Ritsma beleeft zwarte dag op Haagse ijsbaan

De rijke schaatscarrière van Rintje Ritsma kende gisteren in eigen land een triest dieptepunt; twintigste en laatste op de 5.000 meter bij de wereldbekerwedstrijden in Den Haag. Zijn tijd van 6.52,97 minuut, ruim veertien seconden langzamer dan de onaantastbare winnaar Gianni Romme, had hem in de B-groep, die eerder op de dag de vijf kilometer reed, ook niet meer dan een bescheiden plaats in de middenmoot opgeleverd.

Twee weken geleden in Berlijn, bij het eerste internationale treffen, eindigde de Fries nog als derde, achter landgenoot Bob de Jong en winnaar Romme, de olympisch kampioen die in Den Haag zijn derde achtereenvolgende race op die afstand won. Schrale troost voor Ritsma: de laatste plaats in Den Haag heeft geen verstrekkende consequenties. Niet eerder dan bij de olympische kwalificatiewedstrijden, van 20 tot en met 24 december in Heerenveen, zijn de prestaties voor de Nederlandse schaatsers cruciaal en pas bij de Winterspelen in Salt Lake City worden de hoofdprijzen verdeeld.

Voor de wereldbekerwedstrijden in Innsbruck had Ritsma vorige week met zijn trainer Geert Kuiper afgesproken dat er daar in de rit op de vijf kilometer niets geforceerd zou worden. Het resulteerde in een teleurstellende twaalfde plaats. In tijd vertaald bedroeg het gapende gat met winnaar Romme ruim vijftien seconden. En dan te bedenken dat Romme naar eigen zeggen in Innsbruck en Berlijn nog energie overhad na zijn races op de vijf kilometer.

Zich forceren deed Ritsma ook gisteren niet. Hoewel zijn prestaties op de 1.500 meter dit seizoen ook niet om over naar huis te schrijven zijn, lijkt dat de afstand waarop hij zich zo snel mogelijk moet richten voor de Olympische Spelen. Bij het begin van het seizoen, begin deze maand bij de NK afstanden in Groningen, stelde Ritsma zich nog kwalificatie voor de olympische 1.500 en 5.000 meter ten doel. Hoewel hij in de afgelopen seizoenen meestal goed presteerde op de momenten dat dat noodzakelijk was, lijkt die doelstelling voor de 31-jarige Fries nu te hoog gegrepen. `Innsbruck' was al een slecht voorteken, na zijn debacle in Den Haag is het glashelder dat Ritsma een loodzware taak wacht. Zich kwalificeren voor twee afstanden op de Winterspelen is een bijna onmogelijke opgave. Met één olympisch startbewijs mag hij al tevreden zijn.

Zelf reageerde Ritsma uiterst laconiek op zijn matige prestatie. Al na twee ronden voelde hij de pijn in zijn benen vloeien en liet hij de race `lopen'. ,,Dit is een soort trainingswedstrijd, het heeft met de coördinatie te maken dat het niet loopt'', verklaarde hij op onbewogen toon. ,,Een kwestie van even van het ijs gaan en wat meer fietsen in de komende periode. Terug naar af, dan komt het gevoel weer terug.''

De verwachting dat Romme het baanrecord op de 5.000 meter op de Uithof in Den Haag zou doen sneuvelen, kwam gisteravond niet uit. Weliswaar won de Brabander voor de derde achtereenvolgende keer een wereldbekerwedstrijd op die afstand, maar de snelste tijd die ooit in Den Haag op de 5.000 meter was gereden 6.38,30 in november 2000 door wie anders dan Romme zelf bleef onaangetast. Met zijn winnende tijd van 6.38,52 was de wereldrecordhouder (6.18,72, Calgary januari 2000) er slechts een fractie van een seconde van verwijderd.

Waar Romme de concurrentie in Berlijn en Innsbruck nog op respectabele afstand hield, zaten met name Jochem Uytdehaage en de Noor Eskil Ervik hem in Den Haag op de hielen. Nummer twee Uytdehaagde verkeerde in een jubelstemming, omdat hij Romme op de 5.000 meter zo dicht was genaderd. In Berlijn was de stayer uit Utrecht nog op de zesde plaats geëindigd. De best of the rest beschouwde het verschil van nog geen anderhalve seconde met Romme als een overwinning. Eén zichzelf gesteld doel heeft hij dit seizoen al gerealiseerd: Uytdehaage, lid van de ploeg van coach Gerard Kemkers, wilde om te beginnen een keer op het podium staan bij een internationale wedstrijd. Bob de Jong viel met zijn vierde plaats net buiten de prijzen, Carl Verheijen eindigde op de zesde plaats.

Dimitri Sjepel mag van de internationale schaatsunie (ISU) weer aan wedstrijden deelnemen. De Europees kampioen uit Rusland miste de eerste twee wereldbekerwedstrijden, omdat zijn bloedwaarden niet in orde waren. Daardoor kreeg hij om gezondheidsredenen een startverbod opgelegd. Volgens de ISU heeft Sjepel inmiddels een test ondergaan met een bevredigend resultaat.

De Rus bleek voor de openingswedstrijd in Berlijn een te hoog hemoglobinegehalte te hebben. De gemeten waarde was 20, waar 18 maximaal is toegestaan. Sjepel vroeg daarop een tweede bloedonderzoek aan, dat inmiddels heeft plaatsgevonden. De resultaten van die test zijn niet openbaar gemaakt, maar de ISU wilde gisteren wel kwijt dat hij weer mag schaatsen.

Sjepel deed gisteren nog niet mee, omdat zijn bond hem had teruggetrokken. Vandaag komt hij weer in actie op de 1.500 meter, in het eerste paar. (ANP)