geluiden en misverstanden, dat het woord communicatie van betekenis verandert.

Gaat u er eens voor zitten.

    • Dirk van Weelden