KLONEN BLIJKT TOCH NIET ZO NADELIG VOOR DE GEZONDHEID VAN DIEREN

Gekloonde koeien die in leven blijven zijn kerngezond, in weerwil van eerdere berichten over ernstige complicaties. Dat beweren acht Amerikaanse wetenschappers na een uitgebreid onderzoek aan dertig koeienklonen die bij het bedrijf Advanced Cell Technology ter wereld kwamen. Het wetenschappelijke tijdschrift Science bracht dit nieuws deze week vervroegd naar buiten. Het artikel verschijnt volgende week in druk.

De laatste jaren meldden onderzoekers steeds vaker dat het kloonproces nadelig is voor de gezondheid van de betrokken dieren. Een te zwaar geboortegewicht, een verzwakt immuunsysteem en hart- en ademhalingsproblemen waren veel gerapporteerde complicaties die tot sterfte rond de geboorte leiden. Sommige onderzoeken wezen ook op genetische afwijkingen.

In het nieuwe onderzoek vindt Amerikaanse onderzoeksteam onder leiding van Robert Lanza van Advanced Cell Technology geen gezondheidsklachten bij klonen. Weliswaar overleden zes van de dertig onderzochte dieren kort na de geboorte, maar volgens de onderzoekers ligt die sterfte slechts marginaal boven het normale patroon (20% versus ongeveer 14%). De dood van de dieren schrijven zij toe aan placentaproblemen en in één geval aan infectie.

Van de overige 24 klonen hadden sommigen bij de geboorte last van een verhoogde hartslag en ademhalingsproblemen. Ook waren er dieren die koorts kregen bij vaccinaties toen ze vier maanden waren. Maar op vierjarige leeftijd waren alle dieren kerngezond. De dieren wogen gemiddeld iets meer dan hun niet gekloonde soortgenoten, maar waren voor het overige volkomen normaal. Veeartsen voerden een volledige check-up uit. Ze beoordeelden de organen, lichaamsconditie, het sociaal gedrag en diverse bloed- en urinekenmerken van de dieren, maar konden niet vreemds ontdekken. De dieren werden normaal geslachtsrijp en twee kloonkoeien hebben inmiddels zelf gezonde kalveren ter wereld gebracht.

De Amerikanen weten nog niet precies waaraan de afwijkende uitkomst van hun onderzoek aan is toe te schrijven. Het zou kunnen dat andere diersoorten gevoeliger zijn voor gezondheidsproblemen bij het klonen of dat de gebruikte kloonmethode (gepatenteerd door Advanced Cell Technology) minder complicaties geeft dan andere. Andere kloondeskundigen, waaronder Rudolf Jaenisch van het Whitehead Institute, hebben zich echter kritisch uitgelaten over het onderzoek. De criteria waarop de kloonkoeien zijn beoordeeld vinden zij te oppervlakkig. Subtiele afwijkingen komen daarbij niet aan het licht.

Het succespercentage van klonen is overigens ook nog steeds laag. Voor het produceren van de dertig kloonkalveren plaatsten de onderzoekers 496 embryo's in 247 draagmoederkoeien. Als de kalveren die vlak na de geboorte zijn overleden niet worden meegerekend, komt dat neer op een slagingspercentage van nog geen vijf procent.

    • Sander Voormolen