Banale pakjes

Veertien deftige heren waren bezorgd. Uniek Zeeuws cultuurgoed werd met uitsterven bedreigd. Immers, steeds meer Zeeuwen droegen geen klederdracht meer, maar gingen `op hun burgers'. Op de befaamde markt van Middelburg, waar boeren en boerinnen in Arnemuidse en andere Walcherse kostuums vanouds een lust voor het oog waren, verschenen steeds meer banale burgerpakjes. Hoe dit tij te keren?

Onder de heren bevond zich dr. Smeding, hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwsche Middelburgsche Courant. Eén middel lag dan ook voor de hand: een oproep in de krant. Aldus geschiedde, en wel op 9 oktober 1937. ,,Moeders, kleedt vooral Uwe meisjes in Zeeuws costuum!' zo eindigde, in vette letters, een uitvoerig manifest (kennelijk dacht men toch vooral aan de vrouwen, die in beuk, bloedkoralen en oorijzers immers zo bevallig oogden). Het hoofdartikel ondersteunde de ingezonden mededeling van harte, en voegde er aan toe: ,,Elk op zijn boers gaande vrouw die een burgerpakje aantrekt, verliest daarmee de helft of meer van de schoonheid harer uiterlijke verschijning.'

Wie denkt dat discussies over kleding en culturele identiteit in de media iets nieuws zijn vergist zich: na de publicatie van het manifest waren de brieven en artikelen in allerlei kranten niet van de lucht. Ook enkele ervaringsdeskundigen meldden zich. Zij schreven dat zij in hun dracht als aapjes werden bekeken door stedelingen en toeristen. Vrouwen werden nageroepen, zelfs betast. En in veel winkels werden mensen die `op hun boers' waren pas geholpen nà de stadslui in hun gesmade pakjes. Droegen de heren ondertekenaars zelf eigenlijk wel Zeeuwse klederdracht?

Het is fascinerend om 64 jaar later te zien hoe hoog de emoties opliepen en hoe onontwarbaar standsbesef, esthetische argumenten en het belang van het toerisme door elkaar liepen. Onderwijzers en dominees werden gemobiliseerd, rijke mevrouwen verklaarden dat zij hun dienstmeisjes zo graag in Zeeuwse dracht zagen. Volkskundigen debatteerden over de oorsprong ervan: de een hield het op gezonken cultuurgoed, de ander bespeurde iets heel dieps uit het bloed en de bodem van het volk. Er kwamen discussieavonden met filmvoorstelling, met gratis entree voor wie in klederdracht kwam.

Het verhaal van de Zeeuwse klederdrachtkwestie staat in een boek waarop de historicus Ad de Jong vorige week is gepromoveerd: De dirigenten van de herinnering. Musealisering en nationalisering van de Nederlandse volkscultuur 1815-1940. Een schatkamer van een boek.

Ik denk dat bijna niemand in 1937 dacht dat er in 2001 nog steeds Nederlanders in klederdracht zouden lopen. Het zijn er dan ook nog maar een paar. Wat voor mensen dat zijn wordt op ontroerende wijze duidelijk in een boek dat toevallig ook pas is verschenen: en m'n zuster die heet Kee. Het bevat gesprekken met de laatste klederdracht-dragende vrouwen van Borsele (Z.). Ze zijn tussen 76 en 102 jaar oud. Kees Slager interviewde ze over hun lange, vaak bewogen levens. Terloops meldt hij dat van zijn 33 zegsvrouwen er acht Kee heten en zeven Janna, dat niet één kan autorijden of zwemmen, of meer opleiding heeft genoten dan lagere school.

Nog onverwachter is dat in Nederland opnieuw wordt gediscussieerd over traditionele kleding: islamitische dit keer. De argumenten daarbij zijn nog steeds even verward. De bevoogders, zij die uit naam van de culturele eigenheid vrouwen in de oude dracht willen houden – en op hun plaats natuurlijk – krijgen steun van al wat zich vooruitstrevend en democratisch noemt. Intellectuelen, zelf vrij als vogeltjes, vinden de multiculti-samenleving zo veel kleurrijker dan wanneer iedereen in C&A en Inwear zou lopen. Toch?

Ver weg in Afghanistan hopen waarschijnlijk duizenden vrouwen dat zij dit keer voorgoed zijn verlost van de onafzienbare lappen waarin zij zich van de fundamentalisten moesten hullen. Een van de veelzeggendste foto's die de afgelopen weken in de krant hebben gestaan was die van een paar jonge Afghaanse vrouwen in 1972, opgewekt en zelfbewust voortstappend met blote benen in hun Westerse rokken en bloesjes. O, zulke banale burgerpakjes.

    • Ileen Montijn