Misdaadauteurs zijn gebaat bij het afschaffen van de Gouden Strop

De prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadroman, de Gouden Strop, heeft niet gebracht wat de initiatiefnemers destijds hadden gehoopt en kan dus beter worden afgeschaft, meent Tomas Ross.

De jongste uitreiking van de Gouden Strop, op 17 november, maakte meer dan ooit pijnlijk duidelijk waarom deze literaire prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadroman van het afgelopen jaar zijn voornaamste doelen voorbij is geschoten. Aanwezig waren: het bekende coterietje auteurs en uitgevers, KRO-detectivepubliek en anderhalve journalist. Precies wat degenen die deze prijs in 1985 bedachten, niet voor ogen stond.

Tot 1985 bestond een prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadrom niet en de initiatiefnemers wilden in die leemte voorzien. Vervolgens wilden zij mede daardoor bevorderen dat de misdaadroman zijn rechtmatige status en positie zou krijgen, i.e. een onverbrekelijk onderdeel zou worden van de Nederlandstaliqe literatuur en niet langer ,,het misdeelde stiefkindje'' van de letterkunde, zoals Ab Visser schreef. Misdeeld – zeker in vergelijking met de Angelsaksische en Franse misdaadroman. De derde doelstelling was om meer aandacht en publiciteit voor het genre te genereren.

Inmiddels bestaat de Gouden Strop veertien jaar en is alleen de eerste doelstelling verwezenlijkt: een auteur krijgt jaarlijks voor `de beste roman'een plastiek en geldbedrag. Leuk en ego-bevestigend, altijd goed voor een herdruk of twee, alsmede de financiering van een nieuw bad. Niets loos mee.

Wel echter met de twee andere doelstellingen. Want de ermee gepaard gaande aandacht is slechts van zeer korte duur, gericht op de winnende auteur en niet op het genre als zodanig. En nog steeds besteden culturele katernen van dag- en weekbladen, kunstredacties van radio en televisie of literaire bladen en cultuurfestivals minimale aandacht aan misdaadromans. Afgezien van VN's Thriller- en Detectivegids beperken recensenten zich tot signalerende stukjes en een incidenteel interview(tje). Geen Groenteman, Zeeman of Barend & Van Dorp voor de misdaadschrijver – tenzij de auteur een zeer actueel onderwerp bij de kop neemt of een `bekende Nederlander' is (Ruud Lubbers schrijft misdaadroman).

Er wordt dikwijls gewezen op een toenemende verkoop van `het spannende boek'. Maar daar wordt niet bij gezegd dat het voor 99 procent om vertaalde romans gaat. De gemiddelde verkoop van de Nederlandstalige misdaadroman is sinds het bestaan van de Gouden Strop niet gestegen en het aandeel van vaderlandse auteurs in de totale omzet is te verwaarlozen.

Een conclusie luidt dan ook dat de Gouden Strop allang geen middel meer is, maar doel op zich: mooi voor de prijswinnende auteur. Een andere conlusie is dat de prijs niet `verruimend' maar juist `isolerend' werkt. Omen blijkt Nomen: hij snoert in.

In plaats van te behoren bij de brede groep literaire auteurs, vormen de misdaadschrijvers nog steeds een separaat clubje waarbinnen de prijs zonder noemenswaardige concurrentie tussen enkele dinosaurussen rouleert. Met meer dan gewone regelmaat worden dezelfde auteurs genomineerd en bekroond hetgeen de `buitenwereld' aan inteelt doet denken. Hetzelfde geldt voor de juryleden.

Mijn opposanten wijzen steevast naar succesvolle zusterprijzen in de VS en Groot-Brittannië, maar vergeten dat in die landen de `thriller' allang gerekend wordt tot `de' literatuur, dus dat `Edgar' en `Dagger' daar niet anders zijn dan hier AKO- of Huygensprijs, exact wat we willen. Ten tweede is het aanbod van titels in die landen honderd-, zo niet duizendvoudig.

Om de Gouden Strop dingen ten hoogste vijftig titels. Let wel: ze worden daaruit niet geselecteerd, het zíjn er ten hoogste vijftig. Het taalgebied alleen al is te klein om zo'n prijs op de lange duur serieus te nemen: het is óf Appel óf Geeraerts óf Mendes óf Ross. Vandaar mijn pleidooi om de Strop op te heffen en de misdaadroman in te zenden voor één van de algemene literaire prijzen. Want vraag een misdaadauteur of hij zich een volwaardig literair auteur noemt, en het antwoord is steevast: `Natuurlijk!' Ik zou zeggen: doe dan mee.

Mijn opposanten zeggen voortdurend: ,,Je hebt wel gelijk, maar het is onhaalbaar, want in die jury's zitten altijd Ton van Deel, Arjan Peters en Carel Peeters, en die houden niet van ons genre.'' Maar het gegeven dat er, zoals Nelleke Noordervliet dat zo treffend omschrijft, `een literaire politie' bestaat, betekent toch niet dat je je daarbij neerlegt? Dus: iets doen aan de samenstelling van de jury in plaats van passief achterover blijven leunen.

Inmiddels zagen ook de organisatoren van de Gouden Strop in dat het wereldje wel erg klein was en het effect gering. Mede omdat de vorige sponsor Bruna dat al eerder zag en zich terugtrok, vond men nieuwe geldschieters, de voornaamste de KRO. Je zou zeggen, mooi, want televisie. Zoals voorheen werd gezegd toen de CPNB de `Maand van het Spannende Boek' instelde. Het effect daarvan, weten we inmiddels, is dat John Grisham, Elizabeth George en Nicci French hier steeds meer verkopen en wij nog steeds niet.

Dat de KRO goede intenties heeft, staat buiten kijf, maar dat hun eerste doelstelling is de eigen kijkers te plezieren evenzeer. Het moge bekend zijn dat tv-kijkers doorgaans geen lezers zijn. Derhalve organiseerde de omroep rond de uitreiking van de Gouden Strop een heus `Detective-festival'. Dat kwam er op neer dat de omroep vooral zijn aangekochte, buitenlandse detectiveseries pushte terwijl de vaderlandse misdaadauteurs mochten voorlezen of met elkaar discussiëren voor een gehoor van zo'n tien à vijftien man – minder nog dan een lezing in de bibliotheek van Appingedam.

En om mee te doen met de jongste trend in prijsbepaling, werd ook het `publiek' de mogelijkheid gegeven zijn stem uit te brengen op één der door de vakjury genomineerde boeken. Niet alleen een populistisch en opportuun middel dat vaker uit wanhoop wordt ingeschakeld, maar ook een middel dat volstrekte willekeur en ondeugdelijkheid verraadt: het publiek stemt immers op dat ene boek dat men gelezen heeft. Want niemand maakt mij wijs dat de lezers alle vijf genomineerde boeken hebben gelezen en dus vergelijkenderwijs en met eenzelfde zuivere argumentatie als de vakjury tot een oordeel komen.

Niet voor niets loopt óf Marianne Frederiksson óf Isabel Allende weg met de Publieksprijs: hun boeken worden het meest gelezen, veelal door vrouwen die 70 procent van de bibliotheekbezoekers uitmaken – en in de bibliotheken liggen de stembiljetten. Niet voor niets ook merkte de winnaar van de Gouden Strop, René Appel, afgelopen zaterdag in zijn dankwoord op hoe lonend het `dus' was geweest dat hij het afgelopen jaar stad en land was afgereisd. ,,Dat betaalt zich altijd uit.'' De schrijver als handelsreiziger.

Mijn schrikbeeld is dat types als Katja Schuurman de pen oppakken en een boek gaan schrijven dat door de publieksjury moet worden beoordeeld – eerste prijs verzekerd! Dan toch maar liever een jury met Arjan Peters en Ton van Deel.

Ongetwijfeld is het allemaal een goedbedoelde, maar wanhopige, poging de Gouden Strop alsnog de ooit beoogde plaats binnen het literaire prijzencircus te geven. Maar met een speelgoedballonnetje van Bart Smit stijg je niet op, zelfs niet als de Katholieke Radio Omroep het filmt. Het blijft NEC tegen De Graafschap terwijl we weten dat we rijp zijn voor Ajax en PSV. Kortom, na die veertien jaar rijpen in de eerste divisie wordt het tijd om te promoveren. Tijd om in te zien dat de Gouden Strop zeker een functie heeft gehad, maar dat hoe mooi de kinderschoenen ook waren, ze op een gegeven moment gaan knellen.

Misdaadschrijvers en hun uitgevers zijn inmiddels volwassen geworden. Dan hoef je dus geen festival meer te organiseren of het land te bereizen; dan ding je gewoon mee om een van de algemene literaire prijzen.

Tomas Ross is misdaadauteur en initiatiefnemer van de Gouden Strop die hij in 1987 en 1996 won.

    • Tomas Ross