Stilte

De Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska schreef een gedicht over 11 september dat ik deze week in Duitse vertaling las (`Fotografie van de elfde september'). De dichteres beschrijft de foto waarop de mensen te zien zijn die op de ongeluksdag uit de brandende Twin Towers in New York sprongen: ,,een, twee, nog enkelen, hoger, lager''. De foto ,,hield hen levend vast''. Iedereen is nog een geheel, met een eigen gezicht. Er is nog tijd genoeg, de haren waaien, ze zijn nog altijd in de lucht. ,,Twee dingen slechts'', schrijft Szymborska, ,,kan ik voor hen doen –/ deze vlucht beschrijven/ en de laatste zin er niet aan toevoegen.''

De dichteres zwijgt. Dankzij haar stilte blijven de mensen op de foto voorgoed in de lucht, levend. Dit is wat fotografie vermag en wat poëzie kan doen: de slachtoffers intact laten, met hun haren waaiend in de wind. Zoiets biedt meer troost dan wraak of vergelding.

Het is menselijk gesproken meer terzake dan strategische beslissingen, herschikking van bondgenootschappen en analyses van de consequenties voor de wereld van morgen. Alleen kunstenaars en geliefden en misschien zielenherders beschikken over dit vermogen tot troost. Het gedicht van Szymborska gaat over de kwetsbaarheid van alle mensen. Zo, en alleen zo, kan je proberen te zeggen dat elk mensenleven evenveel waard is.

Nu trof ik diezelfde notie over de eerbied voor ieder mensenleven aan in een bericht in Het Parool. De lading hiervan verschilde echter hemelsbreed van de strekking van Szymborska's gedicht. Het betrof een curieuze aankondiging: `Het Anti-oorlogscomité van de UvA dreigt met acties als het college van bestuur van de universiteit geen oproep wil doen voor drie minuten stilte voor de slachtoffers van Afghanistan. Het comité vindt dat het college verplicht is een plechtigheid voor de Afghanen op poten te zetten, omdat het ook een oproep aan studenten en medewerkers deed deel te nemen aan de Europese herdenking van de slachtoffers van de aanslagen in de VS op 14 september. Het comité vindt ,,eenzelfde gebaar niet meer dan redelijk, aangezien een mensenleven overal ter wereld evenveel waard is''.'

Drie minuten stilte, quid pro quo. Het comité is tegen het militaire optreden van de VS in Afghanistan, wat natuurlijk het goed recht is van de circa dertig leden ervan, maar ik twijfel aan hun eerbied voor ieder mensenleven. De doden van 11 september worden door hen misbruikt voor een platvloerse koehandel. Ze strepen deze slachtoffers van het terrorisme weg tegen ,,de Afghanen''. Arme mullah Omar, arme Talibaan, arme strijders van Al-Qaeda? Wat zou het Anti-oorlogscomité ervan denken om voortaan op 4 mei Anne Frank samen met Seyss-Inquart te herdenken en de twee minuten stilte te houden voor alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, zoals Ronald Reagan deed bij de graven van SS'ers in Bitburg?

Historische vergelijkingen gaan altijd mank, kan men hierop antwoorden, en dat is ook wel zo, maar een parallel tussen de oorlogsmisdaden van de nazi's en de terreuraanval op Amerika is beslist niet onzinniger dan de vergelijking tussen minister Pronk en een burgemeester in oorlogstijd. Het lijkt alsof niemand meer weet wat er wordt bedoeld met de kwalificatie `burgemeester in oorlogstijd': een collaborateur die op het pluche blijft zitten, naar eigen zeggen om erger te voorkomen, om zich vervolgens op misdadige wijze medeplichtig te maken.

Lawaai. In Frankrijk woedt op het ogenblik een debat over een `Oproep van 113 intellectuelen'. Zij verklaren, zij het met wat minder platte argumenten dan het Amsterdamse Anti-oorlogscomité, dat ,,de oorlog in Afghanistan niet onze oorlog'' is. Volgens de oproep brengt iedere in Afghanistan afgeworpen bom slechts nieuwe terroristen voort. De uitschakeling van Bin Laden zou meer een zaak zijn voor politie-eenheden dan voor militairen, betogen zij.

In hun oproep verzuimden de 113 zich ondubbelzinnig tegen het terrorisme te keren. Later kwamen ze alsnog met een veroordeling van de aanval op Amerika, maar deze werd overstemd door aanklachten tegen de Amerikaanse en Israëlische machtspolitiek. Claude Lanzmann, de maker van de film Shoa en uitgever van het door Sartre opgerichte tijdschrift Les Temps Modernes beschouwt dit als ,,ideologisch wegkijken van het ongehoorde'', wat volgens hem niets anders inhoudt dan ,,sluipend neo-pétainisme''. Daar zijn we dus weer bij de burgemeester in oorlogstijd. Pétainisme (genoemd naar maarschalk Pétain) betekent in Frankrijk collaboratie met de nazi's.

De 113 ondertekenaars van de anti-oorlogsoproep kregen verder te horen dat zij de slachtoffers van het terrorisme probeerden om te toveren tot mededaders van de westerse machtspolitiek. Waarop de ondertekenaars op hun beurt beweerden dat zij wel degelijk medelijden met de slachtoffers in New York voelen, maar dat dit meegevoel in nog sterkere mate uitgaat naar de ,,minder spectaculair getroffen slachtoffers van het terrorisme in het Midden-Oosten en elders''.

Het tegen elkaar opbieden met doden neemt hier de plaats in van argumenten en analyse. Precies wat het Amsterdamse UvA-comité deze week presteerde. Het comité koppelt de, veelal zinnige, kritiek van de anti-globalisten op de Verenigde Staten, de macht van de multinationals en de economische ongelijkheid in de wereld aan een kennelijke weerzin tegen bestrijding van het terrorisme.

Zover gaan Pronk en GroenLinks niet. Zij erkennen wél de noodzaak van militair bondgenootschappelijk optreden. Alleen de manier waarop brengt hen, zeggen ze, in gewetensproblemen. Maar de modaliteiten – welke soorten troepen en wapens zijn effectief, in welke omvang wordt de strijd gevoerd, welk antwoord is proportioneel, wat wordt ondernomen om de voedingsbodem van het terrorisme weg te nemen – behoren helemaal niet tot het terrein van de gewetensvragen. Het geweten kan nooit in de plaats komen van rationele politieke argumenten. Tenzij men het wil misbruiken als alibi. Dan is het geweten een soort vermomming, een pose geworden.

Het is wel comfortabel om je aan je verantwoordelijkheid te onttrekken, zoals Pronk vergeefs heeft geprobeerd. Maar een politicus, anders dan een dichteres, kan niet stilletjes de laatste zin achterwege laten.