ONDER DE VESUVIUS ZIT EEN ZEER UITGESTREKTE LAAG MET MAGMA

Acht kilometer onder de Vesuvius strekt zich een laag magma uit ter grootte van zo'n vierhonderd vierkante kilometer. Het monitoren van deze zone op seismische activiteit, zoals kleine aardbevingen, kan helpen een op handen zijnde uitbarsting aan te zien komen. Dit concludeert een team Italiaanse en Franse vulkanologen in Science (16 nov.).

De Vesuvius is een relatief kleine vulkaan even ten oosten van Napels. Zijn vermaardheid dankt hij aan de eruptie van 79 na Chr., toen een lawine van gloeiend heet gas en een asregen de Romeinse steden Pompeï en Herculaneum bedolven. Sinds 1944, toen de laatste stevige uitbarsting optrad, slaapt de vulkaan. Uit de kratermond stijgt rook op met temperaturen onder de honderd graden Celsius en per jaar vallen er honderd kleine aardschokken waar te nemen met magnitude 0,5 à 3,6 op de schaal van Richter. Een toekomstige uitbarsting zal waarschijnlijk explosief zijn. Volgens vulkanologen zal dan het reservoir zich niet legen maar zal 20 à 25 procent van de inhoud worden `aangesproken'.

De magmalaag onder de Vesuvius is in kaart gebracht met behulp van seismische tomografie. De onderzoekers wekten explosies op, waaronder 1800 geweerschoten afgevuurd vanaf een schip in de Baai van Napels, en de seismische golven die dat opleverde werden vastgelegd door waarnemingsstations die tot 90 km ver in de Apenijnen waren geplaatst. Omdat seismische golven langzamer door vloeibaar magma lopen dan door vaste rots, en er op het grensvlak van twee geologische formaties fasesprongen optreden, valt uit de opgevangen signalen een twee- of driedimensionaal plaatje van de magmalaag onder de Vesuvius af te leiden. Deze blijkt verrassend groot en strekt zich uit tot onder naburige vulkanen, zoals de Phlegraean Velden, waarop Napels is gebouwd.

De magmalaag is tamelijk vlak en loopt horizontaal. De hoogte is zodanig dat de dichtheid is gelijk is van die van de omringende rotsen, zodat het magma niet verder omhoog wil. Om toch een opwaartse beweging te krijgen is druk van onderaf nodig. Isotopenonderzoek heeft uitgewezen dat het magma substantieel met omringende rots is vermengd. Dat suggereert een sponsstructuur en niet een continu doorlopende vloeistof. Wellicht, zo schrijven de onderzoekers, voedt de magmalaag een aantal kleinere reservoirs die meer aan het aardoppervlak liggen maar te klein zijn om met de gehanteerde seismische technieken in kaart te worden gebracht.