Sentimenten

Verander jezelf, begin met de wereld: in de videoclip van `Cry', de nieuwe single van Michael Jackson, gaat het weer ouderwets humanistisch toe. Onder begeleiding van de klaaglijke stem van Jackson glijdt de camera langs een eindeloze rij mensen - mannen, vrouwen, jongens en meisjes van alle mogelijke rassen - die hand in hand staan. De mensenrij slingert zich over stranden en weiden, over straten en bruggen en lijkt de hele wereldbol te omspannen. Als Jackson loskomt en het onvermijdelijke gospelkoor inzet, verandert de beate glans op de gezichten in eensgezinde uitgelatenheid en onder soulvolle uithalen en ritmisch handgeklap wordt de boodschap de kosmos ingeslingerd: samen kunnen we de wereld veranderen.

Verbazingwekkend ouderwets en afgetrapt is het, en juist daarom ontroert het me steeds opnieuw. Heel de mensheid één grote gelukkige familie, zingend en klappend, de betraande ogen vast op een glorieuze toekomst gericht. Het is het humanistische ideaal zoals ik dat ken vanaf mijn vroegste jeugd. Iedereen is ermee vertrouwd: mensen kunnen nog zo verschillen in uiterlijk en opvattingen, maar het bloed in onze aderen heeft dezelfde kleur, wij zijn mensen, die elkaar nodig hebben om alle lelijke dingen in deze wereld de baas te worden, we hoeven alleen onze aangeleerde vooroordelen opzij te zetten. Enzovoort. Het is de verschoten wereld van Unicef en Danny Kaye, van lachende kinderen, van spontane inzamelingen en gewiste tranen.

Een megahit zal `Cry' niet worden, ben ik bang, want zelfs het grootste gospelkoor ter wereld kan niet verbloemen dat dit soort rooskleurig idealisme inmiddels op de schroothoop van de geschiedenis terecht is gekomen. De gedachte dat mensen in wezen niet van elkaar verschillen, heeft stilaan plaatsgemaakt voor de notie dat de verschillen tussen mensen levensgroot zijn; het gaat er enkel en alleen om zo goed en kwaad als het kan met die verschillen te leven. Daarbij moeten onherroepelijk grenzen getrokken worden, grondrechten en basisprincipes geformuleerd worden, die desnoods met bombardementen verdedigd worden. Want zelfs de meest overtuigde universalisten zien in dat nooit de hele wereld de Rechten van de Mens zal onderschrijven, dat er altijd en overal diepe kloven zullen blijven bestaan tussen wat als het eigene en het andere wordt beschouwd. Identiteit staat inmiddels gelijk aan eigenwaarde; en die distinctiedrift verhoudt zich slecht met het ideaalbeeld van een wereld waarin alle gevoelens gedeeld worden. Sterker nog, naarmate alles en iedereen op aarde meer en meer op elkaar gaat lijken, klamp je je met verbeten enthousiasme vast aan de tradities en overtuigingen van de eigen groep.

Zodra tegenwoordig het universele in stelling gebracht wordt, zoals bij de afkondiging van de drie minuten stilte om de slachtoffers van de aanslagen in New York en Washington, wordt door anderen meteen de kunstmatigheid ervan aangetoond. Wie ben jij om mij te vertellen wat universeel is? Waarom wel stilte voor de slachtoffers van de terreur van Bin Laden en niet voor de gedode Palestijnse kinderen of voor de onschuldige burgers die bij de bombardementen in Afghanistan zijn omgekomen? Alles blijkt steeds weer een kwestie van perspectief; hoe harder de westerse universalisten roepen dat er beschavingsnormen zijn die op iedereen moeten worden toegepast, des te feller de protesten van de volkeren die het gevoel krijgen dat die normen hun door een economische en militaire wereldmacht worden opgelegd. Het idealisme van de totale verbroedering ontaardt zo al snel in een ideologische strijd tegen beschavingen die voor eens en altijd duidelijk gemaakt moet worden aan welke rechten niet te tornen valt. Misschien is dat wel de grootste ontnuchtering die na 11 september heeft plaatsgevonden: niet dat er een einde is gekomen aan het cultuurrelativisme, zoals her en der opgelucht is vastgesteld, maar juist dat de droom van het universalisme onhaalbaar is.

Nooit zullen we hand in hand een kring rond de wereld vormen en zingend verbroederen tot één grote klont zuivere menselijkheid. Nooit zal heel de mensheid dezelfde normen en waarden aanhangen, nooit zal de superioriteit van de westerse waarden algemeen erkend worden, juist omdat het westerse waarden zíjn. De zingende wereldbevolking van Michael Jackson is letterlijk wezenloos, achter al die extatische en exotische koppen gaat de kinderlijke leegte van Teletubbies schuil; als het echte mensen waren, waren ze elkaar allang te lijf gegaan.

Maar tegenover de sentimentaliteit van de algemene verbroedering, de aanstaande opheffing van alle menselijke verschillen, is nu het sentiment van het culturele eigene ontstaan. In het televisieprogramma de Firma Interview werd van de week Paul Rosenmöller, de geplaagde fractievoorzitter van GroenLinks, ondervraagd door de van oorsprong Surinaamse programmamaker Guilly Koster. Ik keek geboeid, benieuwd of Rosenmöller er nu eindelijk eens in zou slagen zijn eigen clichés te overstijgen ik bedoel, als het George W. Bush lukt. Helaas. Het ging het over de affaire Singh Varma en Koster bleef maar hameren op de opvattingen van Rosenmöller over vriendschap, en toen Rosenmöller maar bleef ontkennen dat Varma een vriendin van hem was geweest, kwam bij Koster het hoge woord eruit: hadden Surinamers niet een heel ander besef van vriendschap dan Hollanders? Rosenmöller begreep de implicatie: inderdaad, ,,Surinaamse mensen'' waren spontaner, inniger en hielden er een diep besef van vriendschap op na, waar ,,wij houten Klazen'' nog heel wat van konden leren. Koster knikte bevestigend en koppelde meteen door naar het gewraakte cliëntisme van sommige Surinaamse politici zoals Varma, dat kennelijk als een uiting van dat aangeboren talent voor vriendschap moest worden gezien, moedwillig misbegrepen door Hollandse houten Klazen. Het schaamteloze gesjoemel rond de benoeming van de kandidaat-voorzitter van de Amsterdamse deelraad Zuidoost, moet, begrijp ik, als een feest van vriendschap opgevat worden.

Rosenmöller keek er verguld bij; twee clichés hadden elkaar de hand geschud. Het sentiment van de menselijke verbroedering - stijve houten Klazen leren wat vriendschap is van eeuwig gezellige ,,Surinaamse mensen'' - ontmoette het sentiment van het culturele eigene - wat in kille Hollandse ogen naar vriendjespolitiek en corruptie neigt, is immers niets anders dan een warmer en dieper besef van vriendschap.

De weg is nog lang.