Wapenbroeders vinden elkaar in vliegende vaart

De tweede etappe in de Volvo Ocean Race nadert zijn laatste week. De vijf koplopers liggen na duizenden mijlen in zicht van elkaar. Voor een zieke zeiler zijn medicijnen in zee geworpen.

Schipper Grant Dalton, bekend om zijn reputatie als staalharde zeiler, stuurde gisteren een ongebruikelijk emotionele e-mail vanaf zijn jacht Amer Sports One, een van de acht boten in de Volvo Ocean Race: `Degenen die volstrekt niet zijn geïnteresseerd in winnen of verliezen [..] kunnen nu hun hart ophalen bij een waargebeurd, menselijk drama op de bodem van de wereld.'

Twee kooien in Daltons boot zijn ingericht als noodhospitaal voor bemanningslid Keith Kilpatrick, die sinds maandagnacht kampt met acute ingewandenverstopping en sindsdien morfine krijgt toegediend. `Er zijn wellicht betere plekken voor zieke Keith te bedenken', vervolgde Dalton. `Maar ik verzeker jullie dat hij nergens meer aandacht krijgt dan hier wapenbroeders en dat soort dingen.'

De toestand van Kilpatrick werd de afgelopen dagen kritiek, omdat de eerste hulpkist leeg raakte en een infuus tegen uitdroging niet kon worden ingebracht door hevige schommelingen van de boot. Die zeilde op dat moment op volle snelheid door de Zuidelijke Oceaan, duizenden mijlen buiten bereik van land, reguliere scheepvaart of reddingshelicopters. Eergisteren was de Australische luchtmacht eindelijk in staat zeven hulppakketten vlak bij de boot in zee te werpen. `Op het nippertje', schreef navigator en bevoegd arts Nilson. `Bij de laatste glimp daglicht hebben we het zevende pakket uit zee gevist.' Het team hoopt Kilpatrick binnen drie dagen te kunnen evacueren.

De ironie wil dat de boot, tot het drama met Kilpatrick, niet goed in het veld lag, zelfs ruim achterop was geraakt, maar door de noodgedwongen koers richting het Australische vasteland nu betere wind heeft en inloopt op de kopgroep van vijf.

Die vijf koplopers zijn sinds vertrek uit Kaapstad na drieduizend zeemijl (5.559 kilometer) in vliegende vaart over de Zuidelijke Oceaan toe aan een virtuele herstart. Het afgelopen etmaal lag om de zes uur een andere boot op kop. Ze liggen zo vlak bij elkaar dat ze gistermiddag alle in zicht of binnen radarbereik van tenminste één andere boot waren.

De eindspurt langs de kust van Australië wijst op een onvoorspelbare apotheose van deze tweede etappe, die zich tot eergisteren kenmerkte door bloedstollende snelheden. Dankzij huizenhoge golven en krachtige westenwinden werd het snelheidsrecord tot twee keer toe gebroken. Nadat de Australische NewsCorp maandag 450,13 zeemijl in één etmaal klokte, liet Team SEB van navigator Marcel van Triest een dag later 455,7 zeemijl bij een gemiddelde snelheid van 18,9 knopen noteren. De andere boten voeren met vergelijkbare snelheden en ware doodsverachting tussen de ijsbergen door. Die Frosty Friends dreven tot ontsteltenis van de zeilers veel noordelijker en in grotere aantallen dan gebruikelijk in hun vaarwater. `Dit is doodeng, gruwelijk', schreven ze.

Het vreemdste voorval vond drie nachten geleden plaats, toen Team Assa Abloy middenin de nacht de boot moest stilleggen vanwege een bos zeewier aan het roer. `Uitgerekend hier, op deze plek, wier dat ons afremt!', tikte een bemanningslid. `Vreemder was het nog dat onze schipper Neal McDonald opeens gilde: kijk uit! Een boot! In de pikdonkere nacht denderde Illbruck rakelings voorbij. Wat doen we hier?'

Die vraag stelt bemanningslid Carolijn Brouwer zich niet op de enige vrouwenboot. `Het is echt een mega racebak!', luidde haar eerste bericht. `Wat een geweld, wat een krachten en wat een machtig gevoel om aan het roer van deze boot de golven af te denderen.'

De vrouwenboot gaat wel hard, maar kan de mannen niet bijhouden. De boot raakte aan het begin van de etappe al achterop. `Met een goed voorbereide maar toch mislukte gijpmanoeuvre zijn wij de aansluiting met de heren verloren', verklaarde Brouwer. `Wij hebben te lang in de verkeerde richting moeten doorvaren om alles weer op de rit te krijgen en dat heeft ons de verkeerde kant op gedwongen. Zo kwamen we, heel ongebruikelijk, rond de vijftigste breedtegraad in een windstilte terecht.'

Inmiddels heeft de boot de wind weer in de zeilen en is ze een deel van haar achterstand van 550 mijl ingelopen, maar het is niet waarschijnlijk dat ze nog in de buurt kan komen van de kopgroep. Die heeft de Zuidelijke Oceaan verlaten en is minder dan duizend mijl verwijderd van het eerste waypoint op de route, Eclipse Island bij de zuidwest punt van Australië. Einddoel Sydney ligt op 2.860 mijl.