Twistende oliemannen

Gisteren heeft Rusland een concessie aan de OPEC gedaan. Het beperkt zijn olieproductie met vijftigduizend vaten per dag. Dat is zeker vier keer minder dan de OPEC eist. Maar meer dan Rusland tot nu toe wilde. Moskou schuift voetje voor voetje op.

Het breekijzer in de `ruwe' oliewereld ligt in Moskou. Ergens in de driehoek tussen de metrostations Toergenjev, Krasnopresnenskaja en Plein der Revolutie. Bij Toergenjev zijn de strategische hoofdkwartieren gevestigd van Loekoil en Joekos, de twee belangrijkste oliemaatschappijen van Rusland. Achter Krasnopresnenskaja ligt het Witte Huis, een immens gebouw dat sinds het bombardement van het parlement in 1993 dienst doet als residentie voor de regering. En bij Plein der Revolutie bevindt zich niet alleen de Doema maar ook het Kremlin, waar president Poetin en diens machtige `administratie' alles onder controle pogen te krijgen.

In deze zwartgouden driehoek van tien vierkante kilometer wordt beslist over de toekomst van de olieprijs en dus ook over het lot van de Organisatie van Olie-exporterende landen (OPEC). Althans, als ze het er politiek én financieel eens kunnen worden. Het is er dus al weken onrustig.

De OPEC wakkert die zenuwen van buiten aan. Het kartel probeert Rusland af te klemmen, in de hoop dat Moskou alsnog meegaat met het klassieke instrument om de olieprijs op te drijven door de productie af te knijpen. De organisatie deinst daarbij niet terug voor ultimatums en soms welhaast emotionele pressie. De boodschap is helder. Als Moskou niet meedoet, is de ,,crisis'' in de OPEC compleet en verliest Rusland net zo goed als Saoedi-Arabië.

Rusland op zijn beurt heeft de OPEC ook in de houdgreep. Rusland is namelijk geen kleine speler. Het is met een marktaandeel van tien procent ná de OPEC-landen, die samen nog slechts goed zijn voor ruim veertig procent, en vóór Noorwegen de tweede olieleverancier ter wereld. Bovendien is Rusland geen lid van de OPEC en kan dus doen wat het wil. Tegen zo'n passant die meedoet als het uitkomt en niet wanneer dat voordeliger ís, zijn amper sancties voorhanden.

Daarom stond de OPEC medio november na het spoedberaad in Wenen in haar hemd. De organisatie zelf had aangekondigd volgend jaar de productie met 1,5 miljoen vaten per dag (een vat is 159 liter) te gaan beperken. Mexico volgde met een toezegging van 100.000 vaten, Oman beloofde een offer van 50.000 en ook buitenstaander Noorwegen leverde uiteindelijk 100.000 tot 200.000 vaten. Allen verbonden daaraan de voorwaarden dat ook Rusland een substantiële bijdrage zou leveren van minimaal 200.000 barrels. Moskou wilde echter niet verder gaan dan een symbolisch gebaar: dertigduizend vaten, of wel 0,41 procent van de totale Russische olieproductie. En zelfs deze geste had premier Kasjanov al voor de poorten van de hel moeten wegslepen. ,,We zijn ontgoocheld'', klonk het in Wenen. Gisteren verhoogde Kasjanov het bod tot 50.000 vaten. De olieprijs veerde met 4 procent op tot ruim 19 dollar. Maar de aandelen op de beurs van Moskou daalden met een vergelijkbaar percentage.

Een adempauze? Vermoedelijk. Want ondertussen is het conflict tussen de OPEC en Rusland overgeslagen naar Moskou. Zowel binnen de regering als tussen de olieconcerns stapelen de meningsverschillen zich sinds `Wenen' op.

De onenigheid tussen de oliemannen kwam een dag na de bijeenkomst in Oostenrijk al aan het licht. Loekoil koos ineens openlijk de zijde van de OPEC en begon te pleiten voor een serieuzere productiebeperking. Joekos sprak onmiddellijk een veto uit.

Loekoil is in 1991 opgericht door de gestaalde olieman Vagit Alekperov. Tijdens de Jeltsin-bonanza tien jaar geleden slaagde de `neftjanik' erin de staatsbedrijven in Langepas, Oeraj en Kogalym in Siberië te fuseren, te privatiseren en naar Westers voorbeeld te stroomlijnen tot een verticale keten van bron tot pomp. ,,Binnenkort krijgen de zeven zusters en een broertje bij'', pochte Alekperov indertijd. De zeven zusters zijn de grote giganten in de oliesector. Het resultaat is bedrijf met 130.000 werknemers en een marktaandeel van 24 procent in de Russische productie alsmede 12 procent in de raffinage. Alekperov wordt daarbij gesteund door patriarch Aleksej II van de Russische orthodoxe kerk. Met geld van Loekoil liet de geestelijk vader in Kogalym een reusachtige kathedraal bouwen. Aleksej acteert nu ook in reclamefilmpjes voor Loekoil.

Alekperov, die een paar jaar geleden ritselde dat zijn zingende dochter namens Rusland aan het Eurovisie Songfestival mocht meedoen, is met een geschat particulier vermogen van ruim een miljard dollar overigens niet de rijkste man van het land. Dat is Michail Chodorkovski. Volgens het tijdschrift Forbes is die persoonlijk goed voor 2,4 miljard. Chodorkovski is van origine geen olieman, hij is een bankier die zijn eerste kapitaal tijdens de chaotische perestrojka periode bij elkaar heeft gesprokkeld. Maar sinds 1996 is hij chief executive officer van het eveneens verticaal gestructureerde Joekos, een samenvoeging van rijke oliebronnen in Siberië en petrochemische concerns langs de Wolga. Het marktaandeel van Joekos, waar bijna honderdduizend mensen werken, beloopt 15 procent van de totale productie en 17,5 procent van de verwerking. Recent redde Chodorkovski het zieltogende Kvaerner uit Noorwegen met een bescheiden injectie van het faillissement.

De reden voor het conflict is rationeel. Het gaat om macht en geld. Beide concerns hebben hun productie afgelopen jaar met meer dan tien procent opgevoerd, Maar hun strategische belangen sporen niet. Joekos exporteert bijna de helft van zijn ruwe en eenderde van de geraffineerde olie naar het buitenland, onder meer naar Europa. China is het nieuwe doelwit van Chodorkovski. Loekoil zit daar met zijn martkaandeel respectievelijk 40 en 20 procent onder Joekos. Bovendien heeft Alekperov goede zakelijke banden met OPEC-lid Iran. Anders dan Chodorkovski moet hij meer waarde hechten aan de OPEC.

Lang leek Loekoil alleen te staan. Maar sinds donderdag zijn er medestanders. In het hotel Radisson-Slavanskaja organiseerde Alekperov een `olieforum' met burgemeester Loezjkov en andere relevante politici. De investering bleek niet voor niets. Ook de oliemaatschappij TNK uit Tjoemen, qua omvang de derde in Rusland, pleit nu voor een beperking van maximaal 150.000 vaten per dag. Meer is technisch onmogelijk, aldus YNK-baas Semjon Koekes. Chodorkovski zag de bui hangen en zwakte zijn veto af tot bereidheid te ,,gehoorzamen''. ,,We moeten overeenstemming bereiken en de kwestie niet afschuiven omdat het winter is''.

Winter is in Rusland een metafoor voor onvoorziene moeilijkheden. Het werkelijke motief is anders. De exploitatie in Rusland kost minimaal zes keer meer dan in Saoedi-Arabië, waar de olie voor een dollar uit de grond komt. Als de prijs inderdaad tot 10 dollar daalt, zoals Koeweit in Wenen apocalyptisch heeft voorspeld, dan worden de marges te klein en blijft er onvoldoende eigen geld over om te investeren. Vooral dat laatste is van levensbelang, na een kwart eeuw verwaarlozing tijdens het sovjet-bewind dat slapend rijk dacht te kunnen worden van de olievelden.

Een vrije olieprijs is voor veel Russische concerns daarom ook een zwaard van Damocles. Volgens de zakenkrant Financiële Izvestija wordt dan zelfs de top-vijf in Rusland bedreigd. Bijvoorbeeld Soergoetneftegas van Vladmir Bogdanov (geschat privé-vermogen 1,6 miljard). Bogdanov kijkt de kat uit de boom en heeft ,,een moratorium op commentaar'' uitgevaardigd.

Binnen de Russische regering is de verwarring mogelijk nog groter. President Poetin en zijn kabinet spelen sinds de 11e september op alle borden tegelijk. Rusland eist een speciale en gelijkwaardige positie binnen en buiten de NAVO, wil lid worden van de Wereld Handelsorganisatie (WTO) en wenst de buitenlandse investeerders ook anderszins te vriend te houden. Het moét nu eenmaal integreren in de Westerse industriële infrastructuur. Die dertigduizend vaten waren vooral een signaal aan de VS en de andere nieuwe bondgenoten dat Rusland zich niet door de OPEC laat dicteren.

Tezelfdertijd is het uur aangebroken dat Poetin moet leveren aan de kiezers, die hem in maart 2000 zo overtuigend tot president hebben gekozen en nog steeds rekenen op verbetering van de binnenlandse verhoudingen. Poetin verkeert internationaal-politiek in een gunstiger positie – de bevolking heeft geen onoverkomelijke bezwaren tegen een alliantie met de VS – maar sociaal-economisch is Ruslands positie vergelijkbaar met OPEC-landen als Saoedi-Arabië waar de recessie zichtbaar wordt. Saoedi-Arabië is voor bijna 85 procent afhankelijk van olie-export. Volgend jaar wordt er een begrotingstekort verwacht.

Rusland is voor ruim veertig procent aanwezen op de uitvoer van energie, gelijkelijk verdeeld over aardgas en olie. Maar de `vaderlandse industrie', voor zover die geen militaire spullen produceert, is nog altijd niet concurrerend op de wereldmarkt. Moskou dient ook te investeren in de inmiddels overal bekende trits onderwijs-zorg-veiligheid. Bovendien moet de krijgsmacht in 2005 deels op professionele leest zijn geschoeid, hetgeen veel duurder is dan het huidige dienstplichtigenleger.

De begroting, waaruit deze overheidsuitgaven worden gefinancierd, is gebaseerd op verschillende scenario's. Het meest sombere scenario ging uit van een gemiddelde olieprijs van 18,5 dollar per vat. Die bodem is nu bereikt. Als de prijs zou zakken tot 14,5 dollar of lager zou de regering ,,beslag moeten leggen''. Kortom, dan zou er helemaal geen begroting in gemeen overleg met het parlement tot stand kunnen komen. Dat is politiek buitengewoon onaantrekkelijk. Ten eerste omdat Poetin sinds kort beschikt over een comfortabele meerderheid in de Doema – alleen de communisten sputteren nog tegen – en ten tweede omdat zijn regering volgend jaar al haar kaarten wil zetten op het midden- en kleinbedrijf.

Daarom gingen verschillende ministers afgelopen dagen hun eigen koers varen. Een week geleden had premier Kasjanov vanuit Madrid weliswaar nog laten weten dat hij geen gehoor zou geven aan welk ,,ultimatum'' dan ook. Maar meteen daarna begonnen andere ministers hem te doorkruisen. Minister Koedrin van Financiën liep de deur plat bij de Doema voor beraad over een onverhoopte bezuiniging van 2,25 miljard dollar. Vice-premier Viktor Christenko sloot zes dagen na het getrompetter van Kasjanov ,,serieuzere maatregelen'' (een echte productiebeperking) niet uit. ,,Stabilisatie op een rechtvaardig niveau (20-25 dollar) is voor ons absoluut actueel'', aldus Christenko donderdag.

De speciale economische adviseur van president Poetin, Andrej Illarionov, probeerde het tij nog te keren door naar de andere kant over te hellen. Plots begon hij fel uit te halen naar een eventueel OPEC-lidmaatschap, waarover intern kennelijk toch wordt gesproken. ,,De OPEC is verdoemd. De prijsoorlog die ze ons heeft verklaard, is in ons voordeel, zei Illarionov. ,,Elke interventie van de regering is volstrekt onaanvaardbaar.'' Illarionov heeft zich opgeworpen tot tolk van de nieuwe ondernemersklasse in Rusland. Volgens hem neemt die 80 procent van de productie voor haar rekening en verdient dus geen geld aan kartelprijzen.

Illarionov heeft gisteren de eerste slag verloren. Maar zoals gebruikelijk draait het de Russische politieke economie om de tweede slag. En die wordt vermoedelijk een stukje verderop geleverd: een paar kilometer voorbij het metrostation Vakbondsstraat. Daar is het hoofdkwartier van Gazprom, het semi-staatsbedrijf dat 23 procent van de mondiale aardgasproductie beheerst en bijna een kwart van de Russische schatkist vult. Gazprom-topman Aleksej Miller, een bekende van president Poetin uit St. Petersburg, sprak afgelopen woensdag duistere woorden op een persconferentie waar hij een prijsverhoging van 24 procent aankondigde. Een OPEC voor aardgas is ,,onmogelijk'', aldus Miller, omdat gas niet per vat op een markt verhandeld kan worden. Maar de tijd is volgens Miller wel rijp voor ,,dialoog'' met andere aardgasproducenten om te voorkomen dat de Westerse industriële wereld de leveranciers tegen elkaar kan blijven uitspelen. Als hij woord houdt, wordt de driehoek een vierkant.

    • Hubert Smeets