Reisjes van raadsleden vooral teambuilding

Sinds de affaire-Peper is Rotterdam scherp op buitenlandse reizen gaan letten. Nut en resultaat worden vastgelegd. `Reizen is zich verwonderen.'

In het Spaanse Barcelona zoveel mogelijk parken bezoeken. Wintervaste palmen bekijken in Zuid-Frankrijk. De skyline van het Amerikaanse Baltimore vergelijken met die van Rotterdam.

Vakantiebestemmingen? Nee, reisdoelen van commissies van de Rotterdamse gemeenteraad. De afgelopen collegeperiode gingen de raadsleden onder meer op stap naar Sint Petersburg en Helsinki (personeel en organisatie), New York (kunstzaken) Newcastle, Manchester en Birmingham (algemene bestuurlijke zaken), Constanza en Boekarest (dezelfde commissie), Barcelona (buitenruimte en milieu) San Francisco en Los Angeles (onderwijs en jeugdbeleid), Porto (diverse commissies).

Maar niet alleen zij, álle gemeenteraadsleden van grotere gemeenten gaan tegenwoordig regelmatig naar het buitenland. Zo regelmatig zelfs, dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten onlangs een boekje met handreikingen heeft uitgebracht. Nu er ,,een intensivering waarneembaar is'' van contacten met het buitenland horen de spelregels duidelijk te zijn, vindt de vereniging.

Het boekje beveelt aan die regels vast te leggen in een gedragscode, waarvan een voorbeeld is toegevoegd. De code beslaat acht punten, zoals: `het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken'.

Hoeveel geld er omgaat in de buitenlandse reizen van gemeenteraadsleden en welke vorm de reizen aannemen, weet de vereniging niet. ,,Het toezicht is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraden zelf'', aldus een woordvoerder. Maar Rotterdam, een grote gemeente met veel buitenlandse contacten waaronder een dertigtal zustersteden, zou representatief kunnen zijn. Nadat onder burgemeester Bram Peper een en ander mis is gegaan, houdt Rotterdam de administratie van reizen naar het buitenland bovendien nauwlettend in het oog.

Dus: hoe gaat het in Rotterdam? Per commissielid is voor buitenlandse reizen in één collegeperiode 7.750 gulden beschikbaar. Er zijn 45 raadsleden en 15 commissies. De meeste raadsleden zijn dus lid van drie à vier commissies, wat het internationaal reisbudget per persoon op 20.000 à 30.000 gulden brengt. En dat geld gaat meestal helemaal op, want het nut van de reizen wordt amper betwist.

,,Een intensieve verdieping van je kennis'', zegt Vernon Daal, GroenLinks. Jan Cees van Duin, VVD: ,,Het beste is een reis aan het begin van de collegeperiode. Dan is het ook teambuilding.'' Mea van Ravesteijn, D66: ,,Dit heeft gewoon nut.'' Arthur Vlaardingerbroek, SGP/ChristenUnie: ,,Je hebt het op zo'n reis ook gewoon heel druk.''

Hoe komt een buitenlandse reis tot stand? Dat is ,,een inhoudelijk proces, gevoed vanuit verschillende kanten'', zegt Harry van de Braak, hoofd van de afdeling externe betrekkingen, sinds driekwart jaar ,,belast met de procesbewaking''. Van de Braak: ,,Aan het begin van de collegeperiode wordt bekeken wat interessant zou kunnen zijn voor een bepaalde commissie. De ambtelijke staf draagt ideeën aan, de wethouder, de raadsleden zelf. Het doel is dubbel: teambuilding en inhoudelijke verrijking.''

Omdat de afdeling externe betrekkingen nog maar kort belast is met de procesbewaking, bestaat er geen overzicht van de buitenlandse reizen van raadsleden. Wel staat in een net klaargekomen `concept-notitie buitenlandse reizen' dat de afdeling ,,is gestart met het opzetten van een databank teneinde de interne afstemming te verbeteren''. En er zijn reisverslagen, die moeten voldoen aan een checklist: aanleiding en doel, en gespreksonderwerpen en dagindeling.

Geen wonder dus dat sommige reisverslagen inclusief kleurenfoto's al snel een pagina of tien, twintig beslaan. Uit het verslag van een reis naar Brussel (algemene bestuurlijke zaken): ,,Het bezoek start bij de Permanente Vertegenwoordiging, waar we middenin de Sinterklaasviering terecht komen. Het is sowieso een drukte van jewelste, met de Europese Raad van Helsinki voor de deur. Helaas hebben we net de ambassadeur gemist, die in Den Haag voor de Europese Raad een afstemoverleg moet bijwonen.''

Een conclusie van zo'n verslag kan bijvoorbeeld luiden: ,,Reizen is zich verwonderen. Verwondering ligt aan de basis van leren. Deze reis was in menig opzicht een goede les, niet slechts door kennis te nemen van good practices, maar meerdere malen ook door ons te verwonderen over `the British way'.'' (dezelfde commissie, op zoek naar informatie over veiligheidsvraagstukken).

Een evaluatie na één of twee jaar is er niet. Dat hoeft ook niet, vinden de raadsleden. Van Ravesteijn, D66: ,,De effecten gaan zitten in de kwaliteit van het raadswerk. Wat je hebt gezien, komt steeds terug.'' Van Duin, VVD: ,,Als ik het nut niet zag, zou ik niet meegaan. Ik moet er vrije dagen voor nemen.'' Daal, GroenLinks: ,,In Barcelona hebben we gekeken naar een systeem van ondergrondse afvalverwerking. Dat systeem bleek hier niet te kunnen. Maar we hebben er dus wel over nagedacht. Als het had gekund, hadden we een interessante slag gemaakt.''

Toch is er ook scepsis. Zo vraagt een enkel raadslid zich af of bijvoorbeeld de commissie voor onderzoek van de rekening wel op reis zou moeten. De commissie ging naar Noord-Amerika. Daal, zelf geen lid van die commissie: ,,Daar zet ik vraagtekens bij.'' De commissie financiën is níet op stap geweest: de leden kwamen er niet uit wat hun reisdoel moest worden. Het geld wordt nu uitgegeven aan een congres over doelmatigheid van bestuur. Goed besluit, vindt PvdA'er Bert Cremers, lid van de commissie. ,,We moeten uitkijken met het mechanisme dat als er geld is, er ook een reisbestemming bij moet worden gezocht.''

En zo blijft er maar één echte criticaster over: Theo Cornelissen, Socialistische Partij. ,,Laten we wel wezen, die reizen maken het raadlidmaatschap leuk. Het zijn een soort schoolreisjes.'' De SP, drie leden in de gemeenteraad, gaat wel zo nu en dan mee. Cornelissen: ,,Maar alleen als het nut heeft.''

    • Gretha Pama