Radiokaartjes

De stem aan de telefoon meldt zich met een heuse primeur. Bagageafhandelingn op Schiphol. Contactloos! Zonder dat er mensen aan te pas komen. Bedacht door de managementconsultants van AT Kearney. Een interview is te regelen, maar dan moet er gegarandeerd iets in de krant.

Geheel automatisch bagage uitzoeken op Schiphol zou leuk nieuws zijn. Luchthavens identificeren en sorteren nu nog aan de hand van streepjescodes. Die worden bij het inchecken aan de koffers gehecht. De methode is vrij arbeidsintensief. Medewerkers moeten de helft van de labels goed leggen, om ze zichtbaar te maken voor de leesinstrumenten. De identificatie gaat ook nog eens bij één op de tien stukken bagage mis - niet voor niets zijn zoekgeraakte of vertraagde koffers een bekend fenomeen bij vliegende reizigers.

Dat zou heel wat beter kunnen met radiolabels. Dat zijn een soort chipkaarten met een zender en ontvanger aan boord. De chips kunnen typisch 512 enen en nullen opslaan en daarmee zijn ruim 10 unieke codes vast te leggen. Verder is er een antenne, een spoeltje dat in een wisselend magnetisch veld voldoende energie oppikt om zijn serienummer via radiosignalen door te geven over een afstand van anderhalve meter. De elektronica die nodig is neemt tegenwoordig niet meer dan een paar vierkante millimeter silicium in beslag. Zo'n chip plus metaalwinding past prima in een kredietkaart of tussen een paar velletjes kunststof.

Met radiolabels en contactloze chipkaarten wordt al druk geëxperimenteerd. `RFID'-labels worden op dit moment al gebruikt voor afrekenen in het openbaar vervoer. In het Koreaanse Seoul zijn al 20 miljoen kaarten uitgegeven voor bus en metro.

In de luchtvaart is de lijst van proefprojecten inmiddels lang. Lufthansa en DASA hadden in 1995 een project. Later volgden experimenten op verschillende luchthavens in de VS en in 1999 deed Britisch Airways tests met radiolabels van Philips, Texas Instruments en het Japanse Omron. Singapore Airlines beproefde de radiolabels vorig jaar op de luchthavens van Auckland, Bangkok, Frankfurt en Singapore.

De voordelen zijn talrijk: in tegenstelling tot streepjescodes hebben de elektronische merkjes geen vrij zicht nodig om te worden opgemerkt. Sorteren gaat in 99 van de 100 gevallen goed en de labels zijn steeds opnieuw te gebruiken. Als standaard frequentieband voor radiocommunicatie is wereldwijd 13,56 MHz afgesproken. Uitlezen of een nieuw nummertje inprogrammeren gaat met dertig labels per seconde.

Sommige analisten voorspellen dat draadloze identificatie ook de logistiek wereldwijd zal veroveren. Federal Express en UPC zouden er hun wereldwijde bezorgdiensten aanzienlijk mee kunnen versnellen. Voor deze markt staat nieuwe radiotechnologie op stapel voor draadloze communicatie in de frequentiebanden rond 300 MHz en 1 GHz. Chips die bij deze ultra hoge frequenties (UHF) communiceren kunnen op een afstand van ruim vier meter worden uitgelezen. Dat zou de acceptatie van draadloze identificatie een stevige zet geven.

De voornaamste barrière voor deze technologie zijn echter goede afspraken. Europa en de VS hebben op dit moment verschillende frequentiebanden gekozen: 868 MHz en 915 MHz. De Europeanen zijn bang dat de laatste frequentie een conflict geeft met de frequentiebanden voor mobiele telefonie rond 900 MHz.

De grootste hindernis voor grootschalig gebruik lijkt echter de prijs. Want wie wil er nu een gulden uitgeven voor een radiolabel, terwijl een streepjescode nog geen cent kost. Dat radiolabels steeds opnieuw zijn te gebruiken doet daaraan voorlopig weinig af.

Schiphol is in ieder geval nog niet overtuigd. Van invoering en zelfs van een proefproject met radiolabels is nog geen sprake. De consultants van AT Kearney blijken een studie te hebben gedaan naar bagageafhandeling via radiolabels. Er is een model aan de leiding van Schiphol gepresenteerd, en dat was het dan. ``Contactloze technologie op basis van radiochips is geen realiteit vóór 2007'', aldus een woordvoerder.

beet@nrc.nl

    • Rene Raaijmakers