Importleraren

In de drukte van de avondspits hoor ik via de autoradio van een nieuw initiatief om het lerarentekort te lijf te gaan. Een school voor havo/vwo in Purmerend heeft een lerares Frans uit Frankrijk geïmporteerd. Ze moet eerst nog goed Nederlands leren om volledig te kunnen functioneren. Vooralsnog blijkt haar inbreng vooral waardevol bij conversatielessen met kleine groepen. Ze maakt deel uit van een contingentje van vijf Franse leraren. Wie de initiatiefnemers zijn, wordt me niet duidelijk, maar doet er in dit verband niet toe. Mijn vraag is namelijk heeft dit zin?

In de eerste plaats moeten we ieder initiatief toejuichen, vooral als het getuigt van de moed om niet-orthodoxe wegen te bewandelen. Want aan die moed ontbreekt het nogal in onderwijsland en die moed hebben we wel nodig. Wachten tot zich voldoende leraren Frans aandienen heeft geen zin, want nu al valt op basis van de cijfers over opleiding en uitstroom te voorspellen dat we, en dat geldt ook voor het gros van alle andere vakken, afstevenen op een toenemend tekort.

Een heuse Française als lerares Frans heeft natuurlijk allerlei voordelen. Zo draagt haar aanwezigheid bij aan de verdieping van de kennis van Franse taal en cultuur binnen de sectie. Daar staat tegenover dat de hier gekozen oplossing ook een heel dure is. Een lerares die in eerste instantie beperkt inzetbaar is en zich ook nog moet scholen in de Nederlandse taal, daarvan is het de vraag of die investering wordt terugverdiend. Fransen aarden niet gemakkelijk in het buitenland, dus de kans dat ze blijft, is gering. Verder heeft die Franse lerares een heleboel bagage die interessant is voor studenten aan bijvoorbeeld een lerarenopleiding maar waar je op de middelbare school maar weinig van kwijt kunt.

Ik zou de oplossing dan ook zoeken in een andere richting. In Nederland werken veel buitenlanders. Dat zijn vaak mannen met een vrouw die thuis zit en die, vaak tot haar verdriet, bijna uitsluitend contact heeft met lotgenoten, bijvoorbeeld via de school van de kinderen. Veel van die vrouwen willen graag iets doen waardoor ze, net als hun man, betrokken raken bij het land waar ze verblijven. Velen van hen zullen het ongetwijfeld interessant vinden om conversatielessen te geven aan leerlingen van een middelbare school. Onder verantwoordelijkheid van de leraar, kunnen zij ondersteuning bieden bij een belangrijk en arbeidsintensief onderdeel van het vreemde talenonderwijs. Verder voegen ze, evenals die geïmporteerde leraren, kennis van cultuur en van het land en nieuwe internationale contacten toe aan de sectie.

Ik hoorde van een school die daar niets in zag want dat hadden ze geprobeerd en het was geen succes geworden. Dat is natuurlijk een raar argument. Als je alles wat niet direct een succes is afschrijft als mogelijkheid blijft er maar weinig meer over. Bovendien weet ik van andere scholen waar de inzet van `native speakers' wel een succes was. In een geval zelfs zozeer, dat de school haar gebruikte als goedkope lerares. En dat kan natuurlijk niet, maar het bewijst wel dat de ervaringen ook heel positief kunnen uitpakken.

Ik denk dat een dergelijke aanpak van het lerarentekort meer zoden aan de dijk zet dan het aanschrijven van oudere leraren die met vervroegd pensioen zijn gegaan, of het aanschrijven van mensen met een onderwijsbevoegdheid die elders werken. Het voordeel van een benadering als de hier voorgestelde is dat scholen daardoor gedwongen worden na te denken over de vraag of een andere manier van werken niet interessanter en efficiënter is.

prick@nrc.nl

    • Leo Prick