Zonder de euro was het ook niet alles

Alternatief scenario: de Duitse mark blijft maar stijgen, terwijl de Zuid-Europese munten sterk depreciëren. Beleggers zijn meteen na de aanslagen in New York massaal gevlucht in Duitse staatsobligaties, waardoor de Duitse en Nederlandse rente sterk dalen en de koers van de mark en de gulden wordt opgedreven.

Italië, Spanje en Portugal proeven het voordeel van hun valutadepreciaties, maar betalen daarvoor met hoge rentes die een steeds grotere aanslag doen op hun begroting. De valutaschommelingen tussen de Europese landen nekken de liquiditeit op de financiële markten, en jagen de risicopremies op aandelen en obligaties ver op. Koersen verzwakken.

In de gefragmenteerde Europese economie krijgt de recessie de kans om diep door te dringen: het noorden kampt met verlies aan concurrentiekracht, het zuiden met een verslechterend financieel klimaat. De saamhorigheid wordt in Brussel zwaar op de proef gesteld, en alleen al het beteugelen van ruzies vreet alle energie op die anders aan het maken van nieuw beleid was gespendeerd.

Het bovenstaande gebeurt op dit moment niet. Maar wie zich de vorige laagconjunctuur herinnert van begin jaren negentig, komt het scenario bekend voor. Destijds werd het zwakke verband tussen de Europese munten die aan elkaar waren gekoppeld in het Europese Monetaire Stelsel op de valutamarkt aan flarden gescheurd. De pond- en lirecrisis in september 1992, de franc-crisis van eind juli 1993 en een zware naschok voor onder meer de peseta en de escudo begin 1994, zorgden voor een vertrouwensschok die de Europese economie lang parten speelde.

Ook nu gaat de Europese economie een zware tijd tegemoet. Donderdag bleek dat de Duitse economie, de motor van het eurogebied, al twee kwartalen achtereen licht krimpt. Voor de gehele euro-economie wordt, ondanks een meevallende Franse groei, een bijna-stagnatie voorzien in het derde kwartaal en wellicht een krimp in het vierde.

Het verschil met toen is, dat de bij-effecten van destijds niet meer spelen. De girale invoering van de euro in 1999, en de komende invoering van de biljetten en munten, hebben er voor gezorgd dat de chaos op de rente- en valutamarkten in tijden van tegenspoed verleden tijd is. Een mens kan al dan niet blij zijn met de euro, gelukkig of ongelukkig zijn met het beleid van de Europese Centrale Bank, vóór of tegen de bijbehorende strakke begrotingsregels zijn. Maar af en toe kan het ook geen kwaad om te bedenken hoe Europa er op dit moment zou uitzien als de Europese munt het niet had gehaald.