Lastige lievelingsleerling

Polen is de lastige lievelingsleerling in het Europese klasje. Zonder Polen geen uitbreiding van de Europese Unie. Niemand durft de Duitsers op dat punt tegen te spreken. Maar Polen klaarstomen voor de EU is een hels karwei.

De Commissie is in haar vorige week verschenen jaarrapport over Polen dan ook tamelijk mild. De kritiek op het uitblijven van wetgeving, op het groeiende begrotingstekort en op het nog steeds ontbreken van een saneringsplan voor de landbouw had veel scherper gekund. Maar de Commissie wil de net aangetreden nieuwe sociaal-democratische regering niet bij voorbaat onderuit halen. Wie echt wil weten hoe Polen er voor staat, moet daarom goed tussen de regels lezen.

In Polen worden de jaarlijke Commissie-rapporten niet alleen gezien als een objectieve evaluatie, maar vooral ook als een politiek signaal. De boodschap die de Commissie dit jaar benadrukt, is dat Warschau alles op alles moet zetten om de eigen administratieve capaciteit zodanig te verbeteren dat de Europese regels ook feitelijk kunnen worden toegepast. Daarnaast moet het land zijn financiën op orde te brengen.

Polen wordt sinds een maand geregeerd door een coalitie onder leiding van premier Miller, een ex-communist. Onder de vorige, centrum-rechtse regering-Buzek was het land achterop geraakt bij de voorbereiding op de EU-toetreding, mede doordat zij in het zicht van verkiezingen onhoudbare stellingen betrok, zoals een verbod op de verkoop van Poolse grond van achttien jaar en onmiddellijk vrije toegang tot de Europese arbeidsmarkt.

Op die twee punten is de nieuwe regering onmiddellijk met concessies gekomen. Zij wil landbouwgrond twaalf jaar buiten de markt houden en voor buitenlandse boeren die zich in Polen vestigen wordt dat waarschijnlijk drie jaar. Wat de vrije toegang tot de West-Europese arbeidsmarkt betreft neigt Polen nu naar acceptatie van een minimale beperking van twee jaar (na toetreding).

Het grote examen moet echter nog komen. Volgend jaar komen de moeilijkste dossiers op tafel: landbouw en EU-fondsen voor armere regio's. De Polen weten zelf nog niet wat ze aanmoeten met hun twee miljoen boerenhuishoudens van wie het grootste deel niet voor de markt produceert. De grotere landbouwbedrijven eisen dezelfde kansen als hun West-Europese collega's. Brussel wil onderhandelen op basis van de bestaande subsidieregelingen, maar verschillende landen, waaronder Nederland, vinden het logischer dat er eerst een nieuw Europees landbouwbeleid komt. Intussen wordt de animo van de Polen om toe te treden er niet groter op. In verschillende peilingen is de steun tot onder de vijftig procent gedaald. Ook Polen houdt vóór toetreding nog een referendum.

Negende deel in een serie over EU-kandidaten die sinds 15 november dagelijks in de krant staat. Vorige afleveringen ook op internet: www.nrc.nl

    • Renée Postma